Categorie afbeelding

BLAAS

De blaas bevindt zich onder in de buik. Haar functie is het opslaan en afvoeren van urine. De blaas is elastisch; hoe meer urine erin zit, hoe groter ze wordt.

Wanneer de blaas voller wordt en uitrekt, krijg je het gevoel van aandrang. Je kunt je urine dan nog enige tijd ophouden, zodat je tijd hebt een toilet te vinden. Wanneer je dit gevoel van aandrang negeert, raakt de blaas nog voller. Wanneer de blaas té vol raakt, leegt ze zich vanzelf.

Een dwarslaesie beïnvloedt dit proces, maar door goed blaasmanagement kun je hier enigszins controle over houden. 


Kies een onderwerp voor meer informatie

Anatomie en functie van de blaas

De blaas heeft twee functies: het opslaan en het afvoeren van urine. De aansturing van de blaas is tamelijk ingewikkeld en gaat deels bewust en deels onbewust. De bewuste aansturing kun je beïnvloeden, de onbewuste aansturing niet. De onbewuste aansturing is automatisch en wordt ook wel reflexmatig genoemd.

De blaas (vesica urinaria) vormt samen met de nieren (renes), de urineleiders (ureters) en de urinebuis (urethra) de urinewegen (zie afbeelding). De nieren produceren dagelijks 1000-2000 ml urine, afhankelijk van de vochtinname. De urine wordt via de urineleiders naar de blaas vervoerd en daar wordt het opgeslagen. Vervolgens verlaat deze via de urinebuis het lichaam.

Drie spieren regelen de opslag en afvoer van de urine: de blaasspier in de blaaswand (m. detrusor vesicae), een interne en een externe sluitspier (m. sphincter urethrae internus en m. sphincter urethrae externus). De aansturing van deze spieren verloopt deels bewust en deels onbewust (reflexmatig).

Wanneer de blaas zich vult, is de blaasspier onbewust ontspannen en zijn de beide sluitspieren aangespannen. Wanneer de blaas voller wordt dan ongeveer 500 ml, gaat er een signaal via het ruggenmerg naar de hersenen dat je naar de toilet moet. De interne sluitspier ontspant dan al onbewust, maar door bewuste aanspanning van de externe sluitspier kun je de urine nog ophouden. Op het toilet ontspan je de externe sluitspier en spant de blaasspier aan. Zo kan de urine uit de blaas lopen. Dit is de bewuste aansturing van de externe sluitspier.

Wanneer je het signaal van aandrang negeert, zal de blaas nog voller raken. Wanneer de blaas té vol wordt, kun je je urine niet meer ophouden en zal de blaas zichzelf legen door onbewuste aanspanning van de blaaswandspier. Hiermee wordt voorkomen dat de druk op de blaaswand te hoog wordt. Deze onbewuste aansturing noemen we een reflex.

Een overvolle blaas kan gevaarlijk zijn. Wanneer de blaaswand langdurig uitrekt (hoge blaasdruk), zal deze verslappen. Als gevolg daarvan kan de blaas niet meer alle urine naar buiten persen en blijft er steeds urine achter in de blaas. Dit kan ook gebeuren wanneer de sluitspieren niet voldoende ontspannen. Hierdoor is er een grotere kans op blaasontsteking. Bovendien kan er bij een verhoogde druk in de blaas urine terugstromen naar de nieren (reflux) en hier schade veroorzaken. 


Afbeelding:
Anatomie van de urinewegen (bron: gezondheidsplein.nl)


De blaas bij een dwarslaesie/caudalaesie

Door een dwarslaesie kunnen zowel de sluitspieren als de blaasspier geheel of gedeeltelijk uitvallen. Wanneer de sluitspieren niet meer (volledig) werken, kun je je urine niet ophouden en heb je last van incontinentie. Wanneer de blaasspier niet meer (volledig) werkt of de sluitspieren spastisch zijn en niet volledig ontspannen, blijft er urine in de blaas achter en dat kan leiden tot blaasontsteking. Vaak is er sprake van een combinatie van deze twee.


Veelvoorkomende problemen en oplossingen

Bij een dwarslaesie is de aansturing van de blaas verstoord. Het ALLRISC onderzoek laat zien dat slechts 15% van deze mensen aandrang voelt om te plassen. Bijna 30% voelt helemaal geen aandrang en ruim de helft (56%) voelt dit indirect door spasmes, krampen, hoofdpijn.


Blaasmanagement

Het ALLRISC onderzoek laat zien dat slecht 7% van de mensen met een dwarslaesie nog op de gebruikelijke manier kan plassen. Dit zijn allemaal mensen met een incomplete laesie. Blaasmanagement zorgt ervoor dat je toch zoveel mogelijk controle houdt over je blaas. Doel ervan is incontinentie minimaliseren, een hoge blaasdruk voorkomen en de blaas goed legen zodat er geen urine achterblijft.

Blaasmanagement is heel persoonlijk en afhankelijk van welke spieren nog werken. Vlak na het oplopen van de dwarslaesie zal er gekeken worden hoe dit bij jou werkt. In de loop van de tijd zal duidelijk worden hoe jij je blaas het best kunt legen. Zie afbeeldingen voor een beslisboom ten aanzien van blaasmanagement.

Afbeelding: beslisboom blaasmanagement, voor autonome en reflex blaas (bron: handboek dwarslaesierevalidatie)


Diagnostiek bij problematiek

Blaasontsteking, stenen of afwijkingen aan de blaas kunnen worden aangetoond door middel van aanvullend onderzoek. Ook voor het bepalen wat voor jou het juiste blaasmanagement is, zullen een aantal onderzoeken gedaan worden. In dit onderdeel kun je lezen over de verschillende soorten onderzoek.


Bronnen en verder lezen

Naast de bronnen die in de totstandkoming van de Wiki zijn genoemd, zijn voor het hoofdstuk over de blaas een aantal specifieke bronnen geraadpleegd. Deze bronnen zijn hier te vinden. Tevens kun je hier meer lezen over wetenschappelijk onderzoek rondom dit thema.


  • Spinale shock fase
    • Direct na het oplopen van de dwarslaesie zijn alle reflexen afwezig. Daardoor leegt de blaas niet meer automatisch wanneer deze té vol wordt. Om een hoge blaasdruk te voorkomen, is het belangrijk dat de urine afgevoerd wordt. Dit kan door middel van een verblijfskatheter (via de urinebuis of de buik) of door intermitterend katheteriseren.

      Reflexen in de blaas kunnen terugkeren wanneer de laesie boven het deel S2-S4 in het ruggenmerg zit. Als dit gebeurt, gebeurt dit meestal in de eerste 3 maanden na het oplopen van de dwarslaesie.

      Laatst aangepast op 13/03/2017 15:22  
  • Slappe blaas
    • Bij een dwarslaesie onder of door S2-S4 (dit is ongeveer ter hoogte van de wervel L1), dit heet een cauda laesie, komt vaak een slappe blaas voor. Het signaal dat je naar de wc moet, komt niet meer aan in de hersenen. Ook de reflex van de blaasspier om de blaas automatisch te legen, is verstoord. Wanneer er ook sprake is van een verlamming van de sluitspieren, heb je last van incontinentie.

      Bij een slappe blaas zijn er twee vormen van incontinentie: ‘stress- of spanningsincontinentie’ en ‘overloopincontinentie’. Bij ‘stress- of spanningsincontinentie’ lekt er urine uit de blaas wanneer de buikspieren hier druk op uitoefenen, bijvoorbeeld wanneer je hoest, perst of een transfer maakt. Bij ‘overloopincontinentie’ lekt er urine uit de blaas doordat deze overvol raakt.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 11:17  
  • Overactieve blaas
    • Bij een dwarslaesie van S1 of hoger is er vaak sprake van een overactieve blaas of reflexblaas. Het signaal dat je naar de wc moet, komt niet meer aan in de hersenen. De reflex van je blaasspier werkt echter nog wel en je blaas leegt zich automatisch als deze té vol raakt. Dit gaat onbewust en hier kun je geen controle op uitoefenen. Dit heet ‘reflexincontinentie’.

      Deze reflex kan gebruik worden bij blaaskloppen/blaastrainen om een verlamde blaas te legen. Vaak leegt je blaas zich echter niet volledig, doordat de sluitspieren niet helemaal kunnen ontspannen. Er blijft urine achter in je blaas en hierdoor heb je grotere kans op blaasontsteking.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 11:20  
  • Informatie specifiek voor caudalaesie
    • Bij een caudalaesie is er sprake van een slappe blaas.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 11:24  
  • Informatie specifiek voor caudalaesie
    • Als je blaas niet goed werkt
      In de blaaswand zit een dunne spierlaag om de blaas leeg te persen. Bij de uitgang van de blaas zitten kringspieren om de urine op te houden. Bij een caudalaesie kunnen de zenuwen, die de blaasspier en de kringspieren aansturen, beschadigd zijn. We spreken over een slappe (hypocontractiele) blaas.

      Wat is er aan de hand?

      • Bij mensen met een caudalaesie kan de blaas niet meer goed samenknijpen. Daardoor komt de urine er niet helemaal uit. Dit noemen we retentie.
      • Het risico kan zijn dat je hierdoor te lang met een gevulde blaas rondloopt. Bij een blaas die te lang gevuld is, is de ‘doorstroming’ kleiner en kunnen de schadelijke bacteriën in je blaas groeien. Je kan dan blaasontsteking krijgen.
      • Ook kan het zijn dat je niet voelt wanneer je moet plassen, waardoor er teveel urine in je blaas zit.
      • Omdat ook het afsluitmechanisme van de blaas vaak minder sterk is, kun je bij meer druk op de buik, zoals bij hoesten of niezen, urine verliezen. Dit noemen we incontinentie.

      Wat kun je er aan doen?
      Sommige mensen met een caudalaesie kunnen op natuurlijke wijze plassen. Voor hen is het van belang om de blaas voldoende leeg te plassen. Bij twijfel hierover kan een onderzoek bij de uroloog aantonen of er na het plassen niet teveel urine in de blaas achterblijft.

      Kun je je blaas niet goed legen?
      Dan zijn verschillende methoden mogelijk:

      • Katheters voor intermitterend gebruik: de wegwerpkatheters. Hierbij breng je zelf een slangetje aan in de plasbuis en laat zo de urine wegstromen.
      • Verblijfskatheter via de urinebuis of de buik: een katheter die blijvend wordt ingebracht waarbij de urine in een opvangzak vloeit. Het nadeel van deze methode is dat de blaas na verloop van tijd kleiner wordt, wat tot problemen kan leiden. Denk aan pijnklachten, urineverlies en blaasontsteking. Het is dus een blijvende oplossing; de methode gaat gemiddeld 15 jaar mee.
      • Urinestoma: de urine wordt rechtstreeks via de urineleiders van de nieren naar de buikwand geleid en vloeit in een zakje op de buik. De urine komt dus niet meer in de blaas terecht.

      Heb je last van incontinentie?
      Dan is een chirurgische ingreep mogelijk waarbij een ‘bandje’ om de blaas wordt aangebracht. Het bandje zorgt ervoor dat de plasbuis omhoog getrokken wordt, waardoor de blaas beter afsluit en lekken wordt voorkomen. Deze ingreep wordt alleen bij vrouwen toegepast omdat zij een kortere plasbuis hebben, wat sneller kan leiden tot incontinentie.

      Welke van de genoemde methoden toegepast kan worden, is per persoon verschillend. Andere methoden zijn er nog niet. Er is wel onderzoek gedaan naar elektrostimulatie bij de slappe blaas, maar de ervaring daarmee is nog heel beperkt en de resultaten zijn zeer individu-afhankelijk. Verder is er geëxperimenteerd met een methode waarbij een mechanisme in de plasbuis wordt ingebracht dat door middel van een uitwendig bedienbare magneet de blaas kan openen. Deze methode is niet verder ontwikkeld.

      En hoe zit het met Botox injecties?
      Het toepassen van Botox injecties kan een remedie zijn als er een te hoge druk in de blaas ontstaat bij een overactieve blaas. De Botox zorgt ervoor dat de blaas minder overactief wordt, waardoor er bijvoorbeeld een grotere vullingsmogelijkheid ontstaat. Ook kan het zijn dat er minder vaak aandrang is om te plassen. Bij mensen met een slappe blaas, zoals bij een caudalaesie, ligt de toepassing van een Botox behandeling niet voor de hand, omdat er geen sprake is van een hoge druk in de blaas.

      Blaasontsteking voorkómen en behandelen
      Blaasontstekingen liggen vaak op de loer bij mensen met een caudalaesie als gevolg van het gebruik van katheters of doordat urine te lang in de blaas blijft zitten. Je kunt blaasontsteking proberen te voorkomen door:

      • Voldoende vocht binnen te krijgen (2-2,5 liter per dag). Je hebt 25cc vocht per kilo lichaamsgewicht nodig; iemand die zwaarder is, heeft dus meer vocht nodig. Vocht zit niet alleen in het drinken van dranken, maar ook in soep, fruit, toetje, etc. Het is belangrijk om de inname van vocht goed te verdelen over de dag.
      • Je blaas goed leeg te maken.
      • Cranberrysap te drinken of cranberrytabletten te gebruiken. Cranberry zorgt ervoor dat er een beschermend laagje aan de binnenkant van de blaas ontstaat, waardoor met name E-colli bacteriën zich niet kunnen hechten en uitbreiden. Op besmettingen met andere soorten bacteriën heeft het gebruik van cranberrysap of -tabletten geen positief effect. Waarschijnlijk zijn daarom de ervaringen met het gebruik van cranberry zo wisselend.

       Als je toch een blaasontsteking krijgt:

      • Als er bacteriën aangetoond worden en er echt klachten zijn (koorts, buikpijn, incontinentie) dan kan een antibioticum gekozen worden gericht op bestrijding van de juiste bacterie. Laat hiervoor eerst een kweek maken zodat duidelijk is welke bacterie de ontsteking veroorzaakt. Het nemen van een onderhoudsdosering (een lage dagelijkse dosis antibiotica) wordt alleen aangeraden als er sprake is van veelvuldige blaasontsteking, zodat misschien het aantal ontstekingen verminderd
      • Als er sprake is van zeer veel blaasontstekingen, kan -alleen op indicatie van een uroloog- een blaasspoeling worden toegepast (BCG-spoeling).

      Bekkenbodemspieren
      Het is belangrijk om te zorgen dat de spieren in de bekkenbodem zo goed mogelijk blijven functioneren. Je moet die spieren leren voelen en aanspannen. Er zijn gespecialiseerde bekkenbodemfysiotherapeuten die met een ‘probe’, die wordt aangebracht in de anus of vagina, kunnen meten hoeveel kracht de bekkenbodemspieren hebben, en die aanspanningsoefeningen kunnen aanleren. Het is dan wel belangrijk dat je kunt voelen welke spieren je moet aan- of juist ontspannen. Als je last hebt van verminderd of geen gevoel in je bekenbodem, kan dat erg lastig zijn.

      Bij wie kun je terecht
      Met blaasklachten kun je terecht bij de revalidatiearts, bij de uroloog en bij de gespecialiseerd verpleegkundige, zoals een continentieverpleegkundige. Ook kan een verwijzing naar een bekkenbodemfysiotherapeut nodig zijn.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 12:55  
  • Autonome dysreflexie
    • Bij een dwarslaesie boven T6 kunnen kan een overvolle blaas leiden tot autonome dysreflexie. Dit is een levensbedreigende situatie waarbij de bloeddruk snel heel hoog oploopt.

      Laatst aangepast op 13/03/2017 14:53  
  • Blaasontsteking
    • Wat is het?
      Blaasontsteking (urineweginfectie) is de meest voorkomende complicatie bij een dwarslaesie. Je kunt een blaasontsteking herkennen aan de volgende symptomen:

      • Moeite met plassen
      • Toename van incontinentie bij een reflexblaas
      • Sterk ruikende urine
      • Geconcentreerde urine (donkergeel)
      • Troebele urine
      • Mogelijk bloed bij de urine
      • Koorts
      • Zweten
      • Meer spasticiteit
      • Opvliegers
      • Algehele malaise

      Neem contact op met je huisarts, wanneer je symptomen van een blaasontsteking vertoond. Wanneer een blaasontsteking doortrekt naar de nieren kan het ernstige en blijvende schade veroorzaken.


      Hoe komt het?
      Zowel met een slappe als een overactieve blaas kun je last krijgen van blaasontsteking, wanneer je je blaas niet goed leegt. In de achtergebleven urine kunnen bacteriën groeien, die zorgen voor een blaasontsteking.

      Bovendien kan katheteriseren een blaasontsteking veroorzaken wanneer je niet hygiënisch te werk gaat.

      Bij een verblijfskatheter (via de urinebuis of de buik) heb je altijd bacteriën in je blaas. We spreken echter pas van een blaasontsteking wanneer de bacteriegroei uit de hand loopt. Zo is het soms mogelijk om bij een verblijfskatheter jarenlang bacteriën in je blaas te hebben zonder dat je er wat van merkt. Wanneer je genoeg drinkt, zal de bacteriegroei niet uit de hand lopen.


      Hoe voorkom je het?

      • Genoeg drinken: door genoeg te drinken (2-3 liter per dag) wordt de concentratie van bacteriën in de urine minder en daarmee is de kans op een blaasontsteking kleiner.
      • Blaas goed legen: door de blaas goed te legen, krijgen bacteriën geen kans zich te vermenigvuldigen.
      • Hygiënisch te werk gaan bij het katheteriseren: door het gebruik van schone materialen, verklein je de kans op bacteriën.
      • Het is af te raden om als voorzorgsmaatregel (profylactisch) antibiotica te gebruiken in verband met resistentie.


      Hoe behandel je het?
      Bij een verdenking op blaasontsteking zal de huisarts de urine op kweek zetten. Zo kan een gerichte antibioticakuur gestart worden. Een blaasontsteking wordt alleen met antibiotica behandeld als je symptomen vertoont. Veelvuldig antibioticagebruik dient voorkomen te worden, omdat je hiermee het risico loopt dat je resistent wordt en niet meer op de antibiotica reageert.

      Wanneer je een verblijfskatheter hebt, moet je deze 24 uur na het starten van de antibiotica vervangen. Dit helpt om nieuwe infecties en resistente bacteriën te voorkomen.

      Laatst aangepast op 24/02/2017 10:47  
  • Blaasstenen/nierstenen
    • Wat is het?
      Een samenklontering van vuildeeltjes en/of calcium in de nieren of blaas kan stenen veroorzaken, die tot verstoppingen kunnen leiden in de nieren of verblijfskatheter. Stenen houden bacteriën vast, wat de kans op blaasontsteking vergroot.

      Hoe komt het?
      Na het ontstaan van de dwarslaesie treedt er botontkalking op in het verlamde deel van het lichaam. Dit kan leiden tot een verhoogde calciumconcentratie in het bloed. Calcium wordt door de nieren uit het bloed gehaald. Hierdoor heb je een verhoogd risico op het ontstaan van blaas- of nierstenen.

      Blaasstenen gaan vaak samen met een bepaalde bacterie (proteus). Deze bacterie kan de oorzaak zijn van steeds terugkerende urineweginfecties.

      Hoe voorkom je het?
      Zorg dat je voldoende drinkt (2-3 liter per dag).

      Hoe behandel je het?
      Stenen kunnen aangetoond worden door echo- of röntgenonderzoek. Kleine stenen kunnen door veel drinken uitgeplast worden. Grotere stenen kunnen vergruisd worden en soms is het nodig om stenen via een operatie te verwijderen.

      Bij het vergruizen van nierstenen wordt een apparaat op de buik gezet, ter hoogte van de nier. Het apparaat geeft schokgolven, die de steen vergruizen. De vergruisde steen wordt uitgeplast. Soms zijn meerdere behandelingen nodig om de steen te vergruizen.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 12:45  
  • Incontinentie
    • Wat is het?
      Incontinentie is het ongewild verlies van urine. In het genoemde onderzoek werd gevonden dat ruim 40% van de onderzochte personen hier wel eens last van heeft. Bij 10% is dit dagelijks, bij 10% is dit wekelijks en bij ruim 7% is dit maandelijks. Nog eens 14% geeft aan dat dit minder dan één keer per maand is (ALLRISC).

      Hoe komt het?
      Zowel mensen met een slappe als met een overactieve blaas kunnen last hebben van incontinentie. Bij een slappe blaas komt dit door een verhoogde druk op de blaas door de buikspieren (‘spannings- of stressincontinentie’) of omdat de blaas lekt wanneer deze te vol raakt (‘overloopincontinentie’).

      Bij een overactieve blaas is de reflexboog nog intact en leegt de blaas automatisch wanneer deze te vol raakt (‘reflexincontinentie’). 

      Hoe voorkom je het?
      Goed blaasmanagement vermindert het risico op incontinentie. Spannings- of stressincontinentie kun je voorkomen door voor het stressmoment een keer extra te katheteriseren. Het risico op overloopincontinentie kun je verminderen door te zorgen dat je blaas niet overvol raakt. Dit betekent dat je je blaas vaker moet legen naar mate je meer drinkt. 

      Hoe behandel je het?
      Als incontinentie veroorzaakt wordt door een overactieve blaas, is het mogelijk hier medicijnen voor te gebruiken. Er is echter nog geen optimale behandeling en de medicijnen die voorgeschreven kunnen worden, hebben vaak bijwerkingen. Het genoemde onderzoek laat zien dat bijna 23% van de mensen met een dwarslaesie medicijnen gebruikt om de overactiviteit van de blaas te verminderen (ALLRISC).

      Sinds een aantal jaren is het ook mogelijk om een overactieve blaasspier met behulp van een cystoscoop te injecteren met botuline-toxine. Hierdoor verslapt de blaas en stopt de reflexincontinentie. Deze behandeling moet wel regelmatig herhaald worden.

      Om het ongemak van incontinentie te beperken, kun je gebruik maken van opvangmateriaal. Het genoemde onderzoek laat zien dat bijna 60% van de mensen met een dwarslaesie hier gebruik van maakt (ALLRISC).

      Mannen gebruiken vaak een condoomkatheter (11,3%) (ALLRISC). Dit ziet eruit als een condoom met een trechtertje waar een slang met een urinezakje aan wordt bevestigd. Een condoomkatheter moet je iedere dag verwisselen. Verder moet je je huid elke dag inspecteren op wondjes, drukplekjes en/of huidirritaties.

      Voor vrouwen is het niet goed mogelijk om urine comfortabel op te vangen. Het gebruik van incontinentiemateriaal leidt vaak tot een natte huid, wat de kans op drukplekken vergroot.

      Laatst aangepast op 13/03/2017 15:38  
  • Nierbekkenontsteking
    • Wat is het?
      Een nierbekkenontsteking is een ontsteking van het nierbekken en is ernstiger dan een blaasontsteking. Wanneer een nierbekkenontsteking niet behandeld wordt, kan het leiden tot ernstige gezondheidsproblemen of nierfalen. Vroeger was dit de meest voorkomende doodsoorzaak bij mensen met een dwarslaesie.

      Van een nierbekkenontsteking ben je meestal erg ziek. Naast de symptomen van een blaasontsteking kun je hierbij last hebben van:

      • Hoge koorts, gepaard gaande met koude rillingen
      • Verhoogde hartslag
      • Pijn in de schouders of lage rug
      • Rillerigheid

      Neem direct contact op met je huisarts, wanneer je denkt dat je een nierbekkenontsteking hebt.

      Hoe komt het?
      Een blaasontsteking kan als het waren ‘opstijgen’ vanuit de blaas richting de nieren en een nierbekkenontsteking veroorzaken. Dit kan gebeuren wanneer je te weinig drinkt en wanneer de urine te lang in de blaas blijft zitten. Ook een verstopte katheter kan tot een nierbekkenontsteking leiden.

      Hoe voorkom je het?
      Door genoeg te drinken, de blaas goed te legen en hygiënisch te werk te gaan bij het legen van de blaas is de kans op blaasontsteking kleiner. Daarmee wordt ook de kans op nierbekkenontsteking kleiner.

      Hoe behandel je het?
      Wanneer de symptomen erg heftig zijn, word je opgenomen in het ziekenhuis. Antibiotica zullen via een infuus gegeven worden.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 13:34  
  • Reflux
    • Wat is het?
      Bij reflux stroomt urine van de blaas terug naar de nieren. Dit vergroot de kans op nierbekkenontsteking en waternieren. Bij reflux kun je last hebben van de volgende symptomen:

      • Urineweginfectie
      • Te veel urine in de nieren die niet doorstroomt naar de blaas
      • Opgezette buik
      • Hoge bloeddruk
      • Misselijkheid en overgeven
      • Eiwit in de urine

      Hoe komt het?
      Normaalgesproken stroomt de urine via de urineleider van de nieren naar de blaas. Bij een dwarslaesie is de aansturing van de blaas verstoord. Hierbij is er vaak een verhoogde druk in de blaas door een overactieve blaas of slechte ontspanning van de sluitspieren of allebei. Ook een verstopte katheter kan leiden tot reflux.

      Hoe voorkom je het?
      Je moet een verhoogde druk in de blaas voorkomen door de blaas op tijd te legen en/of met medicijnen te behandelen.

      Hoe behandel je het?
      Reflux kan vastgesteld worden met behulp van een echo of een mictiecystogram. Het wordt behandeld door de blaasdruk te verlagen. Een andere manier van blaasledigen of medicijnen kunnen hier voor zorgen.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 11:49  
  • Waternieren (hydronefrose)
    • Wat is het?
      Wanneer je waternieren hebt, zijn de nieren opgezwollen doordat deze urine vasthouden. Het kan aan beide nieren of aan 1 kant voorkomen. Waternieren kunnen blijvende nierschade tot gevolg hebben.

      Hoe komt het?
      Waternieren worden vaak veroorzaakt door een verhoogde blaasdruk waardoor de urine slecht doorstroomt van de nieren naar de blaas of door reflux waardoor de urine terugstroomt van de blaas naar de nieren. Ook kan verstopping van de urineleider door nierstenen de oorzaak zijn.

      Hoe voorkom je het?
      Door te zorgen dat de druk in de blaas niet te hoog wordt en de urinewegen niet verstopt raken.

      Hoe behandel je het?
      De arts kan door lichamelijk onderzoek voelen of de nieren vergroot zijn. Beeldvormend onderzoek, zoals een echo of een röntgenfoto, worden gebruikt om dit te bevestigen.

      In eerste instantie wordt de druk van de nier(en) gehaald door het plaatsen van een katheter. De behandeling is verder afhankelijk van de oorzaak. Nierstenen zullen verwijderd worden en wanneer reflux de oorzaak is, zal de hoge blaasdruk behandeld worden.

      Laatst aangepast op 13/03/2017 15:32  
  • Verblijfskatheter via de urinebuis
    • Het ALLRISC onderzoek laat ziet dat 3,2% van de mensen met een dwarslaesie een verblijfskatheter via de urinebuis heeft. Dat zijn vaker mensen die hun laesie langer dan 30 jaar hebben. Verder hebben vrouwen dit soort verblijfskatheter vaker dan mannen, waarschijnlijk omdat opvangmateriaal tegen incontinentie voor vrouwen minder gebruiksvriendelijk is.

      Deze verblijfskatheter wordt via de urinebuis permanent in de blaas ingebracht. Om de katheter op zijn plek te houden, wordt een klein ballonnetje met water opgeblazen zodra de katheter in de blaas zit. Dit ballonnetje moet zo klein mogelijk zijn, omdat grotere ballonnetjes kunnen zorgen voor blaasspasmen en lekkage.

      Een verblijfskatheter via de urinebuis wordt vaak kortdurend gebruikt bij een ziekenhuisopname, weekendverlof of operatie. Bij ouderen, zwakke mensen of mensen met een beperkte arm- en handfunctie wordt deze ook wel langdurig gebruikt, omdat er geen beter alternatief is.

      De nadelen van een verblijfskatheter via de urinebuis zijn chronische blaasontsteking, schrompelen van de blaas en drukplekken in de plasbuis. Mannen hebben ook kans op fistels, urinebuisvernauwing en infectie van de testikels en prostaat. Op langere termijn kan dat leiden tot vruchtbaarheidsproblemen.

      Deze verblijfskatheter moet elke 6-12 weken vervangen worden, afhankelijk van de steenaanslag op de katheter. Dat vervangen minimaliseert de kans op verstopping en blaasontsteking. Wanneer de katheter verstopt raakt, wordt de blaas makkelijk overrekt. Bovendien heb je dan bij een laesie boven T6 kans op autonome dysreflexie. Je kunt verstopping voorkomen door genoeg te drinken (2-3 liter per dag). Bijkomend voordeel is dat je urine daardoor verdund wordt, waardoor de kans op een blaasontsteking weer minder wordt.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 12:34  
  • Verblijfskatheter via de buik (suprapubische verblijfskatheter of subrapub)
    • Het ALLRISC onderzoek laat zien dat 11,3% van de onderzochte mensen gebruikt maakt van een suprapub. Op de lange termijn geeft een verblijfskatheter via de buik minder complicaties dan een verblijfskatheter via de plasbuis.

      Deze verblijfskatheter wordt direct in de blaas ingebracht, via een sneetje in de buik, net boven de schaamstreek. Dit is een kleine operatie, die door de uroloog gedaan wordt. Om de katheter op zijn plek te houden, wordt een klein ballonnetje met water opgeblazen zodra de katheter in de blaas zit. Dit ballonnetje moet zo klein mogelijk zijn, omdat grotere ballonnetjes kunnen zorgen voor blaasspasmen, lekkage en autonome dysreflexie.

      De suprapub wordt met een bocht op de buikhuid vastgeplakt om te voorkomen dat de blaas beschadigd raakt als er per ongeluk aan de katheter getrokken wordt.

      Om infecties te voorkomen moet de snee in de buik moet goed verzorgd worden. Dit doe je door dagelijks de huid rondom de snee met water schoon te maken en er een nieuw (steriel) gaasje op te doen. Wanneer er sprake is van afscheiding in dit gebied, moet je het twee keer per dag schoonmaken met een alcoholoplossing. Wanneer het gebied rood en hard wordt, moet je naar de dokter.

      De katheter wordt de eerste keer ingebracht door de uroloog, daarna kan de huisarts of wijkverpleegkundige deze vervangen als dit nodig is. De operatie kan vrij snel weer ongedaan gemaakt worden; wanneer de katheter eruit gehaald wordt, groeit de snee weer dicht.

      Een suprapub moet ook één keer in de 6-12 weken vervangen worden, afhankelijk van de steenaanslag op de katheter. Dat minimaliseert de kans op verstoppingen. Een verstopping van de katheter kan bij een laesie boven T6 autonome dysreflexie veroorzaken. Je kunt verstopping voorkomen door genoeg te drinken (2-3 liter per dag).

      Wanneer je de suprapub langer dan 5 jaar hebt, is het aan te raden jaarlijks een cystoscopie te laten doen. Hierbij wordt gekeken of er veranderingen in de blaas zijn die zouden kunnen wijzen op blaaskanker door irritatie van de blaaswand door de katheter.

      Een suprapub wordt vooral toegepast bij mensen met een hoge dwarslaesie en in het bijzonder bij vrouwen.  Het is een alternatief wanneer intermitterende katheterisatie of blaaskloppen/blaastrainen niet werken door slechte handfunctie of wanneer je last blijft houden van incontinentie. Een suprapub heeft de voorkeur boven een verblijfskatheter via de urinebuis, omdat de kans op blaasontsteking kleiner is.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 12:42  
  • Intermitterende katheterisatie
    • Het ALLRISC onderzoek laat zien dat dit de meest gebruikte methode is om de blaas te legen (door 43% van de onderzochte personen). Door hun betere handfunctie maken mensen met een paraplegie vaker gebruik van intermitterende katheterisatie dan mensen met een tetraplegie. Ook wordt het vaker bij complete dan bij incomplete laesies toegepast.

      Bij intermitterend katheteriseren breng je via de urinebuis een slangetje in de blaas. Dit slangetje zorgt ervoor dat de urine afgevoerd wordt. Als de blaas leeg is, haal je de katheter er weer uit. Hiervoor gebruik je een wegwerpkatheter voor eenmalig gebruik.

      Een goede hygiëne is belangrijk voor het voorkomen van infecties; was handen en penis of schaamlippen, gebruik een antibacteriële gel, wees voorzichtig en houd alle materialen schoon.

      Intermitterend katheteriseren zal in eerste instantie door de verpleging gedaan worden, totdat je dit zelf kunt. Om zelf te katheteriseren heb je een redelijke tot goede handfunctie nodig.

      Katheteriseren gebeurt vaak op gezette tijden. Het aantal keer per dag dat je katheteriseert verschilt per persoon. Vaak is dit 4-6 keer per dag, maar het hangt af van hoeveel je drinkt. Je mag per keer niet meer dan 500ml katheteriseren. Wanneer dat wel zo is, moet je vaker katheteriseren. Anders wordt je blaas te vol en dit kan leiden tot een overrekte blaas en infecties.

      Er bestaan veel verschillende soorten katheters. Het is belangrijk dat je tijdens je revalidatieperiode verschillende soorten kunt proberen om zo uit te zoeken welke voor jou het meest geschikt is.

      Laatst aangepast op 13/03/2017 15:30  
  • Blaaskloppen/blaastrainen
    • Het ALLRISC onderzoek laat zien dat deze methode door 11% van de onderzochte personen wordt gebruikt. Het wordt vaker door mensen met een tetraplegie dan met een paraplegie gebruikt.

      Wanneer je een reflexblaas hebt, kan je deze reflex gebruiken om je blaas te legen. Door op de onderbuik te kloppen wordt een reflex opgewekt. Door de reflex trekt de blaas samen en wordt zij geleegd. Dit noemen we blaaskloppen of blaastrainen.

      Wanneer je blaaskloppen/blaastrainen gebruikt, moet je zeker weten dat de urine goed afstroomt, de blaas goed geleegd wordt en er niet teveel urine achterblijft. Anders heb je grotere kans op een hoge blaasdruk en blaasontsteking. Er mag niet meer dan 100ml in de blaas achterblijven. In overleg met een specialist zal bepaald worden of dit voor jou een geschikte methode is.

      Wanneer je blaaskloppen/blaastrainen gebruikt, kan de blaas zich ook tussendoor spontaan legen wanneer deze vol is. Dan heb je incontinentiemateriaal nodig.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 13:44  
  • Crederen
    • Crederen is een ouderwetste techniek waarbij de blaas leeggedrukt wordt via de buik. Hierbij loop je het risico op een te hoge druk in de blaas met reflux als gevolg. Deze methode wordt daarom niet meer toegepast.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 13:44  
  • Stoma
    • Een urinestoma is een kunstmatige uitgang van de blaas door de huid van de buik. Er zijn verschillende urinestoma’s:

      • Incontinent urinestoma of nat stoma. Bij dit type stoma verlaat de urine het lichaam via een verbinding tussen de urineleiders en de buikwand. De urine stroomt constant en wordt direct in een opvangzakje op de buik opgevangen.
      • Continent urinestoma of droog stoma. Bij dit type stoma wordt een verbinding met afsluitmechanisme gemaakt tussen de blaas en de buikwand. Door dit stoma kan de blaas met een katheter geleegd worden.

      Wanneer je gebruik maakt van een urinestoma, heb je geen last meer van urine-incontinentie. Een stoma wordt door middel van een operatie aangelegd. De genoemde studie liet zien dat een urinestoma de minste impact heeft op de kwaliteit van leven (ALLRISC).

      Het continente urinestoma wordt met name bij vrouwen met incontinentie ingezet, omdat bij mannen een condoomkatheter een goed alternatief is dat bij vrouwen niet bestaat.

      Laatst aangepast op 16/11/2016 15:27  
  • Blaasstimulator (Sacraal Anterior Root Stimulator, SARS)
    • Met een blaasstimulator krijg je controle over je blaas door elektrische stimulatie van de zenuwen die de blaas besturen. Dit is een mogelijkheid wanneer je een overactieve blaas heb en daardoor last hebt van veel ongecontroleerd urineverlies. De blaasstimulator voorkomt incontinentie voor urine en een verhoogde druk in de blaas.

      Het plaatsen van een blaasstimulator is een ingewikkelde en kostbare ingreep. Er zal eerst uitgebreid vooronderzoek gedaan worden voor je hiervoor in aanmerking komt. Met een blaasstimulator kunnen eventueel ook de darmen weer gecontroleerd worden en een erectie opgewekt worden.

      Het gebruik van een blaasstimulator voor reflexincontinentie is de laatste jaren vrijwel volledig verdrongen door de botuline-injecties in de blaasspier wat veel eenvoudiger en goedkopere behandeling is. Deze moet echter wel regelmatig herhaald worden.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 12:52  
  • Urinetest
    • Bij verdenking op een blaasontsteking zal de huisarts de urine testen op bacteriën. Dit gebeurt door een stickje in de urine te hangen of door middel van een kweekonderzoek in het laboratorium.

      Om urine te testen, laat je urine direct vanaf de katheter in een steriel potje of bekertje lopen. Neem geen urine uit de urinezak, want deze bevat meestal veel bacteriën. Het is ook niet verstandig een urinetest te doen wanneer je antibiotica hebt tegen blaasontsteking.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 13:45  
  • Residumeting
    • Een residumeting laat zien hoeveel urine er in de blaas achterblijft na het plassen. Hiermee wordt gekeken of een bepaalde vorm van blaasmanagement passend is. Er mag namelijk niet teveel urine in de blaas achterblijven, aangezien dit de kans op blaasontsteking en stenen verhoogt.

      Wanneer het na het oplopen van de dwarslaesie lukt om af en toe weer zelfstandig te plassen, wordt deze meting uitgevoerd. Het bepalen van het residu gebeurt door middel van katheterisatie of het maken van een echo.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 13:46  
  • Cystoscopie
    • Een cystoscopie is een kijkonderzoek van de blaas via de plasbuis. Het wordt uitgevoerd door een uroloog. Een cytoscopie wordt gedaan wanneer je vaak een blaasontsteking hebt of als er bloed bij de urine zit. Wanneer je langer dan 5 jaar een suprapub of een verblijfskatheter via de urinebuis hebt, wordt met behulp van een cytoscopie gekeken of deze geen aanleiding tot blaaskanker gegeven heeft.

      Verder is het mogelijk om met behulp van een cytoscopie de blaasspier te injecteren met botuline-toxine, wanneer je door een overactieve blaas last hebt van incontinentie.

      Bij een cytoscopie brengt de arts een buisje in de plasbuis in tot aan de blaas, waarmee hij de binnenkant van de plasbuis en de blaas kan bekijken. Soms moet voor de cytoscopie de urine opgevangen worden voor onderzoek.

      Laatst aangepast op 27/03/2017 12:48  
  • Cystogram/mictiecystogram
    • Een cystogram geeft informatie over de anatomie van de blaas. De blaas wordt met behulp van een katheter met contrastvloeistof gevuld en hiervan worden röntgenfoto’s gemaakt.

      Een mictiecystogram geeft informatie over het functioneren van de blaas en urinebuis. De blaas wordt met behulp van een katheter met contrastvloeistof gevuld en hiervan worden tijdens en na het plassen foto’s gemaakt. Verder kan er gekeken worden of er sprake is van reflux.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 13:48  
  • Urodynamisch onderzoek (UDO)
    • Een UDO geeft informatie over hoe de blaas en urinebuis werken. Hiermee wordt gekeken worden naar de blaasinhoud, de blaasdruk, het urineverlies, hoe snel de urine door de urinebuis naar buiten stroomt en eventueel de spanning van de bekkenbodemspieren.

      Het onderzoek bestaat uit twee delen:

      • Hierbij wordt gekeken hoeveel je plast en wat de kracht en snelheid van de straal is. Tevens wordt het residu na plassen bepaald (mbv een echo of door katheteriseren).
      • Daarna wordt er een drukkatheter in de blaas en de darm ingebracht.
        • De drukkatheter in de darm meet de buikdruk wanneer de blaas gevuld wordt met vocht. Bovendien krijgt je elektroden (stickers) op je anus. Hiermee wordt gemeten hoe sterk de bekkenbodemspieren zijn.
        • De drukkatheter in de blaas meet de druk in de blaas wanneer deze gevuld wordt. Er wordt gekeken of je urine verliest als je hoest. Verder wordt er gekeken wanneer je aandrang voelt om te plassen en wanneer je het echt niet meer op kunt houden. Dan mag je plassen en wordt de straal nog een keer gemeten, in combinatie met de druk in de blaas en de darm. Als laatste wordt gemeten hoe goed de urinebuis afsluit.

      Dit onderzoek zal na ongeveer 2-3 maanden na het oplopen van de laesie gedaan worden.

      Laatst aangepast op 11/11/2016 12:55  
  • Bronnen
  • Verder lezen
    • Professionele richtlijn neurogene blaas

      Professionele richtlijn katheterisatie

      Op de website van SCIRE (Spinal Cord Injury Rehabilitation Evidence) kun je vinden wat er aan wetenschappelijke onderbouwing van dwarslaesierevalidatie beschikbaar is. Deze informatie is vooral gericht op professionals en wordt regelmatig geactualiseerd. Voor meer informatie over darmmanagement bij dwarslaesie klik hier.

      De site van Paralyzed Veterans of Amerika biedt een handleiding over blaasmanagement aan voor mensen met een dwarslaesie (Engelstalig).
      Bladder management following Spinal Cord Injury: what you should know

      De volgende website biedt factsheets gebaseerd op wetenschappelijke informatie toegankelijk aan. De informatie is speciaal geschreven voor mensen met een dwarslaesie en andere belangstellenden.  

      Laatst aangepast op 31/03/2017 13:03