Categorie afbeelding

HUID

De huid (cutis) is ons grootste orgaan. Deze vormt de barrière met de buitenwereld. Ze beschermt tegen schadelijke invloeden van buitenaf en tegen oververhitting, onderkoeling en uitdroging. Tevens bevindt zich in de huid de tastzin en kan zij pijn, warmte en kou waarnemen en ons daarvoor waarschuwen.


Kies een onderwerp voor meer informatie

Anatomie en functie van de huid

De huid bestaat uit drie lagen: de opperhuid, de lederhuid en het onderhuids bindweefsel. Deze lagen bevatten talgklieren, zweetklieren, haarwortels en nagelbedden. Al deze verschillende structuren hebben hun eigen functie en samen zorgen ze ervoor dat de huid optimaal kan functioneren. 

[afbeelding volgt]


De huid bij een dwarslaesie/caudalaesie

Door een dwarslaesie kan de huid geen signalen meer doorgeven aan de hersenen. Dit zorgt ervoor dat je onder het niveau van de dwarslaesie niets meer voelt of verminderd gevoel hebt. Als gevolg hiervan kan de huid kan makkelijk beschadigen zonder dat je het merkt.

Door de dwarslaesie verliest de huid een belangrijke functie. Informatie over de staat van de huid onder de dwarslaesie wordt niet meer doorgegeven aan de hersenen. Dit betekent dat je onder de dwarslaesie niets meer voelt of een verminderd gevoel hebt. Hierdoor is de huid extra kwetsbaar voor beschadigingen.

Door de dwarslaesie is de tastzin verstoord, je voelt geen lichte aanraking en/ of diepe druk meer of je voelt dit minder goed. Daardoor voel je niet dat je sok te strak zit of je te lang in dezelfde houding zit. Als gevolg daarvan wordt weefsel te lang vervormd en krijgt het te weinig zuurstof. Zo kunnen drukplekken ontstaan.

Ook voel je het niet wanneer je je huid beschadigt, bijvoorbeeld door een verwonding, verbranding of bevriezing. Doordat je de pijn niet voelt, word je niet gewaarschuwd dat je actie moet ondernemen. Je trekt je hand of been niet of veel te laat terug, waardoor je huid nog verder beschadigt.

Als laatste komt informatie over de temperatuur van lichaamsdelen niet aan in de hersenen. Daardoor kun je oververhit of onderkoeld raken. Dit onderwerp valt buiten het bestek van dit hoofdstuk. Meer informatie kun je vinden onder autonoom zenuwstelsel.


Veelvoorkomende problemen en oplossingen

Bij een dwarslaesie voel je niet meer dat de huid onder het niveau van de laesie beschadigt, daardoor loop je extra risico op brandwonden, bevriezing van lichaamsdelen of andere beschadigingen van de huid. Hierbij verdienen de voeten extra aandacht.

Een beschadigde huid is extra kwetsbaar voor het ontstaan van drukplekken. Drukplekken komen veel voor, een recent literatuuroverzicht laat zien dat 85% van de mensen met een dwarslaesie gedurende zijn/haar leven te maken krijgt met een drukplek. Veertig tot 80% van deze mensen krijgen er herhaaldelijk mee te maken (Smit et al. 2016).


Huidverzorging

Je kunt zelf een aantal dingen doen om het risico op drukplekken te verkleinen. In eerste instantie moet je voorkomen dat ze ontstaan door risico’s zo veel mogelijk te vermijden. Vervolgens is het goed om je huid regelmatig te controleren. Mocht er toch een drukplek ontstaan, zorg dat je hier dan zorgvuldig mee omgaat.


Diagnostiek bij problematiek

Drukplekken zijn met het blote oog zichtbaar, maar de arts zal willen meten hoe ernstig het is. De grootte en kenmerken van de wond zijn bepalend voor de wijze waarop een decubituswond behandeld wordt.


Bronnen en verder lezen

Naast de bronnen die in de totstandkoming van de Wiki zijn genoemd, zijn voor het hoofdstuk over de huid een aantal specifieke bronnen geraadpleegd. Deze bronnen zijn hier te vinden. Tevens kun je hier meer lezen over wetenschappelijk onderzoek rondom dit thema.


  • Opperhuid
    • De opperhuid (epidermis) is de buitenste laag van de huid. Het onderste gedeelte is de basale laag en het bovenste gedeelte de hoornlaag.

      In de basale laag worden nieuwe cellen aangemaakt, die naar de hoornlaag geduwd worden. De hoornlaag zorgt ervoor dat (schadelijke) stoffen van buitenaf de huid moeilijk kunnen doordringen en dat de huid niet uitdroogt. Het is een laag dode huidcellen, die uiteindelijk afschilfert. Het duurt ongeveer 30 dagen om de opperhuid helemaal te vervangen.

      Laatst aangepast op 08/07/2016 08:39  
  • Lederhuid
    • Onder de opperhuid ligt de lederhuid (dermis). De lederhuid zorgt voor de stevigheid, elasticiteit en trekvastheid van de huid. In deze laag liggen bloedvaten, lymfevaten, zenuwen, talg-, en zweetklieren, met elk hun eigen functie. Tevens zitten in de lederhuid speciale witte bloedcellen die virussen en bacteriën herkennen en onschadelijk maken.

      De bloed- en lymfevaten zorgen voor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof en voor de afvoer van afvalstoffen. Verder zijn de bloedvaten betrokken bij de temperatuurregeling van het lichaam. Door verwijding van de bloedvaten wordt warmte afgeven en door vernauwing wordt het verlies van warmte beperkt.

      De zenuwen in de huid zorgen voor de waarneming van aanraking en druk. Dit wordt de tastzin genoemd. Wanneer je lang in dezelfde houding zit of ligt, wordt weefsel vervormd en worden bloedvaatjes dichtgedrukt. Je huid krijgt op die plekken te weinig zuurstof. Dit voelt onaangenaam, dus ga je verzitten of verliggen. Meestal gaat het om hele subtiele houdingsveranderingen en doe je dit onbewust.

      Verder sturen de zenuwen in de huid pijnsignalen naar de hersenen. Wanneer iets pijn doet, doe je hier iets aan om (verdere) verwonding te voorkomen. Bijvoorbeeld wanneer je je hand verbrandt, zal je deze snel terugtrekken om verdere verbranding te voorkomen.

      De zenuwen in de huid zorgen ook voor het temperatuurgevoel. Ze geven de temperatuur van delen van het lichaam aan de hersenen door. Bij warmte ga je zweten om warmte kwijt te raken. En bij kou gaan je haren rechtop staan om te voorkomen dat je veel warmte verliest. Doel hiervan is om de kerntemperatuur van het lichaam rond de 37°C te houden.

      De talgklieren produceren talg. Dit is een vetachtige stof, die de huid zacht houdt. De zweetklieren scheiden zweet af op de huid. Wanneer dit verdampt wordt het lichaam gekoeld. Zo regelen zweetklieren samen met de bloedvaten de lichaamstemperatuur.

      Laatst aangepast op 08/07/2016 08:40  
  • Onderhuids bindweefsel
    • Het onderhuids bindweefsel (subcutis) ligt onder de lederhuid en scheidt de huid van de spieren en pezen in het lichaam. Het onderhuids bindweefsel bestaat voornamelijk uit vet. Deze vetopslag is een isolatielaag, een opslagplaats van energie en een stootkussen om spieren, pezen en botten tegen krachten van buitenaf te beschermen.

      Laatst aangepast op 08/07/2016 08:40  
  • Informatie specifiek voor caudalaesie
    • Een caudalaesie zorgt voor gevoelloosheid of verminderd gevoel van de huid in het 'rijbroekgebied' (zitvlak, heupen, dijen) en/of benen en/of voeten.

       

      Laatst aangepast op 28/09/2016 12:45  
  • Andere schade aan de huid
    • Wat is het?
      Iedere beschadiging van je huid betekent dat zij extra kwetsbaar is voor drukplekken. Het gaat niet alleen om brandwonden, bevriezingen, voetschimmel en ingegroeide teennagels, maar ook om verdikkingen, kneuzing, afdrukken, pukkels, en snij- of schaafwond. Zuren in urine en ontlasting kunnen je huid ook aantasten.

      Hoe komt het?
      Potentiële gevaren voor en beschadigingen van de huid worden door de dwarslaesie niet doorgegeven aan de hersenen en daardoor reageer je hier vaak niet tijdig op.

      Hoe voorkom je het?
      Probeer schade aan je huid te voorkomen door hierop te anticiperen. Verder kan je je huid ondersteunen door deze goed schoon en droog te houden.

      Hoe behandel je het?
      Dit is afhankelijk van de oorzaak van de schade van de huid.

      Laatst aangepast op 29/03/2017 13:35  
  • Autonome dysreflexie
    • Bij een dwarslaesie boven T6 kunnen beschadigingen aan de huid leiden tot autonome dysreflexie. Dit is een levensbedreigende situatie waarbij de bloeddruk snel heel hoog oploopt.

      Laatst aangepast op 29/03/2017 13:38  
  • Bevriezing
    • Wat is het?
      Bevriezing is schade aan de huid en/of het weefsel eronder, veroorzaakt door kou. Een bevriezingswond kan al ontstaan bij een omgevingstemperatuur onder de 12°C. De kou zorgt voor het samentrekken van bloedvaten om zo het verlies aan warmte te beperken. Daardoor wordt de bloed- en zuurstoftoevoer in het weefsel minder. Wanneer de temperatuur heel laag is, bevriest het vocht in de cellen en vormen zich kristallen. Dan heb je zeer ernstige schade aan de huid.

      Er zijn verschillende gradaties in ernst van bevriezing, die erg lijken op de gradaties bij verbranding. Brandwonden merk je echter direct en bevriezingswonden ontstaan veel langzamer.

      Een slechte doorbloeding is een ongunstige factor voor het ontstaan van bevriezingswondens.

      Hoe komt het?
      Het signaal dat de huid te koud is, komt door de dwarslaesie niet meer aan in de hersenen. Je wordt dus niet gewaarschuwd en daardoor onderneem je geen actie om op te warmen.

      Hoe voorkom je het?
      Kleed jezelf warm aan bij koud weer, zorg dat je niet helemaal tot op je huid nat wordt bij regen en blijf niet te lang met natte kleren aan zitten.

      Hoe behandel je het?
      Bij bevriezing van de huid moet deze voorzichtig opgewarmd worden. Dit kan met warm water of met lichaamswarmte. Wanneer je warm water gebruikt, zorg dan dat dat dat niet te heet is, anders verbrandt je huid. Wanneer je de bevroren huid opwarmt met lichaamswarmte, zorg dan dat je niet wrijft, want daarmee maak je de huid kapot en richt je nog meer schade aan.

      Je kan de huid opwarmen door lichaamswarmte door bijvoorbeeld bevroren handen of vingers onder de oksel te klemmen of door de warme handen van een ander.

      Zorg ervoor dat de huid niet direct weer kan bevriezen, want dit geeft nog meer schade dan de oorspronkelijke bevriezing. Neem bij een bevriezing altijd contact op met je huisarts. Wanneer de bevriezing uitgebreid is of er sprake is van onderkoeling, bel dan 112.

      Laatst aangepast op 29/03/2017 13:39  
  • Brandwonden
    • Wat is het?
      Een brandwond is een beschadiging van de huid die wordt veroorzaakt door warmte, chemische stof of elektriciteit (www.brandwondenstichting.nl). De huid wordt beschadigd bij een temperatuur boven de 40°C.   

      Er zijn verschillende soorten verbrandingen:

      • Zonverbranding: verbranding van de huid door de zon. Dit geeft geen wond, maar wel een ontstekingsreactie van de huid.
      • Hete vloeistofverbranding: een blaar of een zeer pijnlijke wond door bijvoorbeeld een kop thee.
      • Contactverbranding: een blaar of een zeer pijnlijke wond door het aanraken van een heet voorwerp.
      • Vuur-/vlamverbranding: een wond door het contact met een (steek)vlam.
      • Verbranding door elektriciteit: een wond door elektriciteit.
      • Chemische verbranding: een wond door een chemische stof.


      Door een brandwond verliest de huid een deel van haar functies. Daardoor verlies je warmte en vocht. Bovendien kunnen bacteriën de kapotte huid binnendringen. Er zijn verschillende gradaties in ernst van brandwonden:

      • Eerstegraads verbranding: de huid is heel, maar rood en/of roze, droog en soms verdikt. Wanneer je nog gevoel hebt, kan het pijn doen.
      • Tweedegraads brandwond: er zitten blaren op de huid. Bij een oppervlakkige wond is de huid glanzend rood of roze en bij een diepe wond rood of wit. Verder is bij beide wonden de huid nat en voelt ze soepel aan. Wanneer je nog gevoel hebt, doet het pijn. Wanneer je blaren hebt of je huid is kapot, neem dan contact op met de huisarts.
      • Derdegraads brandwond: dit is een diepe wond, die wit en/of beige tot donkerbruin is. Verder is de huid droog, leerachtig en stug. Wanneer je nog gevoel hebt, doet een derdegraads verbranding geen pijn meer.

       

      Hoe komt het?
      Het signaal dat de huid beschadigt, komt door de dwarslaesie niet meer aan in de hersenen. Je wordt dus niet gewaarschuwd en daardoor trek je je arm/been niet op tijd terug.

      Hoe voorkom je het?
      Verbranding van de huid komt niet alleen door open vuur, maar ook door huishoudelijke apparaten die de grens van 40°C overschrijden.

      Een aantal tips om verbranding te voorkomen:

      • Pas de watertemperatuur niet aan als je onder de douche staat.
      • Zorg ervoor dat gebruik van water elders in huis geen invloed heeft op de watertemperatuur onder de douche.
      • Het water in bad mag nooit warmer zijn dan 42°C. Check dit vooraf met een thermometer of je hand.
      • Voeg geen heet water toe als je eenmaal in bad zit.
      • In de badkamer kunnen de pijpleidingen van het warme water heet worden.
      • Zet geen hete borden of hete dranken op of tussen je benen.
      • Zitting, gordels, de uitlaat en het stuur van de auto kunnen erg warm kan worden. Zeker wanneer de auto in de zon staat.
      • De verwarming in de auto kan brandwonden aan je voeten en/of benen veroorzaken.
      • Vermijd in bed het gebruik van een elektrische deken, een kruik of een pittenzak.
      • Let bij ovens en fornuizen op de verwarmingselementen en de deur.
      • Pas op met kookplaten en zorg ervoor dat je mouwen niet tegen de pannen komen.
      • Ga minimaal 2 meter van verwarming of vuur afzitten. Wanneer je gezicht heet aanvoelt, is de kans groot dat je voeten al verbranden.
      • Voetplaten van de rolstoel worden ook makkelijk te heet wanneer ze dicht bij een warmtebron staan.

       

      Hoe behandel je het?
      Koel een brandwond ongeveer 10 minuten met lauw, zacht stromend water. Koelen voorkomt dat de brandwond erger wordt en is zelfs tot 1 uur na de verbranding nog effectief. Koel alleen de verbrande lichaamsdelen, verwijder kleding die aan de wond blijft plakken niet, smeer er niets op en bedek het met een schone doek.

      Wanneer de huid kapot is of blaren vertoont, neem dan contact op met de huisarts. Ook wanneer dit pas een dag later is.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:37  
  • Decubitus
    • Wat is het?
      Decubitus is een ander woord voor drukplek. Decubitus is schade aan de huid en/of het weefsel eronder. Het komt vooral voor op plaatsen waar het bot dicht onder de huid ligt (zie afbeelding). Decubitus is gevaarlijk, omdat er bacteriën in de wond kunnen groeien, die in je bloedbaan terecht kunnen komen.

      in ruglig

         in zittende houding

      in zijlig

      in buiklog

      Afbeelding: Risicoplaatsen voor het ontstaan van drukplekken in verschillende houdingen (bron: spinalnet)

      Drukplekken worden ingedeeld in categorieën, naar de ernst van de wond:

      • Categorie I: de huid is heel, maar vertoont een rode vlek die niet verdwijnt als je er op drukt. Verder kan de huid blauwachtig verkleurd, warm en verhard zijn en vochtophoping vertonen. Er is al flinke schade aan de huid, zonder dat dit heel duidelijk te zien is.
      • Categorie II: vaak zit er op de huid een blaar gevuld met bloederig vocht of is de opperhuid droog en zwart. In dit stadium kunnen zeer oppervlakkige zweren ontstaan. De opperhuid en een deel van de lederhuid zijn beschadigd.
      • Categorie III: de huid heeft een diepe zweer, waarbij de afgestorven huid geel of zwart is. De opperhuid, de lederhuid en soms een deel van het onderhuids bindweefsel zijn beschadigd. De spieren onder de huid zijn nog niet aangetast.
      • Categorie IV: er zijn (soms wel centimeters) diepe wonden. De wond kan nog veel dieper en groter zijn dan dat je aan de oppervlakte ziet. Dit wordt holtevorming of ondermijning genoemd. De opperhuid, de lederhuid, het onderhuids bindweefsel en vaak ook de spieren onder de huid zijn beschadigd.


      Een drukplek hoeft deze categorieën niet achter elkaar te doorlopen. Een wond in categorie III hoeft niet eerst categorie I of II geweest te zijn.

      Hoe komt het?
      Drukplekken wordt veroorzaakt door druk-, schuif- en wrijfkrachten op de huid. Drukkrachten staan loodrecht op de huid, schuifkrachten in de lengterichting (bijvoorbeeld bij onderuitgezakt zitten) en wrijfkrachten dwars (bijvoorbeeld bij zijwaarts verplaatsen).

      Drukplekken kunnen door kortdurend hoge belasting maar ook door langdurig lage belasting veroorzaakt worden. Door deze belasting vervormt het weefsel en worden bloedvaatjes dichtgedrukt. Daardoor krijgt de huid in dit gebied te weinig zuurstof en voedingsstoffen meer en sterft deze af.

      Normaal gesproken geeft de huid aan de hersenen door wanneer de bloedtoevoer in een bepaald gebied afneemt. Dit voelt onaangenaam en je gaat verzitten of verliggen. Dit gebeurt onbewust. Door de dwarslaesie komt het signaal dat je van houding moet veranderen niet aan in de hersenen. Bovendien ben je door de dwarslaesie waarschijnlijk beperkt om de druk van het zitvlak te halen door te gaan staan of lopen. Deze combinatie zorgt ervoor dat drukplekken kunnen ontstaan.

      Een slechte voedingstoestand, slechte bloedcirculatie, uitdroging, afname van spierweefsel, spasmen en incontinentie voor urine en ontlasting zijn extra risicofactoren voor het ontstaan van drukplekken. 

      Hoe voorkom je het?
      Herstel van drukplekken duurt lang en voorkomen is beter dan genezen.

      De plekken die je goed moet controleren zijn de plekken waar de botten dicht onder de huid liggen en waar een hoop druk staat of waar lange tijd achter elkaar druk op staat (zie afbeelding):

      • In zit: zitbotten, stuitje, hielen en handpalmen.
      • In rugligging: hielen, stuitje, ellebogen, schouderbladen en achterhoofd.
      • In zijligligging: enkels, knieën, heupen, schouders en oor.
      • In buikligging: wreef, knieën, (bij de man) geslacht, heupen, schouders, kin en voorhoofd.
      • Bij het gebruik van hulpmiddelen moet je ook alert zijn op het ontstaan van drukplekken. Bijvoorbeeld verblijfskatheters, zakken, naden en/of plooien in kleding en het kussen waar je op zit, knellende sokken en/of schoenen.


      Bovendien zijn er een aantal leefregels die de kans op decubitus verminderen:

      • Leef gezond en stop met roken.
      • Verander minimaal elke 10 minuten van houding. Hiermee verminder je druk- en trekkrachten op het zitvlak en herstel je de doorbloeding. Dit kan door bijvoorbeeld door drukvermindering toe te passen.
      • Hanteer een goed huidmanagement. Verzorg je huid goed, controleer tweemaal daags op plekken en gebruik een spiegel voor gebieden die je niet kunt zien.
      • Neem bij twijfel direct contact op met je revalidatiearts of wondverpleegkundige.

       

      Hoe behandel je het?
      Een drukplek verdwijnt niet vanzelf. Wanneer je denkt dat je een plek hebt, zorg dan dat je dit deel van de huid niet belast tot je huid helemaal hersteld is. Door de huid niet te belasten, verbetert de doorbloeding. Dit zorgt voor een sneller herstel. Overleg met een ervaren arts of verpleegkundige of het nodig is om medische zorg in te schakelen.

      Een categorie I-wond, met dood niet-ontstoken weefsel onder de plek, hoeft niet verbonden te worden. Ook hoeft het weefsel niet weggesneden te worden. Wel moeten preventieve maatregelen (vaker) toegepast worden.

      Wanneer bij een categorie I-wond het weefsel onder de drukplek ontstoken is, moet dit met een scherp voorwerp worden weggesneden (debridement) en verbonden worden. Het is niet altijd mogelijk om het weefsel in één keer weg te snijden en soms moet het eerst losgeweekt worden. Vaak moet dit herhaald worden tot de wondbodem bedekt is met nieuw weefsel.

      Een categorie I-wond op de hiel is hier een uitzondering op: daar zal weefsel niet losgeweekt worden, maar wordt het pas weggesneden wanneer het weefsel helemaal los ligt van de wondrand.

      Bij een categorie II-wond wordt de blaar kapot geprikt en wondvocht gecontroleerd verwijderd. Dit bevordert de genezing. Daarna wordt de blaar afgedekt met verband of gaas. Ook een kapotte huid wordt afgedekt.

      Een categorie III- of IV-wond wordt altijd verbonden. Met welk materiaal dit gebeurt, is afhankelijk van de kenmerken van de wond. Wanneer het ontlasten van de drukplek categorie III of IV niet binnen een maand verbetering geeft of wanneer de prognose is dat het herstel lang gaat duren, kan het noodzakelijk zijn de wond chirurgisch te sluiten.

      Bij het chirurgisch sluiten van de wond wordt wordt gezonde huid en spier van ergens anders in het lichaam gebruikt. Deze operatie wordt uitgevoerd door een plastisch chirurg. Voor een goed resultaat is het belangrijk dat je in goede conditie bent en dat je voedingstoestand goed is. Deze operatie kan niet eindeloos worden herhaald. Bovendien volgt er na de operatie een lange periode van rust en voorzichtige mobilisatie.

      Genezen van een drukplek kost tijd. Over het algemeen geldt dat ieder dagdeel dat een plek belast wordt, deze twee dagen rust nodig heeft om te genezen. Gun jezelf deze tijd en overleg met je arts of je thuis kan herstellen. Soms is het beter dat je hiervoor naar een revalidatiecentrum of een ziekenhuis gaat. Decubitus geneest meestal sneller met deskundige zorg en adviezen.

      Mocht je thuis herstellen, zorg dan dat je de plek goed schoon en droog houdt en dat je de druk er vanaf houdt (bv. door andere lichaamshouding of een luchtwisseldruk matras). Zorg verder voor voldoende hulp bij dagelijkse taken.

      Verder is het verstandig om advies in te winnen over voeding. Eiwitrijke voeding ondersteunt de genezing van de wond. Tevens moet je (als je rookt) proberen te stoppen met roken, want dit verhoogt het risico op drukplekken en vertraagt de genezing van de wond.

      Laatst aangepast op 24/04/2017 06:59  
  • Ingegroeide teennagels
    • Wat is het?
      Bij een ingegroeide teennagel is de rand van de nagel in de omliggende huid gegroeid. De huid raakt geïrriteerd, er ontstaat een wondje en dit kan gaan ontsteken. Het komt het meest voor bij de grote teen, maar het kan ook bij andere tenen voorkomen.

      Symptomen:

      • Teen is rood, warm en gezwollen.
      • Wanneer je nog gevoel hebt, doet de teen pijn.
      • Wanneer de ingegroeide teennagel er al een tijdje is, heeft zich ‘wild vlees’ gevormd en kan er pus aanwezig zijn.

       

      Hoe komt het?
      Vaak ontstaat een ingegroeide teennagel doordat de nagel te rond en te kort is afgeknipt, doordat je schoenen knellen of omdat er sprake is van een afwijkende stand van de voet.

      De dwarslaesie op zich hoeft er niet voor te zorgen dat je eerder een ingegroeide teennagel krijgt dan voorheen. Het zorgt er wel voor dat je er wellicht minder snel achter komt, en dat de ingroeiing in een vergevorderd stadium is.

      Hoe voorkom je het?
      De kans op ingegroeide teennagels wordt kleiner als je je nagels recht en niet te kort afknipt. Zorg ervoor dat je je nagels niet afscheurt, want dit vergroot de kans op het ingroeien. De nagels kunnen het best geknipt worden nadat je in bad of onder de douche bent geweest; dan zijn je nagels het minst kwetsbaar. Draag verder schoenen die goed passen.

      Hoe behandel je het?
      Zelf kan je ruime schoenen dragen als je last heb van een ingegroeide teennagel. Zo zorg je ervoor dat er geen druk op de teen en teennagel komt.

      Een ontsteking wordt behandeld met Betadine of Sterilon. Verder kan een pedicure een gaasje plaatsen tussen de teen en de nagel. Op die manier kan de nagel niet verder ingroeien. Een oplossing die meer tijd kost is het plaatsen van een nagelbeugel. Dit is een dun stalen draadje om de nagel, die iedere 6 weken wat rechter getrokken wordt.

      De huisarts kan een watje of rubber gootje onder de nagel aanbrengen, zodat de nagelpunt weer over het nagelbed heen groeit in plaats van erin. ‘Wild vlees’ wordt vaak aangestipt met zilvernitraat.

      Wanneer deze behandelingen geen baat hebben en de klacht veelvuldig terugkeert, is in overleg met je arts een operatie mogelijk. Deze operatie maakt de nagel definitief smaller, waardoor de kans op ingroeien sterk vermindert. Voor de operatie wordt de teen door middel van twee spuiten verdoofd en wordt er een rubberband om de teen heen gebonden om de bloedtoevoertijdelijk te stoppen.

      Er zijn twee soorten operaties:

      • Partiële nagelextractie; hierbij wordt een lengtestrook van de teennagel inclusief de nagelwortel weggehaald. De teennagel wordt ingeknipt tot onder de nagelriem en aan de kant van de ingroei wordt de nagel met een tangetje weggetrokken. Daarna wordt onder de nagelriem een wattenstaafje met vloeistof geplaatst, dat de achtergebleven nagelcellen doodt. Hierna wordt de teen schoongemaakt en verbonden.
      • Wigexcisie; hierbij wordt een driehoek van de ingegroeide nagel en het nagelbed weggesneden. Daarna wordt de huid gehecht.
      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:37  
  • Voetschimmel
    • Wat is het?
      Voetschimmel is een schimmelinfectie van de huid van je voeten, met name tussen je tenen. Het wordt ook wel zwemmerseczeem genoemd.

      De symptomen van voetschimmel zijn:

      • Grijs-witte huidschilfertjes of roodheid van de huid met schilfering, vaak tussen de tenen.
      • Blaasjes, die na verloop van tijd indrogen tot bruine vlekjes of kostjes en dan afschilferen. Deze blaasjes zitten vaak op de voetzool.
      • Kloofjes tussen de tenen.
      • Onaangename geur.
      • Gele verkleuring van de nagels.

      Schimmelinfecties tasten de structuur van je huid aan. Hierdoor kunnen er gemakkelijker drukplekken op de voeten ontstaan.

      Hoe komt het?
      Schimmels geven pas een probleem als zij een zwakke plek in de huid vinden en daar binnendringen. Warmte en vocht maken je huid week en dit kan zorgen voor die zwakke plek. Wanneer de schimmel binnendringt, kan deze een infectie veroorzaken.

      De dwarslaesie op zich zorgt er niet voor dat je vatbaarder bent voor schimmels. Het zorgt er wel voor dat je een schimmelinfectie wellicht minder snel opmerkt en zo vatbaarder bent voor het ontstaan van drukplekken op de voeten.

      Hoe voorkom je het?
      Was je voeten zonder zeep en droog ze goed af, ook tussen de tenen. Draag katoenen of wollen sokken en goed ventilerende, niet te nauwe schoenen.

      Hoe behandel je het?
      Wanneer je last hebt van een voetschimmel, moet je een antischimmelpoeder of -crème gebruiken. Als er na een week geen verbetering optreedt, raadpleeg een dokter. Wanneer de schimmel een ontsteking veroorzaakt is een ziekenhuisopname en antibiotica noodzakelijk.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:23  
  • Drukplekken voorkomen
    • Drukplekken kunnen ontstaan op plekken waar het bot dicht onder de huid ligt en plekken waar veel druk op komt of waar lange tijd achter elkaar druk op komt. Ga nooit op een beginnende drukplek zitten of liggen.

      Een aantal adviezen om drukplekken te voorkomen:

      • In je rolstoel:
        • zorg dat deze goed is ingesteld.
        • gebruik een geschikt kussen, gebruik het op de juiste manier en vervang het op tijd.
        • pas drukvermindering toe.
        • wees alert op de knokkels van tenen, voeten en enkels.
        • bewaar harde voorwerpen niet in zakken van kleding of onder/tussen je benen.
        • vermijd een half onderuitgezakte houding.

      • In je douche-toiletstoel:
        • zorg dat de douche-toiletstoel goed onderhouden wordt.
        • dek uitstekende onderdelen af met isolatietape.
        • zorg dat de remmen het goed doen op natte oppervlakten.
        • houd de banden hard.
        • wees voorzichtig met voeten en enkels tijdens de transfer.

      • In je bed:
        • zorg voor een goed ondersteunend matras en vervang het iedere 8-10 jaar of eerder indien nodig.
        • zorg dat (onder)lakens kreukvrij zijn.
        • vermijd posities waarbij je benen elkaar raken en gebruik kussens om dit te voorkomen (in 90 graden zijligging).
        • draai regelmatig.
        • slaap in buikligging als dit mogelijk is.
        • gebruik geen elektrische dekens, kruiken of pittenzakken.
        • zorg dat de deken niet voor extra gewicht bij de voeten zorgt.
        • vermijd een half zittende-half liggende houding bij een verstelbaar hoofdeinde.

      • Kleding:
        • zorg dat kleding goed past als je zit en verwijder achterzakken en/of scherpe delen van je broek.
        • zorg dat ondergoed geen naden heeft of draag het binnenstebuiten.
        • thermisch ondergoed houdt je warm en laat vaak geen afdrukken achter.
        • zorg dat bovenkleding ruim genoeg rond je armen en schouders zitten voor meer bewegingsvrijheid.

      • Schoenen/sokken:
        • zorg dat je geschikte schoenen voor het seizoen draagt en dat ze 1-2 maten te groot zijn.
        • controleer bij nieuwe schoenen je huid de eerste dagen extra zorgvuldig.
        • zorg dat sokken niet plooien en ze geen strakke elastische rand hebben.
        • draag sokken binnenstebuiten huidcontact met naden te vermijden.

      • In de auto:
        • gebruik een schapenvacht (kan ook in bed of rolstoel).
        • draag je autogordel voor rompbalans, bij een hoge laesie kan je een extra borstgordel gebruiken.
        • stop regelmatig (elke 100km) en kom uit de auto om drukvermindering toe te passen.
        • sleep bij de transfer je huid niet over het rolstoelwiel of langs de deurstijl.
        • bescherm je voeten als je rijdt.
        • let op uitlaatpijpen: deze zijn heet en scherp.
        • pas op voor verbranding: autozittingen, gordels, het stuur, de schakelpook, de uitlaatpijp worden erg heet, zeker als de auto in de zon staat. Ook de verwarming kan verbranding aan je voeten veroorzaken.
      Laatst aangepast op 29/03/2017 13:59  
  • Huid controleren
    • Controleer je huid iedere ochtend en avond op plekjes. Gebruik een spiegel voor delen die je niet kunt zien. Plekken die extra aandacht nodig hebben, zijn plekken waar de botten dicht onder de huid liggen en waar een hoop druk op staat of waar lange tijd achter elkaar druk op staat.

      Laatst aangepast op 29/03/2017 14:01  
  • Huid verzorgen
    • Houd huid goed vet door voorzichtig met vette zalf te smeren. Verschoon je zo snel mogelijk na een incontinentie-incident, zodat urine en ontlasting geen tijd krijgen om op de huid in te werken en deze zo te beschadigen.

      Een slechte voedingstoestand, slechte bloedcirculatie, uitdroging, afname van spierweefsel en spasme hebben ook allemaal invloed op de conditie van je huid.

      Laatst aangepast op 08/07/2016 09:25  
  • Druk verminderen
    • Drukvermindering is belangrijk om schade aan de huid te voorkomen. Door drukvermindering worden bloedvaatjes niet langdurig afgekneld en sterft weefsel niet af. Pas het iedere 10 minuten, 30-60 seconden lang, toe en gebruik een alarm ter herinnering. Wanneer je dit zelf niet kan doen, moet iemand anders je helpen met verzitten of verliggen.

      Zittend kan je de druk verminderen door:

      • Zijwaarts leunen; leun zo ver zijwaarts dat je zitbot van je rolstoel afkomt, zowel naar links als naar rechts.
      • Voorover leunen; leun naar voren en leg je ellebogen op je knieën. Zorg ervoor dat je niet uit je rolstoel kiept en dat je rolstoel niet voorover kantelt. De eerste keer is het handig dat iemand je hierbij helpt.
      • In een elektrische rolstoel; kantel je rolstoel naar achteren gedurende enkele minuten.
      • Liften; bij liften til je met behulp van je armen je hele zitvlak van de zitting af. Je hebt hiervoor redelijk goede arm- en schouderkracht nodig. Bovendien moet je dit vrij lang vol kunnen houden om echt druk te verminderen. Daarom gaat de voorkeur uit naar zijwaarts en voorover leunen.

      Liggend kun je rekening houden met het volgende:

      • Ga niet vol op je zij liggen (90 graden zijligging), het is beter om in 30 graden zijligging te liggen (zie afbeelding).
      • Neem geen halfzittende houding aan.

      30 graden zijlig
      Afbeelding: 30 graden zijlig (bron: landelijke multidisciplinaire richtlijn decubituspreventie en -behandeling)

       

      Laatst aangepast op 29/03/2017 14:05  
  • Mobiliseren na een drukplek
    • Genezen van een drukplek kost tijd. Gun jezelf deze tijd. Over het algemeen geldt dat ieder dagdeel dat een decubitusplek belast wordt, deze twee dagen rust nodig heeft om te genezen. Dus een decubitusplek die in een paar uur ontstaat, kan tot 6 maanden nodig hebben om te genezen.

      Wanneer je huid er beter uitziet, betekent dit niet dat het gebied volledig hersteld is. Vaak is daar meer tijd voor nodig. Zodra de drukplek volledig genezen is, kan je gaan mobiliseren. Dit betekent dat je langzaam de tijd uitbouwt om de plek weer te belasten. Zie tabel voor een voorbeeld van een mobilisatieschema.

      Wanneer de plek rood wordt na belasting en deze binnen een half uur wegtrekt, mag je verder gaan met het schema. Wanneer de roodheid niet binnen een half uur wegtrekt, moet je wachten op het moment dat dit wel gebeurt. Pas dan mag je verder gaan met het schema.

      Wanneer de huid weer open gaat, moet je stoppen met het schema en de wond weer ontlasten. De wond moet eerst weer genezen. Daarna begin je weer bij de eerste dag.

       

      Tabel: Mobilisatieschema na een gesloten drukplek (bron: Weer op Weg, DON)

      Dag 1:            

      2 x 15 minuten

      Dag 2:            

      1 x 15 minuten + 1 x ½ uur

      Dag 3:            

      2 x ½ uur

      Dag 4:            

      1 x ½ uur + 1 x 1 uur

      Dag 5:            

      1 x 1 uur + 1 x 1½ uur

      Dag 6:            

      2 x 1½ uur

      Dag 7:            

      1 x 1½ uur + 1 x 2 uur

      Dag 8:            

      1 x 2 uur + 1 x 2½ uur

      Dag 9:            

      2 x 2½ uur

      Dag 10:          

      1 x 2½ uur + 1 x 3 uur

      Dag 11:          

      2 x 3 uur

      Dag 12:          

      1 x 3 uur + 1 x 3½ uur

      Dag 13:          

      2 x 3½ uur

      Dag 14 + 15:  

      volledig mobiliseren met 2x controle (rond 13u en 18u) van de huid gedurende 2 dagen

       

      Laatst aangepast op 24/04/2017 07:07  
  • Evaluatie decubituswond
    • De arts stelt vast in welke categorie de decubituswond valt. Verder zal hij/zij kijken naar de conditie van het weefsel, tekenen die duiden op infectie, de vochtigheid van de wond en de wondranden.

      De lengte, breedte en diepte van de wond worden gemeten. Dit kan met een speciaal wattenstaafje (Decustick), door een meetlat of doorzichtig ruitjespapier naast de wond te leggen. Soms wordt hier een foto van gemaakt om de evaluatie van het verloop van herstel te vergemakkelijken.

      Verder zal de arts kijken hoever de wond onder de huid doorloopt (ondermijning). Dit kan met een Decustick of door de wond te vullen met vloeistof. Het volume van de wond is zo groot als de hoeveelheid vloeistof die er ingespoten kan worden.

      Een kweek van de huid wordt alleen genomen wanneer de wond geïnfecteerd is en de standaard antibiotica niet aanslaat.

      Laatst aangepast op 29/03/2017 14:15  
  • Bronnen
  • Verder lezen
    • Landelijke multidisciplinaire richtlijn decubitus preventie en behandeling

      Op de website van SCIRE (Spinal Cord Injury Rehabilitation Evidence) kun je vinden wat er aan wetenschappelijke onderbouwing van dwarslaesierevalidatie beschikbaar is. Deze informatie is vooral gericht op professionals en wordt regelmatig geactualiseerd. Voor meer informatie over drukplekken en de preventie en behandeling van drukplekken klik hier.

      De site van Paralyzed Veterans of Amerika biedt een handleiding over drukplekken aan voor mensen met een dwarslaesie (Engelstalig).
      Pressure ulcers: what you should know

      De volgende website biedt factsheets gebaseerd op wetenschappelijke informatie toegankelijk aan. De informatie is speciaal geschreven voor mensen met een dwarslaesie en andere belangstellenden.  

      Laatst aangepast op 31/03/2017 13:10