Categorie afbeelding

OSTEOPOROSE

Veel mensen met een dwarslaesie krijgen te maken met botontkalking, oftewel osteoporose. Door osteoporose worden botten zwakker, met als resultaat dat ze sneller kunnen breken.

 


Kies een onderwerp voor meer informatie

Wat is het?

Bij botontkalking of osteoporose worden botten brozer en breekbaarder. Bij mensen zonder dwarslaesie komt de aandoening vooral voor op latere leeftijd, veel vaker bij vrouwen dan bij mannen. Eén op de drie vrouwen boven de 60 jaar heeft botontkalking, tegenover één op de zeven mannen. Botontkalking geeft op zichzelf geen klachten. Wel neemt het risico op botbreuken toe. Ook kunnen rugwervels inzakken, wat pijn en uitvalsverschijnselen kan geven. 

Bij mensen met een complete dwarslaesie - zowel mannen als vrouwen - komt osteoporose veel vaker en eerder voor. Het risico neemt toe naarmate de dwarslaesie langer bestaat. Bij ongeveer de helft van de mensen ontstaat ernstige osteoporose onder het niveau van de dwarslaesie. Een even grote groep krijgt ook op enig moment in het leven te maken met een botbreuk. Het gaat dan vooral om een breuk van het onder- of bovenbeen, of om een ingezakte wervel. Omdat mensen met een incomplete laesie of een caudalaesie over het algemeen meer kunnen bewegen, is het risico op osteoporose bij hen kleiner.

Door osteoporose worden botten veel breekbaarder. Bij mensen met een dwarslaesie genezen breuken moeilijker en zijn ze ook moeilijker te herkennen. Als je een bot breekt, doet dat normaal gesproken pijn. Maar als je een complete dwarslaesie hebt, voel je die pijn niet. Vaak ontstaan bij een breuk wel andere klachten, zoals autonome dysregulatie of een toename van spasticiteit. Bij een beenbreuk kan er ook iets zichtbaar zijn: het gebied rond de breuk is dan roder, dikker en warmer. Bij een wervelbreuk zijn er niet altijd afwijkingen zichtbaar. Door een breuk kan de zithouding veranderen, waardoor decubitus kan ontstaan. Als gips moet worden aangebracht, kan de druk van het gips ook leiden tot decubitus.


Hoe komt het?

Bot is levend weefsel dat voortdurend wordt opgebouwd en afgebroken. Dit proces gaat het hele leven door, maar zo rond het dertigste, vijfendertigste jaar is er een omslagpunt: er wordt minder bot opgebouwd dan wordt afgebroken. Daardoor neemt geleidelijk de botmassa af.

Er zijn verschillende factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van osteoporose. Bij vrouwen neemt de kans op osteoporose toe na de overgang, als het lichaam minder vrouwelijke hormonen aanmaakt. Deze remmen namelijk de botafbraak. Ook erfelijkheid speelt een rol, net als de leefstijl. Een belangrijke factor hierbij is lichaamsbeweging, want beweging stimuleert de aanmaak van botweefsel. Dit heeft te maken met de druk op de botten, die varieert op het moment dat je in beweging bent. Tabak en alcohol kunnen bijdragen aan osteoporose, een tekort aan kalk en vitamine D eveneens. Ook sommige ziekten en medicijnen vergroten het risico.

Na een dwarslaesie komt osteoporose veel vaker voor, met name in de wervels van de ruggengraat. Dit komt door een verstoorde verhouding tussen botaanmaak en botafbraak: de botaanmaak neemt af en de botafbraak neemt toe. Het is niet echt duidelijk waarom dit zo is. Oorzaken die vaak worden genoemd zijn minder bewegen en een veranderde bloedcirculatie en hormoonhuishouding.


Hoe voorkom je het?

Een goede leefstijl kan osteoporose helpen tegengaan. Geadviseerd wordt om voldoende te bewegen, te zorgen voor calcium in het eten - calcium zit in melk en melkproducten, kaas, groenten, noten en peulvruchten - en voor voldoende vitamine D - dat zit bijvoorbeeld in vette vis en margarine, maar vooral in het daglicht. Eten met veel fosfaat - zoals cola en vlees - kan beter zoveel mogelijk worden vermeden, evenals alcohol en roken.

Als sprake is van osteoporose, is het van belang om te proberen breuken te voorkomen. Daarvoor moet je je er als patiënt bewust van zijn dat voor een breuk veel minder kracht nodig is: bijvoorbeeld een val uit de rolstoel of het blijven haken van een been tijdens een transfer kan voldoende zijn. Het is goed om hier in het dagelijks leven rekening mee te houden, onder meer door te zorgen voor een zorgvuldige uitvoer van transfers.


Hoe wordt het behandeld?

Wanneer je een dwarslaesie hebt en daarnaast een risicofactor voor botontkalking - je bent bijvoorbeeld ouder dan 60, ziet weinig daglicht of krijgt weinig beweging - of al eerder botbreuken hebt gehad, kan een botdichtheidsmeting zinvol zijn. Je weet dan of sprake is van osteoporose en kan behandeling met medicijnen overwegen.

Tot nu toe is niet aangetoond dat medicijnen het risico op botbreuken vermindert bij mensen met een dwarslaesie. Toch wordt geadviseerd om behandeling wel te overwegen. Het meest gebruikte medicijn is een bisfosfonaat. Dit middel remt de afbraak van bot. Het kan via tabletten of via een infuus gegeven worden.

Mensen gebruiken soms sta-voorzieningen om ondanks verlamming toch gereld een tijdje te kunnen staan. Ze doen dit onder meer om osteoporose te voorkomen. Het is niet wetenschappelijk aangetoond dat dit ook zo werkt. Wel is inmiddels aangetoond dat de botdichtheid toeneemt bij gebruik van functionele elektrostimulatie. Het is echter onduidelijk of hierdoor ook het aantal botbreuken afneemt.

Als een breuk is ontstaan in een been of arm, kan dit worden behandeld met gips. Een wervelbreuk kan soms worden behandeld worden met een korset. Nadeel van gips of een korset is dat genezing lang kan duren en dat er complicaties kunnen ontstaan. Het is belangrijk dat regelmatig wordt gecontroleerd of er geen wonden onder het gips of onder het korset ontstaan. Ook het voorkomen van trombose door medicatie is belangrijk.

Een andere mogelijkheid bij een botbreuk is een operatie waarmee de breuk wordt vastgezet. Gips of een korset is dan niet altijd nodig en als de breuk in een niet-verlamd lichaamsdeel zit kan de patiënt vaak sneller weer gaan belasten. Ook is de prikkel voor spasmen of autonome dysregulatie weggenomen. Een operatie is niet altijd mogelijk, met name als de gezondheid van een patiënt te slecht is of als de botten te broos zijn om de breuk vast te zetten met schroeven of platen.

Bij botbreuken moet per individuele situatie een afweging worden gemaakt tussen de voor- en nadelen van de twee behandelmogelijkheden. Een revalidatiearts kan hierbij desgewenst adviseren.