Categorie afbeelding

CAUDALAESIE

Een caudalaesie wordt ook wel cauda equina syndroom genoemd. Cauda equina betekent in het Latijn 'paardenstaart'. De cauda equina is de bundel van uitlopers van de ruggenmergzenuwen in het wervelkanaal onder de plaats waar het ruggenmerg ophoudt. Dit is ongeveer bij de eerste lendenwervel (L1). Deze bundel lijkt op een paardenstaart.

Een caudalaesie is een vrij zeldzame neurologische aandoening, waarbij de zenuwen van de cauda equina zijn beschadigd doordat zij bekneld zijn geraakt. Hierdoor worden boodschappen niet meer (goed) doorgegeven en ontstaan er stoornissen in motoriek (beweging), gevoel en/of de functie van blaas en darmen (vegetatieve uitval). Deze beschadiging kan compleet of incompleet zijn. Bij het cauda equina syndroom is vrijwel altijd sprake van een incomplete laesie.

Het onderscheid tussen caudalaesie en dwarslaesie is dat bij een caudalaesie het ruggenmerg intact is en alleen de onderste zenuwwortels beschadigd zijn.


Kies een onderwerp voor meer informatie

Het zenuwstelsel

Al het gevoel in je lichaam en iedere beweging die je maakt, wordt gecontroleerd door het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel bestaat uit een netwerk van zenuwcellen (neuronen) door het hele lichaam. Door dit netwerk kunnen boodschappen (elektrische signalen) van het ene naar het andere deel van het lichaam gaan.


Wat is een caudalaesie?

Een caudalaesie wordt ook wel cauda equina syndroom genoemd. Cauda equina betekent in het Latijn 'paardenstaart'. De cauda equina is de bundel van uitlopers van de ruggenmergzenuwen in het wervelkanaal onder de plaats waar het ruggenmerg ophoudt, ongeveer bij de eerste lendenwervel (L1). Deze bundel lijkt op een paardenstaart.

Een caudalaesie is een vrij zeldzame neurologische aandoening, waarbij de zenuwen van de cauda equina zijn beschadigd doordat zij bekneld zijn geraakt. Hierdoor worden boodschappen niet meer (goed) doorgegeven en ontstaan er stoornissen in motoriek (beweging), gevoel en/of de functie van blaas en darmen (vegetatieve uitval). Deze beschadiging kan compleet of incompleet zijn. Bij het cauda equina syndroom is vrijwel altijd sprake van een incomplete laesie.

Het onderscheid tussen caudalaesie en dwarslaesie is dat bij een caudalaesie het ruggenmerg intact is.


Directe gevolgen

Mensen met een caudalaesie hebben in meer of mindere mate last van de volgende verschijnselen:

  • Uitval of verzwakking van spieren in benen, billen, heupen en voeten (klapvoet), evenwichtsproblemen
  • Problemen met de blaas: urine-incontinentie of moeilijk kunnen plassen
  • Problemen met de darmen: verstopping of incontinentie
  • Gevoelloosheid of verminderd gevoel van de huid in het 'rijbroekgebied' (zitvlak, heupen, dijen) en/of benen en/of voeten
  • Seksuele problemen: geen orgasme of erectie kunnen krijgen, verminderd of geen gevoel meer in vagina of penis
  • (Zenuw)pijn in benen/voeten of uitstralend vanuit de lage rug naar de benen
  • Voetproblemen

Is het te genezen?

Het herstel na een caudalaesie verloopt anders dan na een dwarslaesie. Als de beknelling van de zenuwen is opgeheven, verbeteren de symptomen in de meeste gevallen. Echter zijn de klachten vaak niet (meteen) verdwenen. Veelal moet langdurig gerevalideerd worden.

De mate en snelheid van herstel zijn sterk afhankelijk van de mate waarin de zenuwen beschadigd zijn geraakt. Bij een complete laesie zijn de zenuwen geheel door en is er geen functioneren en gevoel meer vanaf dat punt. Dit is niet te genezen. Bij een incomplete laesie - wat een caudalaesie meestal is - zijn de zenuwen niet allemaal geheel door of zijn de zenuwen licht beschadigd. Bij een incomplete laesie is enig herstel mogelijk, hoewel er vaak schade zal blijven bestaan en er kans is dat het herwonnen functioneren weer verloren gaat

In het algemeen vindt in het eerste jaar na de operatie het meeste herstel plaats. De ervaring leert dat in de benen ook in het tweede jaar nog verbetering op kan treden, en zelfs ook in het derde jaar. Daarna is de kans op verder herstel zeer klein.

Bij een caudalaesie zijn er drie vormen van beschadiging. Vlak na het oplopen van de laesie is het moeilijk te bepalen met welke situatie je te maken hebt:

  • Er is een complete blokkade van de overdracht van signalen, ondanks dat de zenuwen in tact zijn. Herstel duurt uren tot dagen en in uitzonderlijke gevallen maanden.
  • Het axon is doorgesneden, maar de myelineschede is in tact. De zenuw kan zijn axon laten groeien, waarbij de myelineschede de axon geleidt naar waar hij heen moet. Herstel voor de bekkenorganen duurt vaak enkele maanden en voor de benen tot 2-3 jaar.
  • De zenuwen (zowel het axon als de myelineschede) zijn doorgesneden. Herstel is zeer onwaarschijnlijk.

Bij het bovenstaande moet bedacht worden dat herstel zich afspeelt op celniveau. Een zenuw bestaat uit vele afzonderlijke zenuwcellen. Sommige zenuwcellen zullen meteen terugkomen, anderen hebben daar meer tijd voor nodig, weer anderen zullen niet terugkomen.

Komen er voldoende zenuwcellen terug, dan kan de zenuwfunctie terugkomen. Bij sommige patiënten is herstel van de zenuwen in de benen te zien tot 3 jaar na de beschadiging. Het is heel moeilijk te voorspellen hoeveel herstel zich voor zal doen. Dit geldt vooral voor de periode vlak na de beschadiging.


Wetenschappelijk onderzoek naar genezing

Wetenschappelijk onderzoek is vooral gericht op mensen met een dwarslaesie en veel minder op mensen met een caudalaesie. Voor meer informatie over wetenschappelijk onderzoek bij dwarslaesie klik hier.


Getallen

Het aantal mensen met een caudalaesie wordt in Nederland niet apart geregistreerd. Het is niet bekend hoeveel mensen in Nederland een caudalaesie hebben en het is ook niet bekend hoeveel er per jaar bij komen. Schattingen over het aantal mensen dat jaarlijks een caudalaesie krijgt, lopen uiteen van 60 tot enkele honderdtallen.


  • Het neuron (de zenuwcel)
    • Neuron is een ander woord voor zenuwcel. Neuronen sturen boodschappen van het ene naar het andere deel van het lichaam, door middel van elektrische signalen. De werking van het zenuwstelsel berust op de activiteit van neuronen.

      Neuronen hebben een cellichaam, vele korte uitlopers (dendrieten) en één lange uitloper (axon of neuriet). Dendrieten ontvangen informatie van andere neuronen. Het axon vervoert uitgaande informatie. Het uiteinde van een axon (eindplaatje) brengt impulsen over naar een ander neuron of naar een andere cel, zoals een spiercel.

      De langste axonen in het lichaam zijn de axonen die van de neuronen in het ruggenmerg naar de voetspieren lopen. Deze zijn meer dan een meter lang.

      structuur van het neuron
      Afbeelding: Het neuron (bron: spinalnet)

      Het voornaamste verschil tussen neuronen en andere cellen is dat neuronen zich niet kunnen delen. Er kunnen dus geen nieuwe cellen gevormd worden wanneer het zenuwstelsel beschadigd raakt. Wanneer het axon beschadigd of doorsneden wordt, kan het neuron geen informatie meer overbrengen. Het axon verschrompelt en kan tenslotte zelfs helemaal verdwijnen. De cellen waarmee contact werd gemaakt ontvangen geen boodschap meer. Er treedt verlies van functie op. In het perifere zenuwstelsel kan een beschadigd axon wel langzaam weer uitgroeien, mits de mantel rondom de zenuw nog intact is, maar zenuwcellen van het centraal zenuwstelsel kunnen dit helaas niet.

      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:04  
  • Structuur van het zenuwstelsel
    • et zenuwstelsel bestaat uit twee delen:

      • Het centrale zenuwstelsel: dit zijn de hersenen en het ruggenmerg.
      • Het perifere zenuwstelsel: dit zijn alle andere zenuwpaden die informatie doorgeven naar en van de spieren, huid en organen van het lichaam.

      Het zenuwstelsel wordt verder onderverdeeld in:

      • Somatisch of willekeurig zenuwstelsel. Het somatische systeem controleert al onze bewuste activiteiten, die voornamelijk te doen hebben met bewegen.
        Het zenuwstelsel bestaat uit motorische en sensibele zenuwen:
        • Sensibele zenuwen geven signalen door aan de hersenen.
        • Motorische zenuwen geven signalen vanuit de hersenen door naar spieren.

      • Autonoom of onwillekeurig zenuwstelsel. Dit werkt gedeeltelijk via het ruggenmerg. Het autonome zenuwstelsel controleert onbewuste processen zoals hartslag, ademhaling, bloeddruk en darmbewegingen, zelfs als we slapen. Het is onderverdeeld in twee delen:
        • Parasympathisch systeem. Dit regelt routinezaken zoals hartslag, ademhaling en spijsvertering.
        • Sympathisch systeem. Dit is gericht op noodgevallen, waarbij plotseling actie nodig is. Het stimuleert de hartslag en zorgt voor een snellere ademhaling om je spieren snel in te kunnen zetten.

      Meer informatie over het autonoom zenuwstelsel vind je hier.

      Zie figuur ‘indeling zenuwstelsel’ voor een schematische weergave van het zenuwstelsel.


      Afbeelding: Indeling zenuwstelsel (bron: spinalnet)

      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:08  
  • Het ruggenmerg
    • Het ruggenmerg vormt samen met de hersenen het centraal zenuwstelsel. Het ruggenmerg bevindt zich in de wervelkolom. Tussen de wervels bevinden zich aftakkingen van het ruggenmerg die we zenuwwortels noemen. Deze wortels zijn genoemd naar de wervels waar ze aftakken (figuur ‘hersenen en ruggenmerg’). Er zijn:

      • 8 cervicale wortels (C1-C8)
      • 12 thoracale wortels (T1-T12)
      • 5 lumbale wortels (L1-L5)
      • 5 sacrale wortels (S1-S5)


      Afbeelding: Doorsnede ruggenmerg (bron: spinalnet)

      Het lichtblauwe gedeelte in onderstaande figuur geeft het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) weer, het donkerblauwe gedeelte de cauda equina. De figuur ‘spierinnervatie’ laat zien welke wortels de verschillende delen van het lichaam met het centraal zenuwstelsel verbinden.

      Afbeelding: Hersenen en ruggenmerg
      (bron: spinanet)


      Afbeelding: Spierinnervatie (bron: spinalnet)

       

       

       

      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:20  
  • Reflexen
    • De sensibele en motorische zenuwen zijn in het ruggenmerg met elkaar verbonden. Deze verbindingen maken reflexen mogelijk. Reflexen zijn bedoeld om heel snel te reageren zonder dat de informatie naar de hersenen vervoerd hoeft te worden en dienen ter bescherming (figuur ‘spinale reflexen’). Als je bijvoorbeeld een hete kachel aanraakt, trek je je hand al terug voordat het signaal de hersenen bereikt. Zo zijn er nog veel meer reflexen. Bij een intact ruggenmerg is het mogelijk om de meeste reflexen vanuit de hersenen te controleren. Zo zal je bij een volle blaas wel aandrang voelen maar niet reflexmatig gaan plassen. Bij een beschadigd zenuwstelsel zijn reflexen onder het niveau van de beschadiging moeilijker of helemaal niet te controleren.  

      spinale reflex
      Afbeelding; Reflex (bron: spinalnet)

      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:16  
  • Oorzaken en primaire behandeling
    • Een caudalaesie wordt veroorzaakt door het samendrukken (compressie) van de zenuwwortels in de cauda equina, waardoor deze in meer of mindere mate beschadigd raken. Met name deze zenuwwortels zijn gevoelig voor beschadiging omdat ze slecht ontwikkeld bindweefsel hebben. Goed ontwikkeld bindweefsel beschermt tegen samendrukkende invloeden.

      Mogelijke oorzaken van een caudalaesie zijn:

      • Hernia
      • Wervelfractuur
      • Wervelkanaalvernauwing (stenose)
      • Tumor
      • Andere mogelijke oorzaken zijn een operatie, bestraling, ontsteking, bloeding of zwelling.

      De behandeling van een caudalaesie bestaat uit het operatief vrijmaken van de beknelde zenuwen (decompressie). Afhankelijk van de oorzaak moet decompressie al dan niet met spoed worden uitgevoerd. Na de operatie moet veelal langdurig worden gerevalideerd.

      Het mogelijke herstel van beschadigde zenuwen is afhankelijk van vele factoren: de hoeveelheid druk op de zenuw, leeftijd, voeding, algehele gezondheidstoestand, etc. Het is dan ook moeilijk om hier richtlijnen voor te geven.

      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:21  
  • Loopstoornissen
    • De beweging van een gewricht in het been komt tot stand door een samenspel van verschillende spiergroepen. Deze spiergroepen worden aangestuurd door twee of drie zenuwwortels. Het onderstaande schema is een vereenvoudiging van de gecompliceerdere werkelijkheid. 

      Zenuwwortel Beweging Gevolgen van uitval tijdens lopen
      L2-L3-L4 Strekken en stabiliseren van de knie De knie wordt overstrekt om te voorkomen dat men door de knie zakt
      L4-L5 Opheffen voet Valvoet of 'drop foot'
      L5-S1 Stabilisteren heup Door de heup zakken of 'Trendelenburg loop'
      S1-S2 Strekken voet Hakvoet

      Wanneer een spiergroep gedeeltelijk verlamd is, zal worden geprobeerd door oefentherapie deze op optimale sterkte te brengen. Leidt dit niet tot een aanvaardbaar looppatroon, dan zal men dit verder compenseren met hulpmiddelen zoals een aangepaste schoen, een beugel, een rollator, stokken, krukken, etc. Deze hulpmiddelen kunnen ook tijdelijk worden gebruikt wanneer er van neurologische verbetering sprake is.

      Is de uitval blijvend en is er geen kans op verdere verbetering, dan kunnen sommige verlammingen gecompenseerd worden door een operatie waarbij de aanhechting van pezen verplaatst wordt.

      KLAPVOET
      De zogenaamde klapvoet ontstaat door zwakte of uitval van de spieren die de voet en tenen naar buiten draaien en opheffen. De voet kan niet normaal worden afgewikkeld en ploft bij het neerzetten vaak hoorbaar op de grond. Tijdens het lopen is het niet mogelijk om goed af te zetten.

      Wanneer er geen hulpmiddel wordt gebruikt, valt de voet in de zwaaifase van het lopen naar binnen en naar beneden. Vaak krijgt een klapvoet een naar binnen en beneden gedraaide ruststand omdat er geen tegenwicht wordt geboden aan de wel werkende kuitspieren en diepe flexoren. Lopen zonder hulpmiddelen gaat heel onhandig en goed lopen is, ook met een goed hulpmiddel, onmogelijk. 

      Wat is er aan te doen?

      • Een brace (enkel-voet orthese) kan helpen om het loopvermogen te verbeteren en om struikelen te voorkomen.
      • Hoge orthopedische schoenen dragen bij aan stabiliteit en maken dat je grotere afstanden kunt lopen.
      • De ernstigste symptomen van een klapvoet kunnen vaak verholpen worden door een of meer peestransposities. Bij deze operatie worden spieren, die wel functioneren, verbonden met pezen van verlamde spieren. Zo krijgen de wel werkende spieren (deels) de functie van de verlamde spieren (erbij).
      • Het is van belang om te blijven bewegen zodat de spierkracht, die er wel is, op peil blijft, en zodat zwakke spieren voor zover mogelijk kunnen worden versterkt. Een fysiotherapeut kan de juiste oefeningen hiervoor geven.
      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:26  
  • Evenwichtstoornissen
    • Normaal heb je relatief weinig spierkracht nodig om in balans te blijven als je staat. De huid speelt daar een belangrijke rol bij. Je tenen, die tegen de grond worden gedrukt, geven informatie over de positie van je voeten, waardoor de voet- en beenspieren kunnen zorgen voor het evenwicht.

      Iemand met een caudalaesie heeft al een verminderde spierkracht in benen en voeten, waardoor het lastiger is om in balans te blijven. Maar de gevoelloosheid of verminderde gevoeligheid van de huid in met name de buiten-zijkant en onder-zijkant van de voeten en van de tenen maakt het nog moeilijker. De verschillende spieren moeten harder werken om het lichaam in evenwicht te houden, zij moeten vaker en heftiger corrigeren. Staan is daardoor relatief vermoeiend voor mensen met een caudalaesie.

      Wat is er aan te doen?

      • Door training en het doen van oefeningen kunnen de been- en voetspieren sterker worden. Je kunt hiervoor het beste te rade gaan bij een fysiotherapeut.
      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:27  
  • Voetproblematiek
    • Veel mensen met een caudalaesie hebben problemen met hun voeten. Dat komt omdat de zenuwen, die de huid en spieren van de voeten aansturen, niet goed meer functioneren. In de praktijk is er niet altijd aandacht voor klachten aan de voeten. Dat is jammer. Pas wanneer je problemen met je voeten krijgt, merk je hoe belangrijk ze zijn.

      Hieronder vind je - in alfabetische volgorde - meer informatie over de verschillende voetproblemen die zich bij een caudalaesie kunnen voordoen. Ook kun je lezen wat je er aan kunt (laten) doen.

      KLAUWTENEN
      Doordat sommige spieren in de voeten zwakker zijn geworden of helemaal niet meer functioneren, trekt de voet aan de onderkant hol, wordt de voetboog hoog en gaan de tenen klauwen. In het begin is het nog mogelijk om de tenen in de juiste stand te krijgen door op de onderkant van de voet te duwen. In de loop van de tijd wordt de klauwstand blijvend.

      Bovenop de tenen ontstaat wrijving met de schoen en dat is pijnlijk. Ook kan er eelt of een likdoorn op de teentoppen en/of de teenknokkels ontstaan. Bij uitval van het gevoel kunnen gemakkelijk wondjes ontstaan. 

      Wat is er aan te doen?

      • Draag goed passende schoenen, met voldoende ruimte bij de tenen.
      • Laat eventueel steunzolen aanmeten.
      • Om te voorkomen dat klauwtenen hamertenen worden (dus in die stand vast gaan groeien), moet je je voeten en tenen regelmatig bewegen, buigen, stretchen. Hierbij kun je ook een voetmassageroller of bijvoorbeeld een deegroller gebruiken.
      • Als de klachten heel erg zijn, is een operatie te overwegen.


      KOUDE /WARME (WINTER) VOETEN
      Door stoornissen in de gevoelszenuwen wordt de temperatuur van de huid niet goed meer geregeld. Daardoor heeft iemand met een caudalaesie vaak last van - afwisselend - extreem koude of juist oververhitte, jeukende (winter)voeten. De huid voelt meestal koud aan terwijl je het gevoel hebt dat je voeten gloeien. Bij overgang van kou naar warmte kan er jeuk optreden.

      De voeten en met name de tenen vertonen alle mogelijke kleuren roze, blauw en paars. Dit alles is het gevolg van een gestoorde doorbloeding en die wordt veroorzaakt door de beschadigde zenuwen in de voeten. 

      Wat is er aan te doen?

      • Draag in de winter wollen sokken.
      • Maak, als dat mogelijk is, een wandeling voor het slapen gaan of doe oefeningen met de voeten, beweeg ze even flink.
      • Laat 's avonds in bed je voeten langzaam warm worden met behulp van een elektrische deken of een lauwwarme kruik. Het is belangrijk dat je voeten niet te snel te warm worden. Zo voorkom je wintervoeten. Pas wel op voor brandwonden, die voel je namelijk niet als je voeten gevoelloos zijn. Maak een kruik niet te heet en zet de elektrische deken op tijd weer uit.


      NAGELS, breekbare
      Door de beschadiging van de gevoelszenuwen krijgen de teennagels minder ‘voeding’ en zullen ze na verloop van tijd dunner en breekbaarder worden. 

      Wat is er aan te doen?

      • Besteed extra aandacht aan een goede en regelmatige verzorging van je nagels.
      • Ga zo nodig naar een pedicure, liefst een die gespecialiseerd is in ‘diabetische voet’.


      SCHOENEN, niet meer passende
      Veel mensen met een caudalaesie wacht een onaangename verrassing: hun schoenen passen ineens niet goed meer. Doordat sommige spieren of spiergroepen in de voeten zwakker zijn geworden of helemaal niet meer functioneren, verandert de vorm van de voet. De wreef is hoger en de voet trekt aan de onderkant hol. 

      Wat is er aan te doen?

      • Het is erg belangrijk om goed passende schoenen te dragen die voldoende steun geven en een zo vlak mogelijke zool hebben.
      • Je kunt schoenzooltjes laten aanmeten, bijvoorbeeld door een podoposturaal therapeut of orthopedisch schoenmaker.
      • Vraag zo nodig via je (revalidatie)arts een verwijzing naar een orthopedisch schoenmaker voor een op maat gemaakte schoen.


      VOETSCHIMMEL
      Het komt voor dat mensen met een caudalaesie opeens (meer) last krijgen van voetschimmel

      Wat is er aan te doen?

      • Droog je voeten na het douchen/baden zorgvuldig af met een aparte handdoek.
      • Vraag je huisarts zo nodig om een speciale crème tegen voetschimmel of koop die bij de apotheek of drogist.


      VOETZOOL, overgevoelige
      De grote spier midden onder de voet is vaak verkrampt als gevolg van de spierproblemen die bestaan. Dat heeft tot gevolg dat zelfs het kleinste steentje in de schoen of, wanneer men met blote voeten loopt, op de grond, pijn doet. 

      Wat is er aan te doen?

      • Hier is niets tegen te doen, behalve goed kijken waar je loopt.


      WONDJES
      Door een caudalaesie is de huid van de voeten kwetsbaarder. De huid droogt uit, wordt schilferig en gaat gemakkelijk kapot. De huid is dunner, waardoor eerder wondjes ontstaan. Deze genezen ook slechter. Daarbij komt: doordat de huid gevoelloos of verminderd gevoelig is, worden pijnsignalen niet (goed) doorgegeven, waardoor wondjes en blaren niet of te laat worden opgemerkt, met alle gevolgen van dien. 

      Wat is er aan te doen?

      • Controleer je voeten regelmatig op rare plekjes en beginnende wondjes en ga naar je huisarts als je zulke plekjes of wondjes ziet.
      • Wondjes ontstaan snel als je te krappe schoenen draagt en je tenen/voeten langs de binnenkant van je schoenen schuren. Ook hiervoor is het belangrijk om goed passende schoenen te dragen. Vraag zo nodig via je (revalidatie)arts een verwijzing naar een orthopedisch schoenmaker voor een op maat gemaakte schoen.
      • Vraag een pedicure, die als specialisatie ‘diabetische voet’ heeft, om advies bij het verzorgen van je voeten.
      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:35  
  • Oefeningen om de voeten sterker te maken
    • Oefening voor de holvoet, om de spieren aan de onderkant van de voet te versterken en de voetboog krachtiger te maken: 

      1. Neem een deegroller, een speciale voetmassageroller of een ander rollend voorwerp en leg dat op de grond.
      2. Houd één voet op de grond en zet de andere op de roller. Als je het moeilijk vindt om je evenwicht te bewaren, kun je je ergens aan vasthouden; heb je problemen met staan, dan kun je op een stoel gaan zitten.
      3. Breng enig gewicht op de roller en rol hem onder je voet naar achteren en naar voren.

      Druk in het begin niet te hard en bouw de druk en het aantal herhalingen langzaam op.

      Oefening voor de spieren van de tenen en van de voetboog:

      1. Leg een handdoek, een andere doek of papieren servet op de grond.
      2. Ga op blote voeten staan, met je tenen over de rand van de handdoek en probeer hem met je tenen onder je voeten te trekken, waarbij je je hielen stil houdt. Een aantal keren herhalen.

      Om de oefening moeilijker te maken, kun je een langere doek nemen. Als evenwicht en/of staan problemen oplevert, kun je je vasthouden of op een stoel zitten.

      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:51  
  • Stamcelonderzoek
    • Klik hier voor meer informatie over stamcelonderzoek.

      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:40  
  • Neuronregeneratie
    • Klik hier voor meer informatie over neuronregeneratie.

      Laatst aangepast op 06/04/2017 09:41  
  • Wetenschappelijke publicaties