Categorie afbeelding

SPASTICITEIT

Spasticiteit is het ongecontroleerd aanspannen van de spieren. Dit wordt veroorzaakt door een reflex, de spierrekkingsreflex, die niet meer vanuit de hersenen gecontroleerd kan worden. Soms zijn spasmen handig, maar ze kunnen ook belemmerend en/of pijnlijk zijn.


Kies een onderwerp voor meer informatie

Reflexen

Reflexen lopen via de reflexboog in het ruggenmerg. Met reflexen kan het lichaam heel snel op prikkels reageren en zo het lichaam beschermen tegen beschadigingen van buitenaf. Reflexen zorgen er ook voor dat je kan blijven staan of zitten. Een reflex gaat automatisch, maar de hersenen kunnen een aantal reflexen onderdrukken. Daardoor is het mogelijk om bijvoorbeeld te lopen. 


Reflexen bij een dwarslaesie

Door de dwarslaesie is de verbinding tussen de reflexbogen onder de plaats van de beschadiging en de hersenen (deels) onderbroken. Wanneer de reflexboog zelf niet beschadigd is, functioneren de reflexen nog wel, maar kunnen de hersenen die reflexen niet meer onderdrukken. Dit leidt tot verhoogde reflexen (hyperreflexie). Hierdoor kunnen spieren als reactie op een beweging ongecontroleerd of buiten de wil om aanspannen en dit noemen we spasticiteit.


Veelvoorkomende problemen en oplossingen

Spasticiteit kan handig zijn, maar het kan je dagelijks leven ook ernstig belemmeren en/of (erg) pijnlijk zijn. De meeste negatieve gevolgen van spasticiteit kunnen verminderd worden door de spasticiteit te behandelen. Verder kun je, ondanks de medicatie die je gebruikt tegen spasticiteit, ineens méér last van spasticiteit hebben.


Behandeling spasticiteit

Spasticiteit wordt alleen behandeld als je er last van hebt, namelijk wanneer het pijnlijk is en/of wanneer het je dagelijks functioneren belemmert. Vaak zit er een opbouw in de behandeling. De behandelingen die hieronder beschreven staan van minst ingrijpend naar meest ingrijpend.


Diagnostiek bij problematiek

Het meten van spasticiteit wordt gedaan om de mate van spasticiteit te bepalen en om de effecten van de behandeling te evalueren. Op spierniveau gebeurt dit bijvoorbeeld vaak door middel van de (gemodificeerde) Ashworth-schaal of het maken van een elektromyogram (EMG).

Behalve op spierniveau, kan spasticiteit ook op beperkingenniveau gemeten worden. Dan wordt gekeken naar de invloed van spasticiteit op je dagelijks functioneren en hoeveel pijn je er van hebt. Dit wordt gemeten door middel van vragenlijsten. Vragenlijsten vallen buiten het bestek van de Wiki.


Bronnen en verder lezen

Naast de bronnen die in de totstandkoming van de Wiki zijn genoemd, zijn voor het hoofdstuk over spasticiteit een aantal specifieke bronnen geraadpleegd. Deze bronnen zijn hier te vinden. Tevens kun je hier meer lezen over wetenschappelijk onderzoek rondom dit thema.


  • Reflexboog
    • Reflexen lopen via de reflexboog in het ruggenmerg. Een reflexboog bestaat uit een sensorische zenuwbaan die vanuit het lichaam het ruggenmerg binnenkomt en daar direct geschakeld wordt naar een motorische zenuwbaan. Deze motorische zenuwbaan gaat terug naar het lichaam en zorgt daar voor een reactie. Ieder niveau in het ruggenmerg heeft zijn eigen reflexboog.

      Een reflex gaat niet via de hersenen. Op deze manier kan je lichaam snel reageren op een prikkel die schade veroorzaakt. Een reflex gaat automatisch, je hebt hier geen controle over. Later is er vaak wel bewustwording van de reflex. Een aantal reflexen is wel te onderdrukken, zoals de spierrekkingsreflexen.


      Afbeelding: Reflex (bron: spinalnet)

      Laatst aangepast op 31/03/2017 09:16  
  • Spierrekkingsreflexen
    • Spierrekkingsreflexen zorgen ervoor dat een spier die plotseling opgerekt wordt, reageert met een samentrekking (contractie). Deze reflexen zorgen er bijvoorbeeld voor dat je je lichaamshouding kunt handhaven als je staat. De zwaartekracht trekt voortdurend aan je lichaam waardoor je de hele tijd naar voren, naar achteren en opzij helt. Dit zorgt ervoor dat er rek op de spieren komt te staan. Deze rek wordt opgemerkt door hele kleine sensoren in de spieren (spierspoeltjes). Deze spierspoeltjes activeren de reflexboog en via deze reflexboog wordt je houding hersteld, waardoor je niet omvalt.

      De hersenen kunnen deze reflexen onderdrukken en zo is het mogelijk om bijvoorbeeld te lopen. Bij lopen laat je het eigenlijk toe dat je lichaam naar voren helt. Je vangt jezelf op met je andere been.

      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:10  
  • Spinale shock fase
    • Tijdens de spinale shockfase zijn alle reflexen afwezig en heb je geen last van spasticiteit.

      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:11  
  • Slappe verlamming
    • Wanneer de reflexboog beschadigd is, zijn de reflexen op dat niveau afwezig en spreken we van een slappe verlamming of atonie (het wegvallen van de spanning in de spieren). Dit is het geval bij het cauda equina syndroom. Wanneer je een caudalaesie hebt, heb je dus nooit last van spasticiteit.

      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:11  
  • Spastische verlamming
    • Wanneer de reflexboog niet beschadigd is door de dwarslaesie keren reflexen na de spinale shock fase terug. Dan kun je last krijgen van ongecontroleerde spiercontracties. We noemen dit ook wel spasmen, spasticiteit of een spastische verlamming. De spasticiteit treedt op onder het niveau van de dwarslaesie, aangezien daar de reflexen niet meer door de hersenen onderdrukt kunnen worden (hyperreflexie).

      Spasticiteit wordt vaak verward met een algemene verhoogde spierspanning (hypertonie, rigiditeit, dystonie, clonus), maar algehele verhoogde spierspanning wordt niet uitgelokt door beweging.  

      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:12  
  • Gevolgen van spasticiteit
    • Spasticiteit kan handig zijn, maar het kan je dagelijks leven ook ernstig belemmeren en het kan erg pijnlijk zijn.

      Mogelijk positieve gevolgen van spasticiteit:

      • Helpt spiermassa te behouden
      • Goed voor de bloedcirculatie
      • Helpt in het voorkómen van drukplekken, door het behoud van de spiermassa en de betere bloedcirculatie
      • Kan helpen bij het maken van een transfer of zelfs bij het lopen
      • Kan helpen bij het ledigen van de blaas en darmen

      Mogelijk negatieve gevolgen van spasticiteit:

      • Contracturen (verkorting van spieren en verstijving van gewrichten)
      • Pijn
      • Onrust
      • Vermoeidheid
      • Slaapproblemen
      • Ademhalingsproblemen
      • Kan drukplekken veroorzaken op punten waar erg veel druk op de huid komt te staan; bijvoorbeeld wanneer je voeten of benen vastgegespt zitten in je rolstoel en hier heel veel kracht op komt te staan wanneer je been in een spasme schiet.  
      • Heftige spasmen kunnen erg hinderlijk zijn bij het doelgericht bewegen en soms zo erg zijn dat je niet kan blijven zitten.
      Laatst aangepast op 31/03/2017 08:41  
  • Contracturen
    • Wat is het?
      Een contractuur is een verkorting van spieren, pezen en het gewrichtskapsel. Hierdoor wordt het gewricht stijf en vaak ontstaat er een ongewone stand in het gewricht.

      Hoe komt het?
      Als je door de dwarslaesie rolstoelgebonden bent, zit je vaak in dezelfde houding. Dit kan leiden tot contracturen in de heupen. Verder zorgt de dwarslaesie ervoor dat er een disbalans ontstaat tussen spieren; door de verstoorde aansturing van de spieren is de ene spier vaak sterker dan de ander. Als gevolg hiervan staat een gewricht vaak in een bepaalde stand. Bij spasticiteit gebeurt hetzelfde. Het feit dat je zelf niet genoeg spierkracht hebt om deze stand te beïnvloeden versterkt dit alleen maar.

      Hoe voorkom je het?
      De kans op contracturen kan verkleind worden door een goede houding aan te nemen in bed, en deze houding af te wisselen. Verder is het noodzakelijk regelmatig actief en/of passief je armen, benen en romp te bewegen. Als het mogelijk is, is het goed om af en toe te gaan staan.

      Wanneer de bovenstaande maatregelen niet voldoende zijn, kun je ondersteuning krijgen van een fysiotherapeut. Met de fysiotherapeut kun je kijken wat voor jou de mogelijkheden zijn om zelf actief aan de slag te gaan om spieren te versterken en op lengte te houden, waardoor je minder kans hebt op contracturen. Wanneer je dit niet zelf kan, zal de fysiotherapeut je daarbij helpen.

      Hoe behandel je het?
      Verschillende fysiotherapeutische behandelingen kunnen worden ingezet wanneer je contracturen hebt. Wanneer passief of actief bewegen en rekken niet afdoende is, kan ondersteund worden door spalken en als laatste is een operatie mogelijk.

      Laatst aangepast op 15/03/2017 15:27  
  • Ineens meer spasticiteit
    • Wat is het?
      Ondanks het gebruik van medicatie tegen spasticiteit, heb je ineens (meer) last van spasticiteit.

      Hoe komt het?
      Deze spasticiteit wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door een ander probleem; bijvoorbeeld een blaasontsteking, drukplekken of een andere niet-gevoelde pijnprikkel onder het dwarslaesieniveau.

      Hoe voorkom je het?
      Goed blaas- en darmbeleid verkleint de kans op tegenomen spasticiteit door pijnprikkels vanuit de blaas en darmen. Verder moet je drukplekken voorkomen door je huid regelmatig op beschadigingen te controleren.

      Hoe behandel je het?
      Wanneer je meer last hebt van spasticiteit, moet je spasmebevorderende prikkels controleren en nagaan en elimineren. Wanneer dit geen resultaat heeft of je twijfelt ergens over, neem dan contact op met je revalidatiearts.

      Laatst aangepast op 31/03/2017 08:53  
  • Spasmebevorderende prikkels wegnemen
    • Wanneer je ineens meer last hebt van spasticiteit, check dan eerst of het door één van onderstaande oorzaken komt:

      Indien dit het geval is, zorg dan dat je de spasmebevorderende prikkel wegneemt. Wanneer dit geen resultaat heeft of je twijfelt ergens over, neem dan contact op met je revalidatiearts.

      Laatst aangepast op 31/03/2017 08:57  
  • Fysiotherapie
    • Het hoofddoel van fysiotherapeutische behandeling van spasticiteit is het op lengte houden van spieren en pezen. Spasticiteit wordt namelijk erger als spieren en pezen verkorten.  

      Afhankelijk van de hoogte en de compleetheid van de dwarslaesie kun je zelf oefeningen doen (actief). Op die manier ben je minder afhankelijk van iemand anders. Wanneer dit niet of slechts beperkt mogelijk is, zal de fysiotherapeut je armen en/of benen bewegen. Dit noemen we passief bewegen of doorbewegen.

      Er zijn verschillende fysiotherapeutische technieken die ingezet kunnen worden:

      • Bewegingstherapie: bestaat uit passief en, indien mogelijk, actief bewegen.
      • Spierrekkingstechnieken: hierbij worden de spieren gerekt, om te zorgen dat ze hun lengte behouden. Wanneer er passief gerekt wordt, moet dit voorzichtig gebeuren. Spierweefsel is veel stugger dan bij mensen zonder dwarslaesie, waardoor je veel eerder kans loopt op een spierscheur. Spierrekkingstechnieken zullen altijd in combinatie toegepast worden met bewegingstherapie (actief en/of passief).
      • Cryotherapie: is het gebruik van (extreme) kou als ondersteunende of voorwaardenscheppende behandeling bij actief of passief bewegen.
      • Warmte: het gebruik van warmte kan goed zijn voor de doorbloeding.
      • Spalken: kunnen ingezet worden als ondersteuning bij het op lengte houden van spieren. Spalken moeten altijd goed passend en gepolsterd zijn. Polsteren is het met zacht materiaal (bijvoorbeeld watten) opvullen van holtes in de spalk om de druk gelijkmatig te verdelen. Bij nieuwe spalken moet je regelmatig je huid controleren op drukplekken
      • Bewegingstrainer: is apparatuur waarmee je fietsbewegingen kunt maken. Let erop dat het apparaat automatisch stopt of dat je het apparaat makkelijk zelf kan stoppen wanneer je teveel spasticiteit krijgt door het fietsen. De fietsbeweging kan eventueel ondersteund worden door elektrostimulatie.
      Laatst aangepast op 15/03/2017 15:30  
  • Orale spasmolytica
    • Dit zijn tabletten die je slikt om spasticiteit te verminderen. Er zijn verschillende medicijnen om spasticiteit te verminderen ontwikkeld. Of een medicijn werkt, verschilt sterk per persoon en er is niet één meest effectief medicijn. Alle medicijnen hebben verder bijwerkingen zoals slaperigheid en vermoeidheid. Soms wordt een combinatie van meerdere medicijnen voorgeschreven om daarmee de dosering van elk individueel middel te beperken en daardoor bijwerkingen te verminderen.

      Er zijn mensen die baat hebben bij het gebruik van marihuana (werkzame stof: THC) tegen spasticiteit. Dit is echter nog niet onomstotelijk bewezen: de bevindingen lijken gunstig, maar wetenschappelijk onderzoek van goede kwaliteit ontbreekt. Ook een orgasme zou kunnen werken tegen spasticiteit vanwege de relaxerende werking.

      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:29  
  • Intrathecale toediening: de Baclofenpomp
    • Wanneer het spasmolyticum Baclofen direct bij het ruggenmerg wordt toegediend, noemen we dit intrathecale toediening. Intrathecale toediening gebeurt met behulp van een pompje. Hier kan voor gekozen worden wanneer je last hebt van ernstige spasticiteit en je niet voldoende baat hebt bij orale medicatie of wanneer je niet genoeg medicatie kan slikken in verband met ernstige bijwerkingen. Het voordeel van intrathecale toediening is dat het medicijn toegediend wordt waar het werkzaam is. Daardoor is de dosering lager dan bij orale toediening.

      Intrathecale toediening van Baclofen moet de spasticiteit duidelijk verminderen, anders kom je niet in aanmerking voor een Baclofenpomp. Dit wordt getest door middel van een proefbehandeling. Voor deze proef word je opgenomen in het ziekenhuis of revalidatiecentrum. Er zijn 2 opties:

      • Door middel van een ruggenprik wordt er een slangetje (katheter) in de wervelkolom bij het ruggenmerg geplaatst. De katheter komt door de huid naar buiten en via de katheter wordt Baclofen ingespoten. Op deze manier kan de dosering van de Baclofen bepaald worden en kan goed gekeken worden wat het effect is op de spasticiteit. Na de proefdosering zal de katheter verwijderd worden.
      • Soms wordt de katheter aangesloten op een pompje buiten het lichaam. De proefperiode duurt dan vaak een aantal dagen. Op deze manier kan goed gekeken worden of er functionele verbetering optreedt.

      Wanneer je goed reageert op de proefdosering, wordt er een pompje geplaatst. Dit gebeurt niet direct, omdat je eerst moet herstellen van het gaatje dat de katheter van de proefdosering heeft achtergelaten. Het pompje wordt geplaatst onder algehele narcose en komt onder de buikwand, in de onderbuik te zitten. Vanaf het pompje gaat er een slangetje naar de wervelkolom. Het slangetje zit tussen twee wervels in de ruimte rond het ruggenmerg. Tijdens de plaatsing wordt het pompje voor de eerste keer gevuld met Baclofen.

      De dosering van de pomp wordt ingesteld door middel van de computer. Na het plaatsen van de pomp moet je regelmatig op controle komen om eventueel de dosering aan te passen. De pomp moet 1x per 3 maanden opnieuw gevuld worden. Dit gebeurt ook in het ziekenhuis of revalidatiecentrum, met behulp van een injectiespuit die door de huid heen gaat.  

      Vaak heb je fysio- en/of ergotherapie nodig na het plaatsen van een Baclofenpomp om te kijken wat weer mogelijk is zonder/met minder spasticiteit.

      De dosering van de intrathecale Baclofen wordt individueel bepaald. De ene persoon wil juist meer spasticiteit behouden dan de andere, omdat deze spasticiteit functioneel is. Vaak is de pomp zo ingesteld dat er enige mate van spasticiteit blijft bestaan. Door de spasticiteit heb je namelijk minder last van de afbraak van spierweefsel en spasticiteit is ook goed door de doorbloeding. Als dit opgeheven wordt, heb je verhoogde kans op decubitus. Ook de blaasfunctie is belangrijk bij het bepalen van de dosis; wanneer de blaas door middel van een reflex geleegd wordt, moet dit reflex ondanks de Baclofen blijven werken. Verder mag er geen incontinentie ontstaan door het gebruik van Baclofen.

      De juiste instelling van de dosering Baclofen geeft nauwelijks bijwerkingen. Wanneer je de pomp net hebt, kun je last hebben van slaperigheid of een licht gevoel in je hoofd. Wanneer je ineens last krijgt van meer spasticiteit, is het belangrijk om het volgende na te gaan:

      • Zit er een knik in de katheter of is deze verstopt
      • Zit de katheter nog op de goede plek (namelijk in de ruimte bij het ruggenmerg)
      • Werkt de batterij van de pomp nog

      Neem altijd contact op met de afdeling van het ziekenhuis of revalidatiecentrum wanneer je dit merkt, dit moet snel verholpen worden.

      Wanneer je de pomp al een tijdje hebt en je krijgt last van bijwerkingen, kan je last hebben van een onder- of overdosering Baclofen. Een onderdosering kan in het uiterste geval leiden tot het Baclofen Withdrawal Syndroom. Verschijnselen hiervan zijn:

      • Toename spasticiteit; spasmen zijn heftiger dan voor het gebruik van de Baclofen
      • Ademhalingsstoornissen
      • Cardiale afwijkingen
      • Hyperthermie; ongecontroleerde stijging van de lichaamstemperatuur
      • Autonome dysreflexie
      • Insulten, epileptische aanvallen, toevallen
      • Verminderde prikkelbaarheid centraal zenuwstelsel
      • Spierpijn, braken en verwardheid (als gevolg van de snelle afbraak van spierweefsel, rabdomyolyse genoemd)
      • Bloedpropjes in de bloedvaten
      • Het uitvallen van één of meerdere organen

      Wanneer je het Baclofen Withdrawal Syndroom hebt, wordt dit behandeld door het zo snel mogelijk weer toedienen van intrathecale Baclofen. De verschijnselen verdwijnen binnen drie dagen.

      Een overdosering Baclofen kan ontstaan door een verkeerde afstelling van de pomp, bij het wisselen van de concentratie Baclofen of bij onderzoek naar de functie van de pomp. Verschijnselen hiervan zijn:

      • Verminderd bewustzijn (sedatie)
      • Duizeligheid
      • Accommodatiestoornissen ogen
      • Gestoorde spraak
      • Ademdepressie
      • Coma

      Wanneer je een overdosering Baclofen hebt, wordt dit behandeld door de pomp te stoppen en leeg te maken. Een echt anti-middel tegen Baclofen bestaat er niet. In uiterste nood kan een lumbaalpunctie gedaan worden om op die manier de Baclofen uit je lichaam te halen. Het herstel van een overdosering duurt 24-36 uur.

      Laatst aangepast op 31/03/2017 09:00  
  • Zenuwblokkade
    • Een zenuwblokkade geeft tijdelijke een plaatselijke bestrijding van de spasticiteit. Bij een zenuwblokkade gaat het om een enkele spier of spiergroep. Het doel van een zenuwblokkade is om functionele en ADL-training mogelijk te maken of te ondersteunen en hinderlijke of pijnlijke spasticitiet te verminderen.

      Er zijn twee mogelijkheden:

      • Fenolblok: blokkade van de zenuw die gemiddeld 3-6 maanden aanhoudt. Bij een fenolblok wordt er een naald in de buurt van de zenuw ingebracht. Door middel van zenuwstimulatie wordt de locatie van de zenuw bepaald. En wanneer deze is gevonden worden een aantal druppels fenol ingespoten.
        Bijwerkingen: verminderde of verhoogde gevoeligheid en een branderige pijn.
      • Botulinetoxine A (BTX): de locatie voor een BTX injectie is makkelijker te bepalen dan die voor een fenolblok, maar het effect houdt minder lang aan (2-3 maanden).
      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:32  
  • Chirurgische behandeling
    • Er zijn twee vormen van operatieve behandelingen:

      • Neurochirurgisch: is direct gericht op het verminderen van de spasticiteit. Het is geen ideale procedure, dus dit wordt alleen gebruikt als alle andere behandelingen niet werken.
      • Orthopedisch: is gericht op de secundaire gevolgen van spasticiteit (bijvoorbeeld contracturen). Daarbij moet je denken aan een achillespeesverlenging, het doorsnijden van de achillespees of de pezen van de adductoren en hamstrings (tenotomie), het door- of insnijden van spieren of het verleggen van een pees om functie terug te krijgen.
      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:31  
  • (Gemodificeerde) Ashworth-schaal
    • Bij de Ashworth-schaal worden bewegingen passief door de fysiotherapeut of arts uitgevoerd. De spier waar het om gaat wordt heel snel maximaal uitgerekt. De fysiotherapeut/arts voelt de spierspanning die hierbij optreedt.

      Wanneer je geen last hebt van spasticiteit, zal er tijdens de test geen toename van spierspanning te voelen zijn. Naar mate je meer last hebt van spasticiteit, zal er over een groter gedeelte van het bewegingstraject een verhoogde spierspanning te voelen zijn. Deze spierspanning is hoger naar mate de spasticiteit heftiger is.

      Wanneer je heel erg last hebt van spasticiteit is er een ernstig verhoogde spierspanning waarbij passief bewegen moeilijk is of helemaal niet gaat. Als het passieve bewegen niet mogelijk is, zie je vaak dat er sprake is van een gefixeerde stand van het gewricht in buiging of strekking.

      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:33  
  • EMG
    • EMG staat voor elektromyogram. Bij een EMG wordt de spieractiviteit gemeten met behulp van plakkers (elektroden) die op de spier worden geplakt. Spieractiviteit zijn elektrische signalen. Deze elektrische signalen worden door de elektroden opgevangen. Op deze manier kan gekeken worden of de spier meer activiteit vertoont dan gewoonlijk bij actief of passief bewegen.

      Laatst aangepast op 15/03/2017 13:33  
  • Bronnen
  • Verder lezen
    • Op de website van SCIRE (Spinal Cord Injury Rehabilitation Evidence) kun je vinden wat er aan wetenschappelijke onderbouwing van dwarslaesierevalidatie beschikbaar is. Deze informatie is vooral gericht op professionals en wordt regelmatig geactualiseerd. Voor meer informatie over spasticiteit klik hier.

      De volgende website biedt factsheets gebaseerd op wetenschappelijke informatie toegankelijk aan. De informatie is speciaal geschreven voor mensen met een dwarslaesie en andere belangstellenden.  

       

      Laatst aangepast op 31/03/2017 09:10