Categorie afbeelding

DARMEN

De darmen bevinden zich in de buikholte en zorgen voor de vertering van het voedsel. De aansturing van de darmen gebeurt deels door de darmen zelf en deels vanuit het ruggenmerg. Daardoor blijft de spijsvertering werken na het oplopen van de dwarslaesie. Het kan wel iets langzamer gaan dan daarvoor. De aansturing van de spieren waarmee je je ontlasting ophoudt is verstoord door de dwarslaesie, maar door goed darmmanagement kun je hier enigszins controle over houden.


Kies een onderwerp voor meer informatie

Anatomie en functie van de darmen

Samen met de mond, de slokdarm en de maag vormen de darmen het spijsverteringskanaal (tractus digestivus). De darmen bestaan achtereenvolgens uit de dunne darm, de dikke darm, de endeldarm en de anus. Hun functie is het transport en de vertering van voedsel, de opname van voedingsstoffen en het vormen en lozen van ontlasting.

Afbeelding: Anatomie van de darmen (bron: © 2005 Terese Winslow
U.S. Govt. has certain rights - vertaald door antikankerfonds.org)


De darmen bij een dwarslaesie / caudalaesie

De spieractiviteit van de darmen zal door de dwarslaesie afnemen, maar niet geheel verdwijnen. De darmen blijven voedsel verwerken en voedingsstoffen opnemen. De aansturing van de sluitspieren is wel verstoord, waardoor je incontinent kunt zijn voor ontlasting. Afhankelijk van de hoogte van de dwarslaesie is het laatste deel van de darm slap verlamd of ontstaat hier een reflexdarm.


Veelvoorkomende problemen en oplossingen

Het ALLRISC onderzoek laat zien dat bij 95% van de mensen met een dwarslaesie de aansturing van de sluitspier verstoord is. Dit heeft gevolgen voor je stoelgang. Hieronder kun je meer lezen over veelvoorkomende problemen, wat je kunt doen om het te voorkomen en wat je kunt doen als je er last van hebt.


Darmmanagement

Het ALLRISC onderzoek laat zien dat slechts 7% van de mensen met een dwarslaesie op de normale kan poepen. De belangrijkste reden is dat het gevoel van aandrang verstoord is: slechts 17% voelt dit, 40% voelt dit niet en bijna de helft (45%) voelt dit indirect. Dit kan leiden tot incontinentie voor ontlasting. Goed darmmanagement zorgt ervoor dat je zoveel mogelijk controle houdt over je darmen en zo min mogelijk last van incontinentie hebt.


Diagnostiek bij problematiek

Om problemen aan de darmen en anus op te sporen, wordt er lichamelijk onderzoek gedaan en kan er aanvullend gebruik gemaakt worden van beeldvormeld onderzoek.


Bronnen en verder lezen

Naast de bronnen die in de totstandkoming van de Wiki zijn genoemd, zijn voor het hoofdstuk over de darmen een aantal specifieke bronnen geraadpleegd. Deze bronnen zijn hier te vinden. Tevens kun je hier meer lezen over wetenschappelijk onderzoek rondom dit thema.


  • De mond, de slokdarm en de maag
    • De spijsvertering begint in je mond. Door te kauwen maal je het voedsel fijn en vermeng je het met speeksel. Speeksel zorgt ervoor dat je je eten goed door kunt slikken en bevat enzymen die het voedsel afbreken.

      De slokdarm (oesophagus) verbindt de mond met de maag. De slokdarmwand bestaat uit spieren, die een ritmische beweging maken om het voedsel in de maag te krijgen (peristaltiek). De slokdarm wordt van de maag afgesloten met een sluitspier: de slokdarmsfincter. Deze zorgt ervoor dat de maaginhoud niet terug kan stromen naar de slokdarm.

      In de maag worden maagsappen toegevoegd aan de voedselbrij. Maagsappen zijn erg zuur en kunnen de slokdarm beschadigen wanneer deze in de slokdarm in komen. De slokdarmsfincter voorkomt dat dit kan gebeuren. Bij de uitgang van de maag naar de darmen zit ook een sluitspier: de pylorus. Deze zorgt ervoor dat voedsel in kleine porties naar de darm wordt doorgelaten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:08  
  • De dunne darm
    • De dunne darm (intestinum tenue) is ongeveer 5 meter lang. Hij bestaat uit drie delen: de twaalfvingerige darm (duodenum), de nuchtere darm (jejunum) en de kronkeldarm (ileum). De darmwand is gespierd en trekt ritmisch samen (peristaltiek). Dit wordt aangestuurd door de darmen zelf en gaat automatisch, je kunt hier geen invloed op uitoefenen. Door deze peristaltiek wordt het eten richting de dikke darm gestuwd.

      In de dunne darm vindt het belangrijkste deel van de spijsvertering plaats. De darmwand scheidt enzymen af, die voedsel afbreken tot kleine voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen worden via de wand van de dunne darm opgenomen in het bloed. Wanneer de voedingsstoffen uit het voedsel zijn gehaald blijft er een vloeibare en onverteerbare massa over.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:08  
  • De dikke darm
    • De dikke darm (colon) is ongeveer 1 meter lang en bestaat uit vijf delen: de blinde darm (caecum), de opgaande dikke darm (colon ascendens), de dwarse dikke darm (colon transversum), de neergaande dikke darm (colon descendens) en het sigmoïd (colon sigmoïdeum). De dikke darm maakt ritmische bewegingen om vocht en zouten aan de ontlasting te ontrekken en het voedsel richting de endeldarm te stuwen.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:09  
  • De endeldarm
    • De endeldarm (rectum) is het laatste deel van de dikke darm en is een tijdelijke opslag voor ontlasting. Wanneer deze vol is gaat er een seintje naar je hersenen; je krijgt aandrang om te poepen.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:10  
  • De anus
    • De ontlasting verlaat het lichaam via de anus. De anus wordt afgesloten door twee spieren; de interne en de externe sluitspier (m. sphincter ani internus en m. sphincter ani externus). De interne sluitspier wordt onbewust aangestuurd; de externe sluitspier wordt bewust aangestuurd.

      Als de endeldarm vol ontlasting zit, rekt de interne sluitspier uit. Als gevolg daarvan ontspant de interne sluitspier en spant de externe sluitspier aan. Dit is een reflex en hier kun je geen invloed op uitoefenen. De externe sluitspier kun je wel bewust aansturen. Dit zorgt er voor dat je je ontlasting op kunnen houden tot je een goed moment hebt gevonden om naar de wc te gaan.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:11  
  • Spinale shock fase
    • De spinale shockfase duurt van enkele dagen tot drie maanden na het ontstaan van de dwarslaesie. In deze fase stopt alle reflexactiviteit onder het laesieniveau. Deze tijdelijke verlamming van het spijsverteringskanaal zorgt ervoor dat alleen de peristaltiek in de darmwand gehandhaafd blijft maar de stimulatie vanuit het ruggenmerg stopt. Hierdoor kan de voedselbrij langzamer door de darm gaan en dit kan leiden tot een darmafsluiting.

      Na de spinale shockfase keren bij een dwarslaesie boven T12 reflexen terug en ontstaat een reflexdarm. Bij een dwarslaesie onder T12 keren de reflexen niet terug en ontstaat een slappe darm.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:05  
  • Slappe darm
    • Bij een dwarslaesie onder T12 komt het signaal dat je aandrang hebt niet meer aan in de hersenen. Ook de reflex, waardoor de ontlasting naar buiten geduwd wordt als de endeldarm te vol is, werkt niet meer. Wanneer de externe sluitspier verlamd is, lekt de ontlasting meestal naar buiten en heb je last van incontinentie.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:14  
  • Reflexdarm
    • Bij een dwarslaesie van T12 of hoger krijg je een reflexdarm. Het signaal dat je aandrang hebt, komt niet meer aan in de hersenen. De reflex, waardoor de ontlasting naar buiten geduwd wordt als de endeldarm te vol is, werkt nog wel. De bewuste aansturing van de externe sluitspier is echter verstoord en je kunt je ontlasting niet ophouden tot je een geschikt moment gevonden hebt om naar de wc te gaan. Wanneer de endeldarm vol is, zal de ontlasting vanzelf naar buiten geduwd worden.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:16  
  • Slokdarmsfincter
    • De slokdarmsfincter is het klepje dat de slokdarm van de maag scheidt. Het zorgt ervoor dat de zure maaginhoud niet in de slokdarm komt. Bij een hoge dwarslaesie kan dit klepje slapper zijn dan normaal. Hierdoor is het mogelijk dat er maaginhoud terugstroomt in de slokdarm (reflux). Dit geeft ontsteking van het slijmvlies van de slokdarm.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:06  
  • Informatie specifiek voor caudalaesie
    • Bij een caudalaesie zijn de zenuwen beschadigd die het onderste deel van de dikke darm (endeldarm) en de sluitspier aansturen. Dit wordt ook wel een neurogene darm genoemd. Hoe erger de zenuwgeleiding verstoord is, hoe ernstiger de problemen. Een caudalaesie leidt vaak tot een slappe darm.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 14:15  
  • Informatie specifiek voor caudalaesie
    • Welke problemen kun  je met je darmen hebben?
      Als je een caudalaesie hebt, kun je de volgende problemen met je darmen hebben:

      Je voelt het signaal, dat de endeldarm vol is, minder goed of helemaal niet. Je hebt geen betrouwbare aandrang meer om te ontlasten. De reflex van de darm om zich te legen, komt niet meer op gang. De darm raakt geleidelijk vol. De darmbewegingen worden minder. Dit kan verschillende klachten geven:

      Je kunt ook 'paradoxe diarree' hebben. Harde ontlasting vormt dan een soort stop in je darmen. Alleen dunne ontlasting kan daar langs. Je moet dan juist laxerende maatregelen nemen. Als je diarree hebt, is het dus belangrijk om uit te zoeken wat de oorzaak is.

      Je sluitspier (kringspier) werkt niet goed. In combinatie met verminderd gevoel kan dat leiden tot winderigheid. In ernstigere gevallen kan het ook ongewild verlies van ontlasting tot gevolg hebben (incontinentie).

      Wat kun je er aan doen?
      Er zijn verschillende manieren om je darmen te 'managen'. Doel is dat je zo min mogelijk wordt beperkt bij je dagelijkse activiteiten en dat je zo min mogelijk tijd kwijt bent aan de ontlasting.

      Heb je last van trage darmen of verstopping?
      Als je milde darmproblemen hebt, lukt het soms om je darmen op gang te houden met vezelrijk eten op vaste tijden, gecombineerd met voldoende beweging, eventueel aangevuld met extra vezels in poedervorm. Hierdoor verbetert de samenstelling van je ontlasting en wordt die beter door je darmen heen getransporteerd. Als je minimaal twee keer per week ontlasting hebt en daar geen verdere klachten van ondervindt, zijn zwaardere methoden niet nodig.

      Adviezen ten aanzien van voeding en beweging:

      • Drink veel water.
      • Eet veel vezels: groenten, fruit, volkoren brood, etc. Pruimen staan bekend om hun laxerende werking. De vezels binden water aan de ontlasting, waardoor die soepeler wordt.
      • Eet regelmatig, dus niet wanneer het uitkomt, maar zoveel mogelijk op vaste tijden.
      • Beweeg regelmatig: een actief leven stimuleert de darmwerking. Zoek het ook in de kleine dingen: neem niet de auto, maar de fiets voor kortere afstanden, neem de trap in plaats van de lift, beweeg zelf je rolstoel voort in plaats van dat je je laat duwen, gebruik een handbike.


      Lymfeklierdrainage: op het caudalaesieforum rapporteren mensen positieve effecten van lymfeklierdrainage op hun darmwerking. Een lymfeklier-/oedeemtherapeut masseert met lichte ritmische draaibewegingen de buik of een ander lichaamsdeel, om zo afvalstoffen en vocht af te voeren. Als je interesse hebt in deze therapie, informeer dan eerst bij je zorgverzekeraar of deze wordt vergoed en zo ja, hoe vaak.

      Extra vezels in poedervorm: vezelrijk eten kun je zo nodig ondersteunen door extra vezels te slikken, bijvoorbeeld in poeder dat je oplost in water. Je koopt ze bij de apotheek. Informeer bij je revalidatiearts naar de mogelijkheid om de poedervezels vergoed te krijgen. Als je stoelgang, ondanks goede voeding en veel beweging, moeizaam blijft, is het misschien goed om te gaan toucheren of darmspoelen. Dat kan ook nodig zijn bij ernstige verstopping. Het is best een grote stap om op een van deze methoden over te gaan, maar doorgaans went het snel.

      Toucheren: bij toucheren haal je met je vingers de ontlasting via je anus eruit. Dat kan bijvoorbeeld 1x per dag, op een vast tijdstip, maar sommige mensen doen het 1x in de 2 dagen of 1x in de 3 dagen. Toucheren kun je zittend op het toilet doen of liggend op bed.

      Darmspoelen: bij darmspoelen breng je met een pompsysteem via de anus een bepaalde hoeveelheid water in je darmen. Je houdt het water even tegen en als je daarna het water loslaat, komt de ontlasting met het water naar buiten. Er bestaan verschillende pompsystemen en spoeltechnieken. Een revalidatieteam kan je helpen bij het uitproberen van het systeem en de techniek die voor jou het beste is.
      Voor mensen, waarbij de sluitspier heel slap is, kan deze methode soms niet geschikt zijn omdat het apparaat dan niet goed in de anus blijft zitten.

      Stoma: als je al heel lang worstelt met je darmen, je verschillende methoden hebt uitgeprobeerd en je ontlasting je leven gaat bepalen, dan kan een stoma een laatste redmiddel zijn. Een colostoma (ook wel dikke darm stoma genoemd) is een kunstmatige uitgang van de dikke darm. Zo'n colostoma wordt aangelegd als een gedeelte van de dikke darm (en eventueel de endeldarm) is weggenomen of buitenwerking wordt gesteld. Het uiteinde van het overgebleven stuk darm wordt dan naar buiten gehaald en aan de buikwand vastgehecht.

      LET OP: microklysma's werken niet als je een caudalaesie hebt: deze worden gebruikt om de ontlastingsreflex op te wekken, maar die werkt niet omdat de zenuw die prikkel niet meer (goed) doorgeeft.

      Heb je last van een verlamde kringspier (winderingheid, incontinentie)?
      Winderigheid: tegen winderigheid is weinig te doen. Een dieet kan helpen om gasvorming te voorkómen.

      Incontinentie voor ontlasting: verlies je ongewild ontlasting, dan is het goed 'managen' van je darmen extra belangrijk, bijvoorbeeld via toucheren of darmspoelen. Je haalt de ontlasting dan naar buiten voordat deze via de verslapte kringspier vanzelf naar buiten loopt. Voor extra zekerheid zijn hulpmiddelen beschikbaar zoals absorberende incontinentiematerialen of anale tampons. Deze zijn verkrijgbaar bij de apotheek. Je arts kan advies geven over het gebruik. Een anale tampon is alleen voor gebruik af en toe, bijvoorbeeld als je naar een feestje wil.

      Overloopdiarree: deze vorm van diarree ontstaat als gevolg van verstopping: alleen de dunne ontlasting kan langs de prop met harde ontlasting. Je moet dan laxeermiddelen gebruiken om ervoor te zorgen dat de harde ontlasting naar buiten komt. Lees ook de adviezen hierboven, bij 'verstopping'.

      Wat gebeurt er met je darmen als je ouder wordt en al lange tijd een caudalaesie hebt?
      Ook - en misschien juist - als je al jaren een caudalaesie hebt, blijft je ontlastingspatroon de nodige aandacht vragen. Je darmen krijgen het steeds moeilijker, ze raken uitgezet en de kans op verstopping wordt groter.

      Heb je al langer een caudalaesie, let dan dus nog meer op je voedings- en bewegingspatroon.

      Je hebt in de loop van de jaren een bepaalde darmroutine ontwikkeld, maar je lichaam verandert. Zeker als je ouder wordt, is het goed om daar af en toe bewust bij stil te staan. Kijk regelmatig kritisch met je revalidatiearts of met de continentieverpleegkundige in het revalidatiecentrum of een nieuwe aanpak nodig is. Misschien ben je gewend geraakt aan een bepaalde druk in je buik en besef je niet meer dat er te veel ontlasting in je darmen zit - wat onder andere kan leiden tot blaasontstekingen. Op een buikfoto is te zien of je darmen inderdaad leeg zijn nadat je hebt gepoept.

      Waar kun je hulp zoeken?
      De revalidatiearts is de arts die het meest weet van neurogene darmproblemen en die je dus kan adviseren. Alleen als je bijvoorbeeld diarree hebt die niet overgaat en de revalidatiearts denkt dat er een andere oorzaak kan zijn, zul je worden doorverwezen naar een Maag-, Darm- en Lever (MDL)-arts.

      De in dwarslaesie gespecialiseerde revalidatiecentra hebben meestal ook incontinentieverpleegkundigen in dienst. Zij kunnen je helpen bij alle praktische vraagstukken rond het darmbeleid: hoe gebruik je een darmspoelapparaat, hoe werkt toucheren, hoe ga je om met incontinentie, enz.

      Laatst aangepast op 29/03/2017 11:21  
  • Aambeien
    • Wat is het?
      Aambeien (hemorroïden) zijn zwellichaampjes in de endeldarm en net boven de anus. Deze zwellichaampjes zorgen ervoor dat je anus goed afsluit. Wanneer er regelmatig hoge druk op de zwellichaampjes komt te staan, raken ze geïrriteerd en kunnen ze opzwellen en uitzakken.

      In de volksmond hebben we het over aambeien wanneer deze zwellichaampjes geïrriteerd en opgezwollen zijn. Bijna 40% van de mensen met een dwarslaesie heeft last van aambeien (ALLRISC).

      Er zijn inwendige, uitwendige en uitpuilende aambeien. Inwendige aambeien zitten in de endeldarm, uitwendige aambeien zitten buiten de endeldarm na de kringspier en uitpuilende aambeien zitten in de endeldarm en puilen door de kringspier heen naar buiten. In een uitpuilende aambei kan een bloedprop ontstaan, die blauw opzwelt. Als het gevoel in de anus niet gestoord is, veroorzaakt dit veel pijn. Dit heet een getromboseerde aambei.

      Symptomen van aambeien zijn:

      • Bloed op het wc-papier of bloed tijdens het laxeren of toucheren
      • Zichtbare zwelling rond de anus
      • Indien er gevoel aanwezig is: branderig gevoel en/of jeuk aan de anus
      • Bij mensen met een dwarslaesie boven T12: toename van beenspasmen

       

      Hoe komt het?
      Aambeien ontstaan door een verhoogde druk rond de anus. Ze worden vaak veroorzaakt door verstopping en hard persen bij het poepen. Bij een dwarslaesie zijn bovendien de vaten onder de laesie verwijd, wat het risico op aambeien vergroot. Mensen met een slappe darm en constipatieproblemen hebben meer risico op aambeien.

      Door de dwarslaesie zijn er nog andere factoren, zoals toucheren, die de kans op aambeien vergroten.

      Hoe voorkom je het?
      Een aantal adviezen om aambeien te voorkomen:

      • Toucheer voorzichtig en gebruik hier liefst glijmiddel en handschoenen bij
      • Probeer niet te persen tijdens het poepen
      • Algemene adviezen: gezond, gevarieerd en vezelrijk eten en voldoende drinken (1,5-2 liter vocht per dag, indien je vezelrijk eet zelfs nog meer) waardoor de ontlasting niet te hard wordt. En zorg voor genoeg lichaamsbeweging.

       

      Hoe behandel je het?
      De huisarts kan aambeien vaststellen door de anus inwendig (rectaal toucher) en uitwendig te onderzoeken. Soms gebeurt dit door middel van een proctoscopie. In principe genezen aambeien vanzelf, maar er zijn zalven of zetpillen beschikbaar die pijnstillend werken of die pijn en jeuk verminderen als dat door het aanwezige gevoel een probleem is.

      Wanneer je chronische aambeien hebt, kunnen ze verwijderd worden door:

      • Rubberbandigatie volgens Barron: het afbinden van de aambei met een rubberen elastiekje. Na 7-10 dagen valt de afgestorven aambeien eraf. Het wondje geneest met een klein litteken. Soms moet dit nog 1 keer of vaker herhaald worden, afhankelijk van het aantal aambeien.
      • Dichtschroeien van de bloedvaatjes in de aambei. Dit zorgt ervoor dat de aambei afsterft.
      • Inspuiten van een irriterende vloeistof onder het slijmvlies, waardoor de aambei verschrompelt.
      • Soms is een operatie nodig bij een hele grote aambei (hemorroidectomy). Daarbij wordt de aambei chirurgisch weggesneden.


      Het ALLRISC onderzoek laat zien dat 5% van de mensen met een dwarslaesie een ingreep heeft gehad om aambeien te verwijderen.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:33  
  • Anale kloven
    • Wat is het?
      Anale kloven (of anaal fissuur) zijn spleetjes of scheurtjes in het slijmvlies van de anus. Anale kloven kunnen bloeden en zijn een mogelijke ingang voor bacteriën. Het ALLRISC onderzoek laat zien dat bijna 4% van de mensen met een dwarslaesie last heeft van anale kloven.

      Hoe komt het?
      Soms kunnen aambeien zich ontwikkelen tot anale kloven. Tevens kan onzorgvuldig toucheren wondjes aan de anus veroorzaken.

      Hoe voorkom je het?
      Hier gelden dezelfde regels als bij het voorkomen van aambeien. Wees voorzichtig bij het toucheren en gebruik hier genoeg glijmiddel bij.

      Hoe behandel je het?
      Anale kloven worden meestal door de arts bevestigd op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek. Bij het lichamelijk onderzoek zal de arts de anus uitwendig en eventueel inwendig onderzoeken (rectaal toucher). Soms is een proctoscopie nodig.

      Behalve zalven die pijnstillend werken of de jeuk verminderen, zijn er ook zalven die ervoor zorgen dat de spanning in de kringspier vermindert waardoor de bloedtoevoer in de anus verbetert en het wondje beter kan genezen. De kans op incontinentie bij het gebruik van deze zalven is aanwezig.

      De adviezen om aambeien te voorkomen zijn ook goed om de genezing van de fissuur te bevorderen:

      • Toucheer voorzichtig en gebruik hier liefst glijmiddel en eventueel handschoenen bij
      • Probeer niet te persen tijdens het poepen
      • Algemene adviezen: gezond, gevarieerd en vezelrijk eten, voldoende drinken (1,5-2 liter vocht per dag, indien je vezelrijk eet zelfs nog meer) en genoeg lichaamsbeweging.

      Daarnaast is een goede hygiene belangrijk; vermijd vochtig toiletpapier, dep de huid rondom de anus goed droog, gebruik geen zalfjes tenzij de dokter dit adviseert, draag katoenen ondergoed en draag geen strak zittende kleding.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:34  
  • Anale prolaps
    • Wat is het?
      Bij een anale prolaps is een deel van de endeldarm door de anus naar buiten gezakt. Wanneer alleen het slijmvlies is uitgezakt, heet dit een slijmvliesprolaps. Wanneer ook de wand van de endeldarm naar buiten komt, heet dit een rectumprolaps. Bij een dwarslaesie komt een rectumprolaps vaak voor.

      Een slijmvliesprolaps heeft een dunne roze wand. Deze prolaps is aanwezig als je perst bij het lozen van je ontlasting en kan leiden tot verstopping. Een rectumprolaps heeft dikke donkerrode wand. Deze prolaps sluit de anus af, waardoor ontlasting niet naar buiten kan. Het leidt tot ernstige obstipatie. Persen om toch je ontlasting kwijt te kunnen maakt bij beide prolapsen de klachten erger.

      Symptomen van een anale prolaps:

       

      Hoe komt het?
      De dwarslaesie zorgt voor het verslappen van de bekkenbodemspieren en de spieren rond het rectum en de anus. Daardoor wordt de endeldarm niet goed ondersteund en kan deze uitzakken.

      Hoe voorkom je het?
      Om de kans op een anale prolaps te minimaliseren is het van belang vezelrijk te eten, voldoende water te drinken (1,5-2 liter), voldoende lichaamsbeweging te krijgen, het naar de wc gaan niet uit te stellen en niet te persen bij het poepen.

      Hoe behandel je het?
      De arts kan door middel van lichamelijk onderzoek en inwendig onderzoek (rectaal toucher) vaststellen of er sprake is van een prolaps. Wanneer dit geen uitsluitsel geeft, zijn er nog andere mogelijkheden: een defecografie, een manometrie, een proctoscopie, een sigmoïdoscopie, een coloscopie of een MRI-scan.

      Tevens is het belangrijk om te kijken naar de spanning en activiteit van de sluitspieren, de bekkenbodemspieren en de zenuwen van het rectumgebied. Dit is van belang voor het resultaat van de behandeling.

      Bij een slijmvliesprolaps gelden bijna dezelfde regels als bij het voorkomen van aambeien: vezelrijk eten, voldoende water drinken (1,5-2 liter), het naar de wc gaan niet uitstellen en niet persen. Wanneer dit niet werkt, is een rubberband-ligatie (Barron-ligatuur of elastiekjes methode) mogelijk. Dan worden 1 of meerdere elastiekjes om het slijmvlies gebonden en hierdoor sterft het af. Na 2-10 dagen komt het afgestorven weefsel met de elastiekjes mee met de ontlasting.

      Bij een rectumprolaps is een operatie nodig. Vaak is dit een rectopexie. Hierbij wordt de endeldarm vastgemaakt aan het heiligbeen. De chirurg bepaalt of dit voor jou mogelijk is. Dit is afhankelijk van de ernst van de prolaps, de conditie van je sluitspier, je leeftijd en je conditie.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 14:32  
  • Autonome dysreflexie
    • Bij een dwarslaesie boven T6 kunnen overvolle darmen leiden tot autonome dysreflexie. Dit is een levensbedreigende situatie waarbij de bloeddruk snel heel hoog oploopt.

      Laatst aangepast op 13/03/2017 14:55  
  • Diarree
    • Wat is het?
      Als je last hebt van diarree heb je een waterige ontlasting en moet je vaak naar de wc. Het gevaar bij frequent en langdurig diarree is uitdroging. Bovendien kan de balans van mineralen in het lichaam verstoord raken.

      Hoe komt het?
      Bij diarree zit er veel vocht in de ontlasting. Het kan komen door een infectie, door griep of een andere ziekte, door medicatie, door voedsel (te veel vers fruit, kruidig eten), door stress of door overmatig alcoholgebruik. Bij mensen met een dwarslaesie kan er sprake zijn van een bijzondere vorm van diarree, de overloopdiarree.

      Hoe voorkom je het?
      Tips om diarree zo veel mogelijk te vermijden:

      • Vermijd overmatig alcoholgebruik.
      • Vermijd cafeïnehoudende dranken.
      • Vermijd veelvuldig gebruik van laxeermiddelen.
      • Vermijd gekruid, pittig voedsel.
      • Verander van medicatie als de diarree een bijwerking is van de medicijnen.

       

      Hoe behandel je het?
      Zorg dat je genoeg blijft drinken (6-8 glazen per dag) en dat je je aan je darmmanagement houdt. Wanneer de diarree lang duurt kun je medicijnen nemen die het vochtverlies tegengaan en die zorgen dat de balans van mineralen niet verstoord raakt. Verder kun je in overleg met je arts tijdelijk stoppen met laxeermiddelen.

      Wanneer de diarree langer dan 24u aanhoudt, neem dan contact op met je huisarts. De oorzaak van diarree dient goed onderzocht te worden.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:30  
  • Incontinentie
    • Wat is het?
      Fecale incontinentie is het ongewild verlies van ontlasting. Het ALLRISC onderzoek laat zien dat 53% van de mensen met een dwarslaesie nooit incontinent voor ontlasting is, en bijna 30% dit minder dan 1x per maand is.

      Hoe komt het?
      Bij zowel een slappe darm als een reflexdarm kun je last hebben van incontinentie, omdat je geen of verminderde controle hebt over de sluitspier. Bovendien voel je ook niet goed meer dat je aandrang hebt. Ook ziekte of griep, bepaald eten, het drinken van teveel alcohol of medicatie kan er voor zorgen dat je (meer) last hebt van incontinentie.

      Hoe voorkom je het?
      Incontinentie is te beheersen door goed darmmanagement. Het is belangrijk dat je niet van deze routine afwijkt (tijdstip en dag van darmen legen) en dat je je darm goed leegmaakt.

      Hoe behandel je het?
      Naast goed darmmanagement, wordt een goede stoelgang ondersteund door vezelrijke voeding en een regelmatig ritme.

      Om het ongemak van incontinentie te beperken kun je incontinentiemateriaal gebruiken, bijvoorbeeld een anaal tampon of opvangmateriaal. Het ALLRISC onderzoek laat zien dat 20% van de mensen met een dwarslaesie hier gebruik van maakt.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:25  
  • Maagzweer of duodenumzweer
    • Wat is het?
      De zenuwen en bloedvaten in de spierwand van de maag worden beschermd tegen de zoutzuren in de maag door een slijmvlieslaag. Bij een maagzweer (ulcus pepticum) is er een gat ontstaan in de slijmvlieslaag aan de binnenkant van de maag (ulcus ventriculi) en bij een duodenumzweer aan de twaalfvingerige darm (ulcus duodeni). Door het gat in de slijmvlieslaag komen de zoutzuren direct in contact met de zenuwen en dit zorgt voor bloedingen en hevige pijn.

      Bij een cervicale dwarslaesie met ademhalingsproblemen of bij mensen met meervoudig letsel is de kans op maagzweren het grootst. Vaak ligt het begin van acute bloedingen tussen de 7-14 dagen na het ontstaan van de dwarslaesie.

      Symptomen van een maagzweer of duodenumzweer zijn:

      • Misselijkheid
      • Braken
      • Indien gevoel aanwezig: hevige maagpijn en rugpijn
      • Zwarte ontlasting
      • Braken van bloed
      • Wanneer er een drain is aangebracht in de maag om overtollig vocht af te voeren: bij een maagzweer vers of gestold bloed in dit vocht

      Door de dwarslaesie voel je vaak geen pijn van de maagzweer. Als je iets voelt, kan het voelen als pijn in de schouder of een algeheel gevoel van misselijkheid en onaangenaam gevoel in de buik.

      Hoe komt het?
      Een veelvoorkomende oorzaak van een maagzweer is de helicobacter pylori bacterie. Deze bacterie kan overleven in maagzuur. Stress en roken kunnen de klachten van een maagzweer wel verergeren, maar niet veroorzaken. Een andere veelvoorkomende oorzaak van een maagzweer is het gebruik van aspirine en bepaalde ontstekingsremmers (NSAID’s, bv. ibuprofen, naproxen, diclofenac).

      Hoe voorkom je het?
      Er zijn een aantal dingen die klachten van een maagzweer kunnen verergeren, zoals roken, stress en een ongezond eetpatroon. Verder kan het helpen om meerdere kleine maaltijden per dag te eten dan drie grote, op regelmatige tijden te eten en goed te kauwen. Bepaalde voedingsstoffen kunnen klachten verergeren, zoals alcohol, pepermunt, chocola, gekruid eten, koffie en thee. Dit is echter heel persoonlijk en dit moet je zelf ervaren.

      Hoe behandel je het?
      De arts kan een maagzweer aantonen door middel van een kijkonderzoek van de maag (gastroscopie). Wanneer aangetoond is dat het veroorzaakt wordt door de helicobacter pylori bacterie, bestaat de behandeling uit antibiotica en maagzuurremmers. Wanneer deze bacterie niet aangetoond wordt, bestaat de behandeling alleen uit maagzuurremmers. Verder dienen de leef adviezen nagestreefd te worden voor het voorkomen van een maagzweer.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:35  
  • Obstipatie/constipatie/verstopping
    • Wat is het?
      Obstipatie of constipatie is een ander woord voor verstopping. Bij een verstopping blijft ontlasting langer in de darmen zitten, met als gevolg dat dit vaak hard wordt. Wanneer verstopping aanhoudt, kan de ontlasting de darm blokkeren. Dat wordt fecale impactie genoemd. Het ALLRISC onderzoek laat zien dat 25% van de mensen met een dwarslaesie kampt met verstoppingen.

      De symptomen van verstopping zijn:

      • Weinig of geen ontlasting bij het laxeren
      • Harde of volle onderbuik
      • Verlies van eetlust
      • Pijn, onaangenaam gevoel in de maag of zij
      • Cervicale laesie: ademhalingsproblemen (de volle darmen drukken de longen weg).

       

      Hoe komt het?
      Door de dwarslaesie is de darmperistaltiek verminderd. De ontlasting blijft langer in de dikke darm en er wordt meer vocht aan onttrokken. Daardoor is de ontlasting vaak hard, wat het nog lastiger maakt om je te poepen.

      Sommige medicijnen en een inactieve leefstijl vergroten de kans op verstoppingen.  

      Hoe voorkom je het?
      Goed darmmanagement is belangrijk om verstopping te voorkomen.

      Adviezen om constipatie op de lange termijn te voorkomen:

      • Regelmatig en voldoende drinken
      • Vezelrijk eten
      • Geen maaltijden overslaan, met name het ontbijt is erg belangrijk
      • Regelmatige stoelgang bewerkstelligen door middel van darmmanagement
      • De darm goed leegmaken


      Soms wordt medicatie gebruikt om obstipatie te voorkomen; dit zijn de volume vergrotende middelen en weekmakers.

      Hoe behandel je het?
      Zorg dat je meer drinkt en dat je je aan je darmmanagement houdt. Verder kan het nodig zijn om tijdelijk medicatie te gebruiken om de ontlasting zachter te maken of om laxeermiddelen te gebruiken om de verstopping op te heffen.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:30  
  • Overloopdiarree
    • Wat is het?
      Overloopdiarree wordt ook wel paradoxale diarree genoemd. Bij overloopdiarree loopt dunne ontlasting langs een verstopping. Bij deze vorm van diarree heb je last van een opgezette buik en darmkrampen.

      Hoe komt het?
      Dunne ontlasting loopt langs een verstopping in de darm.

      Hoe voorkom je het?
      Overloopdiarree kan voorkomen worden door verstoppingen te voorkomen.

      Hoe behandel je het?
      Overloopdiarree wordt behandeld door de verstopping te behandelen. Deze vorm van diarree wordt dus behandeld met laxeermiddelen, wat tegenstrijdig klinkt.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:26  
  • Rectale bloedingen
    • Wat is het?
      Een rectale bloeding is een bloeding aan de anus.

      Hoe komt het?
      Een rectale bloeding kan bij een dwarslaesie verschillende oorzaken hebben, zoals aambeien of onzorgvuldigheid bij het toucheren. Een rectale bloeding kan ook een oorzaak hebben die los staat van de dwarslaesie, zoals een darmtumor. Rectaal bloedverlies moet dus altijd medisch onderzocht worden.

      Hoe voorkom je het?
      Het voorkomen van rectale bloedingen is afhankelijk van de oorzaak.

      Hoe behandel je het?
      De behandeling van een rectale bloeding is afhankelijk van de oorzaak.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:27  
  • Refluxziekte (gastro-oesofageale reflux ziekte)
    • Wat is het?
      Reflux is het terugstromen van de maaginhoud naar de slokdarm. Normaalgesproken gebeurt dit een aantal keer per dag en de meeste mensen merken er niets van. Wanneer de dit vaak gebeurt, kan het klachten geven en/of het slokdarmslijmvlies beschadigen. Dit noemen we reflux ziekte.

      Klachten die je kunt hebben door refluxziekte:

      • Zuurbranden; brandend, pijnlijk gevoel achter het borstbeen.
      • Oprispingen; deze worden verergerd wanneer je ligt, voorover bukt of perst.
      • Opboeren.
      • Gevoel van een brok in je keel.

      Refluxziekte kan soms leiden tot een ontstoken slokdarm (oesofagitis). Het slijmvlies gaat daar kapot en er ontstaan kleine zweertjes. De ernst van de klachten zegt niets over de mate van beschadiging van de slokdarm; mensen met ernstige oesofagitis kunnen nergens last van hebben en mensen met een gezond uitziende slokdarm kunnen veel last hebben van zuurbranden.

      Hoe komt het?
      Door de dwarslaesie kan de klep die verhindert dat maaginhoud de slokdarm instroomt verslapt zijn. Daardoor stroomt het maagsap makkelijker de slokdarm in.

      Hoe voorkom je het?
      Refluxziekte als gevolg van een dwarslaesie is niet te voorkomen. Je kunt klachten wel verminderen:

      • Als je overgewicht hebt, moet je afvallen.
      • Als je rookt, moet je stoppen met roken.
      • Als je ’s nachts last van hebt, hoog je je hoofdeinde op (bv. met een extra kussen)
      • Vermijd koffie, sinaasappelsap, alcohol, voeding met veel zout en grote porties, met name voor het slapen gaan.

       

      Hoe behandel je het?
      De arts stelt de diagnose refluxziekte door de klachten die je hebt. Klachten van reflux kunnen behandeld worden met:

      • Maagzuur-neutraliserende medicijnen, zoals bijvoorbeeld Rennie®, Maalox®, Gaviscon®, Antagel® en Regla-pH®. Maagzuur-neutraliserende middelen werken snel, maar dit houdt maar kort aan.
      • Maagzuur-remmende medicijnen, zoals bijvoorbeeld Zantac®, Axid®, Pepcid®, Pepcidin®, Losec®, Nexium®, Pantozol® en Pariet®.

      Wanneer de slokdarm ontstoken is, is Ulcogant® een geschikt medicijn. Dit vormt een laagje over de beschadigde plekken heen. Daardoor verloopt de genezing sneller. Bovendien vermindert het de gevoeligheid.

      Wanneer medicijnen niet werken kan een gastroscopie gedaan worden, om te kijken of de klachten door refluxziekte veroorzaakt worden of door wat anders.

      Laatst aangepast op 30/09/2016 11:31  
  • Wat is darmmanagement?
    • Darmmanagement betekent dat je je darmen op gezette tijden leegt. Voor ruim 30% van de mensen met een dwarslaesie betekent dit dagelijks en voor bijna 50% betekent dit minimaal 2x per week (ALLRISC). Darmmanagement is erg persoonlijk en het is belangrijk dat het goed past in je dagelijks leven. Wanneer je dit goed naleeft, is het risico op incontinentie het kleinst.

      Wanneer je je darmen niet meer op de normale manier kan legen, zijn er andere manieren. Het minst invasief zijn de conservatieve methoden: anale prikkeling (digitale stimulatie), de darmen handmatig lediging (toucheren) en het gebruik van rectale laxeermiddelen. Meer invasief is het darmspoelen en het meest invasief is het laten plaatsen van een blaasstimulator of laten aanleggen van een stoma.

      De meeste mensen gebruiken meer dan 1 darmledigingsmethode in hun darmmanagement. Uit het ALLRISC onderzoek, waarbij alleen de meest invasieve methode is gerapporteerd, blijkt dat toucheren (34,5%) en kleine klysma’s (31,0%) het meest worden gebruikt.

      De tijd die je kwijt bent aan darmmanagement is heel verschillend; één derde van de mensen met een dwarslaesie heeft maximaal 10 minuten nodig, maar nog eens één derde heeft meer dan een half uur nodig (ALLRISC).

      Laatst aangepast op 29/03/2017 09:49  
  • Voedingspatroon
    • Goed darmmanagement wordt ondersteund door een goed voedingspatroon. Vezelrijke voeding zorgt voor zachte, dikke ontlasting die makkelijk door de darm heengaat en die makkelijk uitgepoept kan worden. Zorg dat je daarbij voldoende drinkt (1,5-2,5 liter per dag, verspreid over de dag).

      Diarree en verstopping verstoren je darmmanagement en zijn ook te beinvloeden door voeding en drinken.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:40  
  • Anale prikkeling/digitale stimulatie
    • Het prikkelen van de sluitspier kan bij een reflexdarm kan de ontlasting op gang brengen. Vijftien procent van de mensen met een dwarslaesie gebruikt deze methode als meest invasieve methode (ALLRISC).

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:28  
  • Rectale laxeermiddelen
    • Rectale laxeermiddelen zijn zetpillen die je via de anus inbrengt (glycerine, bisacodyl). De stofjes in de zetpil prikkelen de darm en zetten deze aan om de ontlasting naar buiten te persen. Daarbij is het belangrijk dat de zetpil de darmwand raakt, dus duw deze niet in de ontlasting zelf. Rectale laxeermiddelen werken alleen bij een reflexdarm. Bijna 20% van de mensen met een dwarslaesie gebruikt deze methode als meest invasieve methode (ALLRISC).

      De zetpillen zijn vooral handig als je liggend op bed laxeert. Draag bij het inbrengen van de zetpil handschoenen, doe sieraden af en zorg dat je nagels kort zijn. Gebruik bij het inbrengen vaseline of zoete olie en breng de stompe kant eerst in. Het duurt 5-20 minuten voordat de zetpil werkt. De werking is grondiger dan bij microklysma’s maar kan tot 2 uur duren. Hierom zijn zetpillen niet handig als je zittend laxeert op een toilet of toiletstoel. Als je toch in bed ligt maakt dit minder uit.

      Controleer na afloop of de darm leeg is door je vinger (met handschoen aan) in de endeldarm te duwen en te draaien. Trek je vinger voorzichtig terug en kijk of er ontlasting meekomt. Hou er rekening mee dat dit je darm stimuleert en wacht hierna een aantal minuten om te kijken of er nog ontlasting komt.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:29  
  • Manueel verwijderen van ontlasting (rectaal toucheren)
    • Bij het rectaal toucheren maak je de endeldarm met de hand leeg. Dit is een methode wanneer je een slappe darm hebt. Bijna 35% van de mensen met een dwarslaesie gebruikt deze methode als meest invasieve methode in het darmmanagement (ALLRISC).

      Draag bij het rectaal toucheren vinyl handschoenen en gebruik voldoende glijmiddel (vaseline/ zoete olie) om te zorgen dat je de (huid rondom de) anus niet beschadigt. Breng het eerste kootje van de vinger in de endeldarm, druk voorzichtig tegen de wand van de darm en maak daarbij een ronddraaiende beweging met je vinger. Dit stimuleert de darm om te gaan werken. Ontlasting zal langs je vinger naar buiten komen. Wacht enkele minuten om de darm uit zichzelf te laten samentrekken om nog meer ontlasting naar onderen te brengen en herhaal indien nodig, totdat het klaar is.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:30  
  • Klysma
    • Bij een klysma wordt een vloeistof in het rectum gebracht. Wanneer deze vloeistof het lichaam verlaat, wordt de ontlasting uit het rectum gespoeld. Er zijn twee soorten:

      • Bij een microklysma wordt een kleine hoeveelheid vloeistof het rectum ingespoten, vaak vanuit een voorverpakte knijpfles (Microlax®microklysma). Een microklysma is na 10-15 minuten uitgewerkt en je hebt grote kans dat je darm in 1x leeg is. Een microklysma is vooral handig als je zittend laxeert. Een microklysma werkt alleen bij een reflexdarm.
      • Bij een colonklysma wordt een grote hoveelheid vloeistof in het rectum gespoten. Dit wordt vaak alleen gebruikt bij ernstige verstopping en niet als standaard darmmanagement.
      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:44  
  • Darmspoelen
    • Darmspoelen wordt ook wel retrograad spoelen of transanale irrigatie genoemd. Dit is een goede darmledigingsmethode bij een slappe darm. Het kan ook bij een reflexdarm gebruikt worden, wanneer zetpillen onvoldoende effect geven. Het inbrengen van het water kan echter door de reflexen die nog aanwezig zijn een probleem zijn. Bijna 12% van de mensen met een dwarslaesie gebruikt deze methode als meest invasieve methode (ALLRISC).

      Bij darmspoelen wordt er met behulp van een darmspoelpomp 1-2 liter water op lichaamstemperatuur via de anus je lichaam ingebracht. Dit water loopt er vanzelf weer uit, en daarbij neemt het de ontlasting mee naar buiten. Soms is 1x spoelen genoeg, soms moet je het een paar keer herhalen. Er zijn verschillende systemen waarmee je de darm kunt spoelen.

      Het voordeel van darmspoelen boven rectaal toucheren is dat je het slijmvlies van de anus minder irriteert en dat je minder kans hebt op aambeien.

      Darmspoelen kan ook via een klein daarvoor aangebracht stoma. Dit heet antegraad spoelen (Malone Antegrade Continence Enema (of MACE). Het water wordt via de stoma in de darmen gebracht en met de darmbewegingen komt het ook weer naar buiten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:31  
  • Stoma
    • Een stoma is een kunstmatige opening in de buik, waardoor de ontlasting het lichaam verlaat. Bij een colostoma is de opening gemaakt van de dikke darm en bij een ileostoma van de dunne darm. Ongeveer 2,5% van de mensen met een dwarslaesie heeft een colostoma en nog eens 2,5% heeft een ileostoma (ALLRISC).

      Een stoma kan een goede oplossing zijn wanneer je darmen nauwelijks meer reageren op darmledigingsmethoden en laxeermiddelen, wanneer je lang bezig bent en maar buikpijn blijft houden of ondanks goed darmmanagement incontinent bent. Vaak kies je in overleg met je revalidatiearts voor een stoma.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:31  
  • Sacral Anterior Root Stimulation (SARS)
    • Als er een reden is om als blaasbeleid een blaasstimulator in te brengen kan deze vaak ook gebruikt worden om de ontlasting te regelen. Door de ontwikkeling van Botuline-injecties in de blaas om urine-incontinentie tegen te gaan wordt er steeds minder voor een blaasstimulator gekozen.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:57  
  • Orale laxeermiddelen
    • Orale laxeermiddelen zijn een (goede) ondersteuning bij darmmanagement, maar met alleen orale middelen red je het niet. Er zijn verschillende laxeermiddelen:

      • Volume vergrotende middelen of bulkvormers (bv. zemelen, vezels) nemen vocht op en zorgen er zo voor dat de ontlasting meer volume krijgt. Dit stimuleert de darmbewegingen. Omvangrijke ontlasting is zachter waardoor het poepen makkelijker gaat. Wanneer je deze middelen gebruikt, moet je er veel bij drinken anders leidt het tot verstopping.
      • Weekmakers (of emollientia) zorgen ervoor dat er meer water in de ontlasting vastgehouden wordt. Hierdoor wordt de ontlasting zachter. Tevens wordt de ontlasting iets omvangrijker, wat de darmbewegingen stimuleert.
      • Osmotische middelen (middelen met zouten, suikers, magnesium of fosfaat) trekken grote hoeveelheden water naar de dikke darm waardoor de ontlasting zacht wordt. Door de omvang van de ontlasting worden tevens de darmbewegingen gestimuleerd.
      • Stimulerende middelen (of contactlaxantia) bevatten stoffen (senna of fenolftaleine) die de wand van de dikke darm stimuleren. Daarmee wordt de darmperistaltiek bevorderd.
      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:47  
  • Buikoverzichtsfoto
    • Bij een buikoverzichtsfoto wordt een rontgenfoto van de buik gemaakt, waarop aanwijzingen voor een verstopping te zien kunnen zijn.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 13:58  
  • Coloscopie
    • Een coloscopie is een kijkonderzoek van de endeldarm, de dikke darm (colon) en het laatste deel van de dunne darm. Het kan gebruikt worden om afwijkingen in dit deel van de darm op te sporen .

      Bij een coloscopie brengt de arts een flexibele slang in de anus in tot aan het laatste deel van de dunne darm. Aan het uiteinde van deze slang zit een camera en een lampje. De camera is verbonden met een beeldscherm en zo kan de arts de binnenkant van de darm goed bekijken. Voor het onderzoek plaatsvindt, moet de darm leeg zijn. De arts bepaalt op welke manier dit gebeurt. Vaak is het mogelijk een roesje te krijgen. Het onderzoek duurt 15-30 minuten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:50  
  • CT-scan
    • Om afwijkingen in de darm of de buikholte aan te tonen kan een computer tomogram scan (CT-scan) van de buik gemaakt worden. Een CT-scan maakt met behulp van contrastvloeistof en rontgenstralen een serie dwarsdoorsnedes van de buikholtes.

      Om een CT-scan te maken, lig je op je rug op een tafel. Deze tafel schuift door een krappe tunnel heen, de CT-scanner. Het maakt een hoop herrie. Het onderzoek duurt 10-30 minuten. Een metalen plaatje in je nek of rug is geen reden om geen CT-scan te maken, maar kan wel moeilijkheden geven bij het beoordelen van de beelden.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:50  
  • Defecografie
    • Met een defecografie kan de snelheid van het poepen en de bewegingen van de bekkenbodem en de anus bekeken worden. Een defecografie wordt gebruikt om een trage stoelgang of een prolaps te bevestigen.

      Bij een defecografie wordt contrastvloeistof ingebracht in de darmen en vervolgens worden er rontgenfoto’s gemaakt. Het onderzoek duurt ongeveer 15-40 minuten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 14:04  
  • Gastroscopie
    • Een gastroscopie is een kijkonderzoek van de binnenkant van de slokdarm, de maag en het eerste deel van de dunne darm (twaalfvingerige darm). Het kan gebruikt worden om een een maagzweer of zweer in de twaafvingerige darm op te sporen.

      Bij een gastroscopie brengt de arts een flexibele slang in via de mond in tot aan het eerste deel van de dunne darm. Aan het uiteinde van deze slang zit een camera en een lampje. De camera is verbonden met een beeldscherm en zo kan de arts de binnenkant van de twaalfvingerige darm en maag goed bekijken. Voor het onderzoek plaatsvindt, moet de maag leeg zijn. Vaak is het mogelijk een roesje te krijgen. Het onderzoek duurt 5-15 minuten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 14:05  
  • Manometrie
    • Een manometrie is een drukmeting van de anus en hiermee wordt de werking van de kringspier gecontroleerd. Het wordt gebruikt om een prolaps te bevestigen.

      De arts brengt via de anus een dun slangetje in waar een ballonnetje aan zit. Het ballonnetje wordt opgeblazen en zo wordt de knijpkracht van de kringspier gemeten. Het onderzoek duurt 30-45 minuten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 14:06  
  • MRI-scan
    • Om afwijkingen in de buikholte op te sporen kan een MRI-scan van de buik gemaakt worden. Een MRI-scan maakt een dwarsdoorsnede van de buikorganen, door een serie van gedetailleerde afbeeldingen te maken. Dit gebeurt met behulp van een sterk magnetisch veld.

      Om een MRI-scan te maken, ligt je op je rug op een tafel. Deze tafel schuift door een krappe tunnel heen, de MRI-scanner. Het maakt een hoop herrie. Het onderzoek duurt 30-90 minuten. Een MRI-scan mag niet gedaan worden als je een plaatje van een metaal, dat reageert op het magnetisch veld, in je nek of rug hebt zitten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:53  
  • Proctoscopie
    • Een proctoscopie is een kijkonderzoek van de binnenkant van de endeldarm en de anus. Het kan gebruikt worden om aambeien, anale kloven of een prolaps te bevestigen.

      Bij een proctoscopie brengt de arts een kort metalen buisje in de anus, waarmee hij de binnenkant van de endeldarm kan bekijken. Voor het onderzoek plaatsvindt, moet de darm leeg zijn. De arts bepaalt op welke manier dit gebeurt. Het onderzoek duurt ongeveer 5 minuten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 14:07  
  • Rectaal toucheren
    • De arts kan de anus en endeldarm inwendig onderzoeken door een rectaal toucher. Hierbij gaat hij voorzichtig met een gehandschoende vinger via de anus de endeldarm in om te voelen of er sprake is van bijvoorbeeld aambeien, anale kloven of een prolaps.

      Het manueel verwijderen van ontlasting als darmmanagement wordt ook rectaal toucheren genoemd.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 14:08  
  • Sigmoidoscopie
    • Een sigmoidoscopie is een kijkonderzoek van de endeldarm en het laatste deel van de dikke darm (sigmoid). Het kan gebruikt worden om een afwijkingen in dit deel van de darm op te sporen.

      Bij een sigmoidoscopie brengt de arts een flexibele slang in de anus in tot aan het sigmoid. Aan het uiteinde van deze slang zit een camera en een lampje. De camera is verbonden met een beeldscherm en zo kan de arts de binnenkant van de darm goed bekijken. Voor het onderzoek plaatsvindt, moet de darm leeg zijn. De arts bepaalt op welke manier dit gebeurt. Het onderzoek duurt 20-25 minuten.

      Laatst aangepast op 29/09/2016 12:55  
  • Bronnen
  • Verder lezen
    • Op de website van SCIRE (Spinal Cord Injury Rehabilitation Evidence) kun je vinden wat er aan wetenschappelijke onderbouwing van dwarslaesierevalidatie beschikbaar is. Deze informatie is vooral gericht op professionals en wordt regelmatig geactualiseerd. Voor meer informatie over darmmanagement bij dwarslaesie klik hier.

      De site van Paralyzed Veterans of Amerika biedt een handleiding over darmmanagement aan voor mensen met een dwarslaesie (Engelstalig).
      Neurogenic bowel: what you should know

      De volgende website biedt factsheets gebaseerd op wetenschappelijke informatie toegankelijk aan. De informatie is speciaal geschreven voor mensen met een dwarslaesie en andere belangstellenden.  

      Laatst aangepast op 31/03/2017 13:09