Categorie afbeelding

AUTONOOM ZENUWSTELSEL

Het autonoom zenuwstelsel is betrokken bij de onbewuste (automatische) processen in ons lichaam, zoals de hartslag, de bloeddruk en de lichaamstemperatuur. Bij een dwarslaesie kan de regulatie van deze processen verstoord zijn.


Kies een onderwerp voor meer informatie

Anatomie en functie van het autonoom zenuwstelsel

Het zenuwstelsel bestaat uit het centraal en het perifeer zenuwstelsel. Dit laatste is onderverdeeld in:

  • Het somatisch zenuwstelsel, dat betrokken is bij de bewuste aansturing van onze motoriek, zoals bijvoorbeeld het lopen of rennen.
  • Het autonoom zenuwstelsel, dat betrokken is bij de onbewuste processen, zoals de aansturing van hartslag, bloeddruk en het reguleren van de lichaamstemperatuur.


Afbeelding: Indeling zenuwstelsel (bron: spinalnet)


Het autonoom zenuwstelsel bij een dwarslaesie

Bij een dwarslaesie kunnen, afhankelijk van de hoogte, signalen vanuit het autonoom zenuwstelsel niet of deels aankomen in de hersenen. Daardoor kan het autonoom zenuwstelsel niet of niet goed bijgestuurd worden vanuit de hersenen. Dit heeft gevolgen voor het reguleren van de hartslag en de bloeddruk en het reguleren van de lichaamstemperatuur.


Veelvoorkomende problemen en oplossingen

Doordat het autonoom zenuwstelsel niet meer bijgestuurd kan worden vanuit de hersenen, kunnen prikkels onder het laesieniveau geen of juist een extreme reactie geven. Dit kan leiden tot autonome dysreflexie, orthostatische hypotensie of een te hoge of te lage lichaamstemperatuur.


Bronnen en verder lezen

Naast de bronnen die in de totstandkoming van de Wiki zijn genoemd, zijn voor het hoofdstuk over autonome dysreflexie een aantal specifieke bronnen geraadpleegd. Deze bronnen zijn hier te vinden. Tevens kun je hier meer lezen over wetenschappelijk onderzoek rondom dit thema.


  • Structuur autonoom zenuwstelsel
    • Het zenuwstelsel is een ingewikkeld systeem dat onderverdeeld is in meerdere systemen met elk hun eigen functie. Het bestaat uit het centraal en het perifeer zenuwstelsel. De hersenen en het ruggenmerg vormen samen het centraal zenuwstelsel. Het perifeer zenuwstelsel bestaat uit de zenuwen die vanuit het ruggenmerg naar de rest van ons lichaam lopen en andersom.

      Het perifeer zenuwstelsel bestaat weer uit het somatisch zenuwstelsel en het autonoom zenuwstelsel. Het somatisch zenuwstelsel is betrokken bij de bewuste aansturing van onze motoriek. Het autonoom zenuwstelsel regelt de onbewuste processen in je lichaam. Het regelt de vitale lichaamsfuncties (hartslag, bloeddruk en lichaamstemperatuur) en inwendige organen. Het autonoom zenuwstelsel wordt ook wel het vegetatief, het onwillekeurig of het visceraal zenuwstelsel genoemd.

      Het autonoom zenuwstelsel bestaat uit twee delen, het sympathisch en het parasympathisch zenuwstelsel. Beide systemen hebben een tegengestelde werking en moeten in evenwicht zijn:

      • Het sympathisch zenuwstelsel is actief bij lichamelijke inspanning of na een plotselinge prikkel (zoals schrik of pijn). Het zorgt voor een verhoging van de hartslag, een stijging van de bloeddruk en een vertraging van de spijsvertering.
      • Het parasympathisch zenuwstelsel is actief in rust. Het zorgt ervoor dat alle organen goed functioneren en creëert de juiste omstandigheden voor opbouw en herstel van weefsel. Wanneer het parasympathisch zenuwstelsel actief is, klopt het hart langzamer, daalt de bloeddruk en werkt de spijsvertering sneller.

      Het autonoom zenuwstelsel staat onder controle van de hersenen. Dit betekent dat de hersenen het autonoom zenuwstelsel kunnen bijsturen indien nodig. Dit bijsturen vanuit de hersenen gaat ook automatisch; je kunt hier nauwelijks invloed op uitoefenen. Dit betekent wel dat de signalen de hersenen moeten kunnen bereiken en daarmee dat een dwarslaesie de werking van autonoom zenuwstelsel kan beïnvloeden.

      Laatst aangepast op 01/03/2017 12:35  
  • Regulatie hartslag en bloeddruk
    • De bloeddruk en hartslag zijn nauw met elkaar verbonden. De bloeddruk is bij elke hartslag anders, maar wordt binnen bepaalde marges redelijk constant gehouden. De regulatie van de hartslag en bloeddruk is een ingewikkeld systeem, waarbij zowel het autonoom zenuwstelsel, het regelcentrum in de hersenen en hormoonsystemen betrokken zijn.

      Het hart pompt het bloed door ons lichaam. Daarbij komt druk op de wand van de bloedvaten te staan. Deze druk noemen we de bloeddruk. In de lichaamsslagader (aorta) zitten kleine sensoren (baroreceptoren) die constant de bloeddruk meten. Kleine veranderingen in de bloeddruk worden snel bijgestuurd vanuit het autonoom zenuwstelsel. Abrupte bloeddrukveranderingen zullen ook vanuit het regelcentrum in de hersenen worden bijgestuurd. Deze correctie van de bloeddruk zal heftiger zijn bij een bloeddrukdaling dan bij een -stijging en bij een abrupte verandering dan bij een geleidelijke verandering.

      Wanneer je van vanuit lig snel tot zit komt, verplaatst zich een flinke hoeveelheid bloed van de borstkas naar de buik en benen. Hierdoor daalt de bloeddruk en wordt de rek op de aortawand minder. De baroreceptoren registreren dit en er worden minder signalen naar de hersenen gestuurd. Als reactie hierop zullen de hersenen het sympathisch zenuwstelsel stimuleren en het parasympathisch zenuwstelsel remmen. Dit leidt tot een toename van de hartslag, het sterker samentrekken van het hart en het nauwer worden van de bloedvaten (vasoconstrictie). Tevens wordt het hormoonstelsel geactiveerd en worden er hormonen geproduceerd die het stimulerende effect van het sympathisch zenuwstelsel versterken. Dit alles zorgt ervoor dat de bloeddruk weer stijgt tot normaal.

      Bij inspanning, stress of pijn stijgt je bloeddruk. De verhoogde bloeddruk zorgt voor meer rek op de aortawand. De baroreceptoren registreren dit en er worden signalen naar de hersenen gestuurd. Als reactie hierop zullen de hersenen het parasympathisch zenuwstelsel stimuleren en het sympathisch zenuwstelsel remmen. Dit leidt tot een afname van de hartslag en het verwijden van de bloedvaten (vasodilatatie). Hierdoor zal de bloeddruk weer dalen tot normaal.

      Laatst aangepast op 01/03/2017 12:37  
  • Regulatie lichaamstemperatuur
    • Met lichaamstemperatuur bedoelen we de kerntemperatuur van je lichaam. Deze schommelt normaalgesproken rond de 37 graden en is vrij constant. De temperatuur van je huid (of schiltemperatuur) is veel minder constant en is sterk afhankelijk van de omgevingstemperatuur.

      Je lichaamstemperatuur wordt gereguleerd door het autonoom zenuwstelsel en het thermoregulatiecentrum in de hersenen. Dit thermoregulatiecentrum ontvangt informatie vanuit de huid en het bloed. Dit centrum zet, indien nodig, het autonoom zenuwstelsel in werking om de temperatuur bij te sturen. Het is een vernuftig systeem dat er voor zorgt dat je lichaamstemperatuur rond de 37 graden schommelt, zelfs bij omgevingstemperaturen van 13 tot 60 graden.

      Wanneer je lichaamstemperatuur stijgt, wordt het sympathisch zenuwstelsel geremd. Als gevolg hiervan gaan de bloedvaten in je huid openstaan (vasodilatatie), produceer je intern minder warmte en ga je zweten. Door het verdampen van het zweet wordt de huid gekoeld. Zweten om lichaamswarmte kwijt te raken, werkt in een droge omgeving dan ook beter dan in een vochtige omgeving. Dit proces wordt ondersteund door een verhoging van de hartslag en de hoeveelheid bloed die het hart per slag rondpompt.

      Wanneer je lichaamstemperatuur daalt, wordt het sympathisch zenuwstelsel geactiveerd. Als gevolg hiervan vernauwen de bloedvaten in je huid (vasoconstrictie), produceer je intern meer warmte, ga je rillen en krijg je kippenvel.

      De processen hierboven beschreven gaan automatisch, je kan hier geen invloed op uitoefenen. Maar je bent je wel bewust van je lichaamstemperatuur en hier handel je naar: wanneer je het warm hebt, trek je je trui uit en wanneer je het koud hebt, zet je de verwarming aan.

      Laatst aangepast op 01/03/2017 12:38  
  • Regulatie hartslag en bloeddruk
    • Bij een dwarslaesie met name boven T6 kunnen je hersenen de bloeddruk niet of niet snel genoeg corrigeren bij abrupte houdingsveranderingen of bij fysieke inspanning of stress. Signalen vanuit een deel van de bloedvaten komen niet meer bij de hersenen aan en in de bloedvaten onder het niveau van de dwarslaesie vindt ook geen vernauwing meer plaats. Dit probleem wordt versterkt door het ontbreken van spieractiviteit in de benen en daarmee de spierpomp die een belangrijke rol speelt in de terugvloed van bloed naar het hart. Bij mensen met een cervicale dwarslaesie kan er hierdoor sprake zijn van een algehele lagere bloeddruk (hypothensie). Het lichaam past zich echter uiteindelijk vaak wel aan deze situatie aan.

      Laatst aangepast op 01/03/2017 12:39  
  • Regulatie lichaamstemperatuur
    • Bij een dwarslaesie is, afhankelijk van de hoogte, de verbinding tussen het thermoregulatiecentrum in de hersenen en een kleiner of groter deel van de huid verbroken. Hierdoor bereiken signalen over de temperatuur van de huid het regulatiecentrum niet meer. Aanpassingen aan een veranderende omgevingstemperatuur vinden hierdoor nauwelijks of slechts gedeeltelijk plaats. Bij een dwarslaesie onder T6 is de regulatie van de lichaamstemperatuur wel verstoord, maar niet zo ernstig dat de kerntemperatuur erg schommelt. Kou wordt wel sneller als onaangenaam ervaren dan voor de dwarslaesie.

      Bij een dwarslaesie boven T6 is de thermoregulatie zo verstoord dat het lichaam de neiging heeft om de omgevingstemperatuur over te nemen (poikilothermie). Bij een dwarslaesie boven T1-T2 is dit effect bij een temperatuurstijging nog sterker, omdat het hart daar dan niet meer adequaat met een versnelling op reageert. Bij een deel van de mensen past het lichaam zich nog enigszins aan, maar dit is per persoon erg verschillend.

      Laatst aangepast op 01/03/2017 12:39  
  • Autonome dysreflexie
    • Wat is het?
      Autonome dysreflexie is een veelvoorkomende complicatie bij mensen met een dwarslaesie boven T6. Andere gebruikte termen zijn autonome dysregulatie, autonome dysfunctie of autonome hyperreflexie.

      Autonome dysreflexie is een ontregeling van het autonoom zenuwstelsel als reactie op een specifieke prikkel (bijvoorbeeld een pijnprikkel), waarbij met name de bloeddruk snel heel hoog oploopt. Een sterk verhoogde bloeddruk is gevaarlijk omdat dit de kans op een hersenbloeding of een hartaanval verhoogt. Autonome dysreflexie moet dan ook direct worden behandeld.

      Autonome dysreflexie doet zich pas voor als de spinale shock fase voorbij is en reflexen weer terugkeren. Het komt het meest voor in het eerste jaar na de dwarslaesie, maar kan ook later optreden.

      De symptomen van autonome dysreflexie zijn:

      Primaire symptomen:

      • Snel opkomende, heftige hoofdpijn
      • Transpiratie, vooral in gezicht, nek en schouders

      Secundaire symptomen:

      • Verandering in hartslag: sneller of langzamer
      • Verminderde urineproductie
      • Koorts
      • Rode vlekken boven laesieniveau, rood gelaat
      • Koude/ bleke huid en kippenvel onder laesieniveau
      • Wazig zien of vlekken zien voor de ogen
      • Verstopte neus
      • Angst
      • Meer spasticiteit

      Hoe komt het?
      Autonome dysreflexie wordt vaak veroorzaakt door een niet-gevoelde prikkel onder het laesieniveau of door fysieke inspanning. Hierdoor wordt het sympathisch zenuwstelsel geactiveerd; er wordt een reflex in gang gezet, waardoor bloedvaten onder het laesieniveau samentrekken en de bloeddruk omhoog gaat. Eigenlijk kan je zeggen dat de prikkel zorgt voor een overdreven reactie van het zenuwstelsel.

      Deze reactie kan niet bijgestuurd worden vanuit de hersenen, omdat deze communicatie verstoord is door de dwarslaesie. Het lichaam probeert op een andere manier voor de hoge bloeddruk te compenseren door de hartslag te verlagen en de bloedvaten boven de laesie te verwijden. Bij een dwarslaesie onder T6 werkt dit nog gedeeltelijk, maar bij een hogere dwarslaesie is het gebied dat nog kan worden aangestuurd daarvoor te klein. Dit zorgt voor de zeer specifieke symptomen van autonome dysreflexie.

      Uitlokkende prikkels zijn:

      Hoe voorkom je het?
      Probeer prikkels die autonome dysreflexie kunnen veroorzaken te vermijden of er op te anticiperen. Dat betekent dat je moet zorgen voor goed blaas- en darmbeleid en je drukplekken moet voorkomen door je huid regelmatig op beschadigingen te controleren.

      Bij onderzoeken, behandelingen of operaties aan de blaas of darmen kan vooraf medicatie tegen een hoge bloeddruk worden gegeven. Wanneer er een operatie plaats moet vinden, moeten alle betrokken specialismes (chirurg, gynaecoloog, anesthesist) op de hoogte zijn van autonome dysreflexie.

      Wanneer je regelmatig last van autonome dysreflexie hebt, kan je medicatie tegen een hoge bloeddruk bij je dragen. Overleg dit met je revalidatiearts.

      Hoe behandel je het?
      Mensen met een dwarslaesie die bekend zijn met autonome dysreflexie en/of hun partner kunnen zichzelf waarschijnlijk behandelen. Indien dit niet het geval is, schakel dan direct medische hulp in.

      Wat kan je zelf doen:

      • Ga rechtop zitten met de benen omlaag, of laat iemand je hierbij helpen
      • Haal de prikkel weg die de autonome dysreflexie veroorzaakt.
        • Maak strak zittende kleding of schoenen los, denk ook aan buikband, beenzwachtels, steunkousen ed.
        • Blaas:
          • Controleer of de blaas vol is (voelen of kloppen).
          • Leeg de blaas: bij intermitterende katheterisatie breng je een katheter in (gecoate katheter om verdere autonome dysreflexie te voorkomen); bij een verblijfskatheter via de urinebuis of de buik controleer je de katheter op verstoppingen of knikken in de slang en wissel je de katheter indien nodig (leeg de blaas eventueel met een losse katheter).
          • Leeg urinezakken om te zorgen dat de urine goed afgevoerd kan worden.
        • Darmen:
          • Controleer of de darm vol is (door te toucheren).
          • Wanneer er laag in de darm veel of te harde ontlasting zit, moet dit voorzichtig verwijderd worden. Verdovende gel kan verdere autonome dysreflexie voorkomen.
        • Andere oorzaken: check je huid op scherpe voorwerpen, drukplekken of andere beschadigingen.

      Wanneer het wegnemen van de prikkel die autonome dysreflexie veroorzaakt niet helpt en de bloeddruk hoog blijft, heb je medicijnen nodig. Bel 112. Niet iedereen is even goed bekend met het beeld van autonome dysreflexie en daarom is het handig om de medische kaart te overhandigen aan de ambulancebroeders. Deze medische kaart is bij de DON webshop te verkrijgen tegen verzendkosten. Mogelijk kun je ook bij je revalidatiearts een informatiekaart krijgen.

      Laatst aangepast op 12/05/2017 09:43  
  • Hyperthermie
    • Wat is het?
      Hyperthermie betekent oververhitting. We spreken van hyperthermie wanneer je lichaamstemperatuur oploopt boven de 42 graden. De temperatuur is dan zo hoog, dat er schade optreedt aan weefsels en organen. Dit is gevaarlijk.

      Hyperthermie is te herkennen aan:

      • Hoge lichaamstemperatuur
      • Hoofdpijn
      • Duizeligheid
      • Bewustzijnsdaling
      • Shock
      • Snelle hartslag
      • Snelle ademhaling
      • Epileptische aanvallen
      • Verwardheid en bizar gedrag
      • Rode droge warme huid, soms is de huid juist bleek en koud, terwijl de lichaamstemperatuur wel ernstig verhoogd is
      • Zweten boven laesieniveau

      De gebruikelijke signalen van oververhitting (rode huid, zweten) zijn vaak niet waar te nemen wanneer je een dwarslaesie heb, ook niet boven laesieniveau. Wanneer je een lage laesie hebt, kan dit wel het geval zijn.

      Hoe komt het?
      Wanneer je een dwarslaesie op T6 of hoger hebt, is enerzijds het signaal naar de hersenen over de temperatuur van je huid verstoord. Anderzijds kunnen je hersenen het autonoom zenuwstelsel niet aansturen om een adequate reactie te geven op de omgevingstemperatuur. Daarom kan een warme omgeving of sterke inspanning tot oververhitting leiden. Een dwarslaesie boven T1-T2 versterkt dit effect, omdat het hart niet adequaat reageert op de stijgende lichaamstemperatuur.

      Je moet bedacht zijn op oververhitting in een warme omgeving of wanneer je gaat sporten.

      Hoe voorkom je het?
      Wees alert bij langduriger verblijf in een warme auto en zorg dat je airco hebt. Als je gaat sporten moet je je beschermen tegen directe zonnestralen en moet je zorgen dat je voldoende vocht binnenkrijgt. Sporters kunnen met natte doeken of ijspakkingen hun lichaam voor de training of wedstrijd preventief koelen.

      Hoe behandel je het?
      Zorg voor een koele omgeving (eventueel met airco en ventilatoren) en koel je lichaam met natte doeken. Zorg verder voor ijspakkingen onder de oksels, in de liezen, ellebogen en de nek. Zorg voor voldoende ventilatie, houd je handen in koud water. Ook het drinken van koude dranken kan helpen. Eventueel kan een paracetamol genomen worden om de temperatuur te laten zakken.

      Wanneer bovenstaande maatregelen niet helpen of wanneer iemand niet aanspreekbaar is en geen ademhaling meer heeft, start reanimeren en bel 112.

      Wanneer hyperthermie veroorzaakt woord door een onderliggend probleem zoals koorts, dient dit onderliggende probleem aangepakt te worden.

      Laatst aangepast op 30/03/2017 10:04  
  • Hypothermie
    • Wat is het?
      Hypothermie betekent onderkoeling. We spreken van hypothermie wanneer je lichaamstemperatuur 35 graden of lager is. De temperatuur is dan zo laag, dat de normale stofwisseling in gevaar komt. Wanneer de lichaamstemperatuur onder de 32 graden zakt, wordt de situatie erg gevaarlijk.

      Hypothermie is te herkennen aan:

      • Een lage lichaamstemperatuur
      • Sloomheid en sufheid of zelfs slaperigheid
      • Onduidelijk spreken (dysartrie)
      • Trage hartslag
      • Langzame ademhaling

      De gebruikelijke signalen van onderkoeling (bleke huid, kippenvel) zijn vaak niet waar te nemen wanneer je een dwarslaesie heb, ook niet boven laesieniveau. Wanneer je een lage laesie hebt, kan dit wel het geval zijn.

      Wanneer je normale lichaamstemperatuur na de dwarslaesie lager ligt dan 37 graden, kun je bij ziekte ‘relatieve hypothermie’ laten zien. Je lichaamstemperatuur stijgt dan tot normaal of licht verhoogd. Deze voor anderen normale temperatuur is voor jou flinke koorts en geeft aan dat er ergens in je lichaam een bacteriële of virale infectie zit.

      Soms hebben mensen met een dwarslaesie het gevoel dat ze het koud hebben, terwijl de kerntemperatuur niet verlaagd is.

      Hoe komt het?
      Wanneer je een dwarslaesie op T6 of hoger hebt, is enerzijds het signaal naar de hersenen over de temperatuur van je huid verstoord. Anderzijds kunnen je hersenen het autonoom zenuwstelsel niet aansturen om een adequate reactie te geven op de omgevingstemperatuur. Daarom kan een koude omgeving tot onderkoeling leiden.

      Onderkoeling kan in Nederland al door ‘normale’ omstandigheden ontstaan; bijvoorbeeld tijdens een koele zomerdag van 18 graden zonder de verwarming aan te zetten. Ook in het water moet je bedacht zijn op onderkoeling; water geleidt warmte zeer goed, en zelfs een watertemperatuur van 30 graden kan al leiden tot onderkoeling.

      Hoe voorkom je het?
      Wees alert op de omgevingstemperatuur en bij verblijf in het water.

      Goed isolerende, luchthoudende kleding (wol of thermisch ondergoed) minimaliseert het verlies van warmte, evenals vochtafstotende of sneldrogende kleding. Verder is het goed om veel laagjes te dragen in plaats van 1 dikke trui. De meeste warmte verlies je via je hoofd, dus het dragen van een petje of muts is aan te raden.

      Hoe behandel je het?
      Wanneer je buiten bent, ga dan naar binnen en doe eventuele natte kleding uit. Zorg dat je geleidelijk weer opwarmt door je handen in warm water te houden, iets warms te drinken en warme dekens en jassen over je heen te gooien. Wanneer je te snel opwarmt kan je last krijgen van een lage bloeddruk. 

      Wanneer bovenstaande maatregelen niet helpen of wanneer iemand niet aanspreekbaar is en geen ademhaling meer heeft, start reanimeren en bel 112.

      Wanneer je met sterke hypothermie in het ziekenhuis wordt opgenomen, hebben ze daar diverse manier om het lichaam gecontroleerd weer op te warmen.

      Laatst aangepast op 30/03/2017 10:05  
  • Orthostatische hypotensie
    • Wat is het?
      Orthostatische hypertensie is een plotselinge daling van de bloeddruk bij een houdingsverandering. Met name bij het snel van lig tot zit of van zitten tot staan komen.

      Hoe komt het?
      Door de houdingsverandering stroomt er veel bloed van de borstkas naar de buik en de benen, waardoor de bloeddruk daalt. De hersenen kunnen hier door de dwarslaesie niet snel genoeg voor corrigeren. Het risico hierop is het grootst in de eerste periode na het ontstaan van de dwarslaesie, maar het kan ook daarna voorkomen bij mensen met een hoog-thoracale of cervicale dwarslaesie.

      Wanneer je spasticiteit in je benen hebt, heb je hier wellicht minder last van. Het samentrekken van de beenspieren compenseert namelijk voor het effect van het terugstromen van het bloed naar buik en benen.

      Hoe voorkom je het?

      • Bovenbenen stevig zwachtelen of gebruik van elastische kousen
      • Gebruik van een buikband
      • Rustig aan doen met vanuit lig gaan zitten of met opstaan.


      Hoe behandel je het?
      Een plotselinge daling van de bloeddruk door een houdingsverandering als gevolg van een dwarslaesie is niet te behandelen. Teruggaan naar de vorige houding (dus weer gaan liggen of zitten) brengt vaak snel verlichting. Indien van toepassing kan de rolstoel naar achteren worden gekanteld. Neem alle voorzorgsmaatregelen in acht om er zo min mogelijk last van te hebben.

      Laatst aangepast op 30/03/2017 10:06  
  • Bronnen
  • Verder lezen
    • Op de website van SCIRE (Spinal Cord Injury Rehabilitation Evidence) kun je vinden wat er aan wetenschappelijke onderbouwing van dwarslaesierevalidatie beschikbaar is. Deze informatie is vooral gericht op professionals en wordt regelmatig geactualiseerd. Voor meer informatie over autonome dysreflexie klik hier en voor meer informatie over orthostatische hypothensie klik hier.

      De site van Paralyzed Veterans of Amerika biedt een handleiding over autonome dysreflexie aan voor mensen met een dwarslaesie (Engelstalig).
      Autonomic dysreflexia: what you should know

      De volgende website biedt factsheets gebaseerd op wetenschappelijke informatie toegankelijk aan. De informatie is speciaal geschreven voor mensen met een dwarslaesie en andere belangstellenden.

      Laatst aangepast op 31/03/2017 13:05